Wetenschap - 1 januari 1970

Moe van het klimaat

In de periode dat het Bsik-onderzoek Klimaat voor Ruimte echt begint, neemt de internationale discussie over klimaatverandering in twee opzichten een nieuwe wending. Het Kyoto-protocol is nog niet geratificeerd of wetenschappers komen al weer met veel hogere ambities. En ondertussen zagen twee Canadese wetenschappers aan de wetenschappelijke basis onder het Kyoto-protocol. Maar de opmerkelijke nieuwe inzichten worden door het grote publiek met veel gezucht ontvangen. Niemand lijkt zich meer echt op te winden. Is de wereld klimaatmoe?

Het is inmiddels wel duidelijk dat de klimaatverandering ingrijpende gevolgen heeft voor het toekomstige leven op aarde. Bewijzen daarvoor stapelen zich op. Maar dringt de boodschap nog wel door? Vorige week verscheen alweer een rapport dat melding maakte van een toekomst vol langdurige droogte, overstromingen en misoogsten. In 'Meeting the Climate Challenge' concludeert een groep internationale politici en wetenschappers dat de klimaatverandering snel moet worden aangepakt, omdat een temperatuursstijging van twee graden sinds de negentiende eeuw rampzalige gevolgen kan hebben.
Het klimaat wordt inmiddels tijdens verschillende internationale vergaderingen telkens op de politieke agenda gezet. Maar met welk resultaat? In december vertegenwoordigde staatssecretaris Pieter van Geel van milieu de Europese Unie bij de klimaattop in Argentinië, maar afspraken over een wereldwijde aanpak van het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen werden dankzij felle tegenstand van de Verenigde Staten niet gemaakt.
Prof. Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse, is één van de mensen die stellen dat de politiek sneller en krachtiger moet reageren. Op 1 februari hield hij een voordracht op het congres Avoiding Dangerous Climate Change in het Engelse Exeter, dat als voorbereiding dient voor de G8 in Schotland waar klimaat een belangrijk thema is. In zijn toespraak vertelde Leemans opnieuw dat de klimaatverandering onverminderd doorgaat, en dat de grens van een maximale temperatuurstijging van 2 graden tot 2100 bijgesteld moet worden tot 1,5 graad.

Politieke aandacht
'Ik deel de indruk niet dat men moe is van het klimaat' stelt Leemans. 'Ik zie juist een duidelijke trend dat er steeds meer aandacht voor is.' Het volgens Leemans vooral door politici geschreven rapport 'Meeting the Climate Challenge' is een teken van stijgende politieke aandacht. Ir. Jeroen Veraart van Alterra, secretaris van het Bsik-programma Klimaat voor Ruimte, ziet een zelfde trend. Nu de ratificatie van Kyoto een feit is, merkt hij dat er vanuit de wetenschap hogere ambities naar voren worden gebracht. 'Je moet wel oppassen dat je niet twintig keer met hetzelfde doemverhaal komt', stelt hij.
'Mensen willen gelijk effecten zien', stelt hoogleraar Meteorologie en luchtkwaliteit prof. Bert Holtslag. Verhalen over het feit dat de temperatuursstijging nog tientallen jaren zal doorgaan, ook al stoppen we nu met alle uitstoot van CO2, doen het volgens Holtslag dan ook niet goed. 'Maar er zijn wel meer complexe vraagstukken. Het vraagstuk van de voedselproductie in relatie tot de groeiende wereldbevolking is ook complex, maar daar gaan we ook mee door.'
Holtslag ziet wel dat de wetenschap na Kyoto nieuwe ambities formuleert, die soms nauwelijks door de politiek worden gehoord. De insteek van het Bsik-programma Klimaat voor Ruimte om meer aandacht te besteden aan nieuwe manieren van duurzaam landgebruik is er daar een van. 'We kunnen effecten verwachten die ingrijpend zijn. Daarom moet je doelstellingen verenigen. Zo kun je met vernatting van veengronden de uitstoot van CO2 doen afnemen, terwijl je tegelijkertijd bijdraagt aan de Ecologische Hoofdstructuur. Zo heb je een perspectief. Maar dat wordt in Den Haag nog niet zo gehoord.'

Hockeystick
Maar zijn de gegevens van de klimaatonderzoekers wel zo hard als ze zeggen? Afgelopen zaterdag publiceerde het populaire wetenschapstijdschrift Natuurwetenschap en Techniek een artikel over twee Canadese statistici die een van de belangrijkste temperatuurcurves als statistisch ondeugdelijk typeren. De curve is door zijn vorm – een geleidelijke temperatuurstijging tot ongeveer 1900, daarna een sterke stijging – de 'hockeystick' gedoopt.
Volgens Stephen McIntyre en Ros McKintrick baseren wetenschappers deze ‘hockeystick’ sterk op de gegevensreeks van één boomsoort die in de twintigste eeuw sterk is gegroeid. De conclusie dat de mens de oorzaak is van de stijgende CO2-uitstoot die tot die groei leidt, is volgens de Canadezen statistisch onjuist, omdat er andere boomsoorten zijn die minder sterk groeien.
Volgens McIntyre en McKintrick zaagt hun artikel aan de wetenschappelijke basis van het Intergovermental Panel on Climate Change (IPCC), een internationale organisatie die wetenschappelijke bevindingen verzamelt en controleert, die weer de basis vormen voor de beleidsvoornemens in het Kyoto-protocol.
Wageningse klimaatonderzoekers reageren lauw op deze kritiek. Er zijn volgens zowel Leemans, Veraart als Holtslag veel meer bewijzen die het typische verloop van de hockeystick ondersteunen. 'Uit de echte fysieke metingen van de laatste 150 jaar blijkt duidelijk dat de temperatuur stijgt', aldus Holtslag. 'Ze verwisselen onzekerheid met onwaarschijnlijkheid' stelt Leemans. 'De onzekerheid is misschien wat groter geworden, maar er blijft nog voldoende overtuigend bewijs om te zeggen dat het waarschijnlijk is dat de temperatuur in de twintigste eeuw sterk gestegen is.'

Schreeuwerig
Veraart denkt dat de Canadese onderzoekers wel een tekortkoming hebben gevonden in de manier waarop het IPCC wetenschappelijke informatie vergaart en controleert. Ze hebben immers laten zien dat een door IPCC geaccepteerd wetenschappelijk onderzoek statistisch niet keihard is. 'Het IPCC probeert om tot consensus te komen via peer review. Daar moet je continu scherp op zijn. Geen enkel systeem is perfect, ook peer review niet.'
Holtslag ziet de commotie rond het Canadese onderzoek als een voorbeeld van opgeklopte berichtgeving die contraproductief werkt. Volgens hem is het onderzoek een bijdrage aan en nuancering van het klimaatonderzoek. Niet meer en niet minder. 'Maar neem het Financieele Dagblad. Dat kopt: Horrorscenario klimaat berust op fout.’ Dát is waar mensen moe van worden, meent de onderzoeker. Van die schreeuwerige koppen. Niet van de discussie rond het klimaat op zich.

Martin Woestenburg

Re:ageer