Wetenschap - 19 juni 2018

Moedermelk en flesvoeding hebben andere invloed op darmbacteriën

tekst:
Tessa Louwerens

Flesvoeding en moedermelk zorgen allebei voor goede bacteriën in de darmen bij baby’s. Maar het moment waarop bepaalde bacteriën de overhand nemen verschilt. Deze inzichten kunnen fabrikanten mogelijk helpen flesvoeding te ontwikkelen die nog beter is voor de gezondheid van de baby.

© Shutterstock

Dit ontdekte promovendus Klaudyna Borewicz van het Microbiologie Laboratorium. In ons lichaam, met name in de darmen, leven duizenden soorten bacteriën. 'Deze zijn onmisbaar en spelen een belangrijke rol in de gezondheid gedurende het hele leven', zegt Borewicz, die op 13 juni promoveerde. Borewicz onderzocht de effecten van moedermelk en flesvoeding op de bacteriën in de darm van de baby.  

Bevordering van 'goede' bacteriën
De kolonisatie van de darm met bacteriën begint al voor of tijdens de geboorte. Voeding speelt hierin een belangrijke rol. Moedermelk bevat een type koolhydraten, de 'moedermelk oligosachariden' (HMO's), die invloed hebben op de bacteriesamenstelling in de darm. Ze werken namelijk als prebiotica, dat zijn stoffen die niet verteerbaar zijn door het lichaam, maar wel door bacteriën worden afgebroken. Borewicz: ‘We denken dat HMO’s zijn geëvolueerd om de groei van' goede 'bacteriën te bevorderen, die gunstig zijn voor de zich ontwikkelende baby.'

Het is nog niet precies duidelijk wat het effect is van de prebiotica in moedermelk en flesmelk op de bactoeriën in de darm.

Om deze gunstige werking van moedermelk na te bootsen voegen fabrikanten ook prebiotica toe aan flesvoeding. Ze nemen daarvoor wel andere koolhydraten, voornamelijk galacto-oligosachariden en/of fructo-oligosachariden. ‘Het is nog niet precies duidelijk wat het effect is van de prebiotica in moedermelk en flesmelk op de bacteriën in de darm’, vertelt Borewicz.

Moedermelkcocktail
Om dit uit te zoeken bestudeerde ze bijna 200 moeders met hun baby’s, gedurende een periode van meer dan tien jaar. Ze keek eerst naar de samenstelling van de moedermelk en hoe dit samenhing met de bacteriën in de poepluiers. Er zijn namelijk meer dan 200 verschillende HMO’s en elke moeder produceert een net wat andere cocktail, die ook in de loop van de tijd verandert. Borewicz wilde onder andere weten of er een bepaald HMO aan te wijzen viel dat erg goed was in het stimuleren van de groei van de ‘goede bacteriën’. Maar die vond ze niet. ‘Het is waarschijnlijker dat het een combinatie is van vele verschillende componenten in moedermelk. '

Flesvoeding
Ten tweede onderzocht Borewicz het effect van flesmelk, met en zonder prebiotica.  Ze ontdekte dat baby’s die flesvoeding kregen met prebiotica, dezelfde hoeveelheden aan 'goede' bacteriën Bifidobacterium en Lactobacillus hadden als baby's die moedermelk kregen. Maar ze zag ook dat ook dat de kolonisatie iets anders verliep. Bij baby’s die flesvoeding kregen nam Bifidobacterium in een vroeger stadium de overhand. En bij baby’s die zowel flesvoeding als moedermelk kregen gebeurde dit pas later. ‘We weten nog niet wat voor effect dit heeft op de gezondheid’, zegt Borewicz. Baby’s die aan het begin van de studie de traditionele flesmelk hadden gekregen (zonder prebiotica), hadden minder Bifidobacterium en meer enterobacteriën, wat mogelijk ziekte kon veroorzaken.

Vooralsnog lijkt het 't beste om de baby borstvoeding te geven, als dit mogelijk is.

Prebiotica, ofwel natuurlijk in moedermelk of toegevoegd aan flesmelk, hebben dus niet alleen invloed op het soort bacteriën in de darm, maar ook op welk moment bepaalde bacteriën verschijnen. Borewicz: 'We weten nog niet precies hoe dit werkt en vooralsnog lijkt het 't beste om de baby borstvoeding te geven, als dit mogelijk is.’

In de toekomst kunnen fabrikanten van flesvoeding deze inzichten mogelijk gebruiken om producten te maken die de bacteriële samenstelling in het darmkanaal beïnvloeden. Daarmee kunnen ze uiteindelijk wellicht bepaalde gezondheidseffecten bereiken, zoals het verminderen van astma of allergieën. Daarvoor zou het volgens Borewicz interessant zijn om ook de langetermijneffecten van prebiotica in de melk op de gezondheid te onderzoeken, bijvoorbeeld hoe dit zich verhoudt tot de aanleg voor verschillende ziekten.

Lees meer:


Re:ageer