Wetenschap - 1 januari 1970

Moderne cowboys inspireren Nederlanders

Nederlandse veehouders kunnen heel wat leren van de moderne 'cowboys' in de VS. Zij denken in het groot en realiseren megabedrijven met duizenden stuks vee, maken zelf kaas en ijs, en openen hun deuren voor dagjesmensen.

Ir Paul Galama en ir Frank Lenssinck van de divisie Veehouderij van de Animal Sciences Group zijn enthousiast teruggekomen van een studiereis door de Amerikaanse Midwest, een belangrijk landbouwgebied in het centrale deel van de Verenigde Staten.
De praktijkonderzoekers, die innovatie op melkveebedrijven willen stimuleren, maakten de reis samen met veehouders van de melkveestudieclub 'Morgen'. De bustrip ging onder meer door Wisconsin, de kaasstaat van Amerika, gelegen ten oosten van Lake Michigan. Galama: ‘Een aantal jaren geleden heb ik contact gehad met onderzoekers van de University of Wisconsin-Madison. De Amerikanen zijn toen geïnspireerd geraakt door onze onderzoeksaanpak op proefbedrijven zoals De Marke. Wij zijn nu op onze beurt geïnspireerd door de modernisering van de Amerikaanse melkveehouderij.'
Deze kenmerkt zich door een forse schaalvergroting. De verwachting is dat in 2020 in Amerika twintig procent van de bedrijven meer dan vijfhonderd koeien heeft en het overgrote deel van de melk produceert. Galama: 'Zo ver zal het in Nederland nooit komen, mede omdat melkquotum duur is. Toch zie ik ook bij ons mogelijkheden voor schaalvergroting.'

Stal van glas
Het viel de Nederlanders op dat Amerikaanse boeren hun bedrijf toegankelijk willen maken voor publiek. ‘Zo zagen we op het bedrijf van Van der Geest, een van oorsprong Nederlandse familie, melkveestallen met een glazen voorgevel. Bezoekers kunnen meteen een blik werpen op het vee, en via een loopbrug de dieren van boven bewonderen en zien hoe ze worden gemolken.’ Galama wil het concept naar Nederland brengen. ‘In Limburg bijvoorbeeld, kan je de talloze veestallen langs fietsroutes van glazen wanden voorzien, zodat recreanten vanaf de fiets de koeien en varkens kunnen zien. Ook architectonisch zijn deze stallen een hele verbetering.'
Een paar uur rijden van Chicago werd een ander megabedrijf bezocht, met vier units van elk drieduizend stuks vee en moderne installaties. Vierentwintig uur per dag wordt er gemolken, en een volautomatisch mestvergistingsysteem doet zijn werk. Het is een populaire attractie, omgedoopt tot 'Dairy Adventure Centre'. Bezoekers krijgen een rondleiding en uitleg over het maken van zuivel en waarom melk gezond zou zijn. ‘De veehouders in onze groep keken hun ogen uit. Het is een uitstekende promotie van zuivel. Zoiets zouden we ook in Nederland moeten opzetten. De zuivelsector zou het initiatief kunnen nemen.’
De Nederlanders waren onder de indruk van de grootschaligheid van de bedrijven. Ze bezochten echter ook een relatief klein bedrijf, van de Crave Brothers, met 'maar' zeshonderd melkkoeien, dat op andere wijze moderniseert. Frank Lenssinck: ‘Zij kiezen bewust niet voor nog meer koeien, maar halen meerwaarde uit hun melk door zelf kaas te maken, vooral Italiaanse kazen omdat de markt daarvoor in Amerika sterk groeit.’

Dierenwelzijn
De massale en mechanische wijze waarop melkvee wordt gehouden in Amerika, kan misschien weerzin opwekken. Galama denkt echter dat juist grote bedrijven oog hebben voor dierenwelzijn. ‘Als je groot bent, ben je juist genoodzaakt om de diergezondheid perfect in orde te hebben. Met vijftig koeien is het geen ramp als er vijf ziek zijn. Maar met duizend koeien kun je het je niet veroorloven om honderd zieke koeien te hebben. Het voordeel is dat het voor grotere bedrijven eerder rendabel is om een veterinair in dienst hebben.'
Galama verwacht dat schaalvergroting in de Nederlandse veehouderij op gang komt als veehouders gezamenlijk investeren in een nieuw bedrijf of op andere manieren samenwerken. 'Samenwerking tussen bedrijven is steeds vaker gespreksstof. Ik denk aan het uitwisselen van machines, uitbesteden van opfok, gezamenlijk mest vergisten, en regionale ploegendiensten voor het melken of dierverzorging.'
Provincies als Brabant bieden weinig mogelijkheid voor schaalvergroting, want een groot areaal grenst al snel aan andere bebouwing en dat betekent talloze beperkingen die voortvloeien uit milieuwetgeving. In de noordelijke regio's zoals in de Veenkoloniën zijn er betere mogelijkheden.
Maar een grotere veestapel hoeft niet altijd het doel te zijn, meent Galama. Meer doen met melk kan ook winstgevend zijn, zoals op de Dairy Adventure Centre gebeurt. 'We kregen in Amerika een folder over een nieuwe vinding, de mobiele kaasmakerij Cheese on wheels. Dit is een optie voor Nederlandse veehouders die niet in hun eentje willen investeren in een kaasmakerij. Mobiele melksystemen zijn ook een optie.'

Hormonen
In hun expansiedrift hebben Nederlandse veehouders wel een nadeel vergeleken met Amerikanen. ‘Amerikaanse boeren krijgen veel meer subsidie, als je alle premies voor gewassen en melkprijsondersteuning bij elkaar optelt. De Amerikaanse overheid koestert boeren, ook vanwege leegloop van het platteland.’
De reis door de VS heeft mooie indrukken achtergelaten, maar we hoeven zeker niet alles over te nemen, vinden de onderzoekers. Galama: ‘Amerikaanse melkveehouders spuiten koeien bijvoorbeeld vol met melkstimulerende en vruchtbaarheidsbevorderende hormonen. Het melkvee in Amerika leeft, misschien hierdoor, korter. Het komt vaak voor dat jaarlijks ruim vijfendertig procent van de veestapel wordt vervangen.’

Hugo Bouter

Re:ageer