Wetenschap - 14 maart 2012

Moedergenoom zorgt voor extra biggetje

Als bij een zeug het gen DIO3 van de moeder aanstaat, krijgt ze meer nakomelingen dan als ze dit gen van de vader overerft. Dat blijkt uit onderzoek van Fokkerij en genetica van Wageningen UR.

Biggetjes.jpg
Bij seksuele voortplanting krijgt de nakomeling 50 procent van de genen van vader en moeder; dat weten we al lang. Voor alle eigenschappen leveren de ouders genen aan, maar bij sommige genen staat alleen de kopie van pa aan en voor anderen alleen die van ma. Dit maakt uit bij bepaalde eigenschappen, zoals de hoeveelheid nakomelingen die een zeug krijgt.

Voor de geneticus betekent dit dat er verschil is tussen twee DNA-varianten: BA (waarbij B van ma komt en aanstaat, en A van pa komt en is uitgeschakeld) en AB (precies omgekeerd). Dat heet genetische ‘imprinting'. De schakelaars die de genen ‘aan' en ‘uit' zetten, komen op bepaalde delen van het genoom voor, bleek al eerder uit humaan onderzoek. Met behulp van genetische merkers gingen de onderzoekers Albart Coster en Ole Madsen in het varkensgenoom op zoek naar dit soort genen die de vruchtbaarheid reguleren. Zo kwamen ze uit bij het gen DIO3. Als het fokvarken een variant van dit gen van de moeder krijgt, werpt ze gemiddeld 12,7 biggetjes, bleek uit nader onderzoek. Komt deze DIO3 variant van de vader, dan nog slechts 11,9 biggetjes. Dat is een aanzienlijk verschil voor één gen.
‘Meerdere genen hebben invloed op de vruchtbaarheid van de zeug', zegt Bovenhuis, ‘maar alleen het gen DIO3 is al goed voor 15 procent van de genetische variatie aan nakomelingen.' Dat maakt dit gen een belangrijk selectiecriterium in de varkensfokkerij. Maar vooral levert dit onderzoek fundamentele kennis op voor de epigenetica van bijvoorbeeld mensen en muizen, zegt Bovenhuis. Dat is ook de reden dat het tijdschrift Plos One het artikel eind februari publiceerde.
Imprinting heeft invloed op de ontwikkeling van het embryo of de vruchtbaarheid, maar de genetici weten nog niet precies welke. Dat ontdek je pas als er een grote variatie is van een eigenschap bij de nakomelingen. ‘Als de invloed van DIO3 op de vruchtbaarheid een paar procent was geweest, hadden we dit gen nooit gevonden', zegt Bovenhuis.
 

Re:ageer