Wetenschap - 1 januari 1970

Mobiliteit druk steeds zwaarder stempel op de architectuur

Mobiliteit druk steeds zwaarder stempel op de architectuur


Mobiliteit is van alle dagen, of liever immobiliteit. Mensen die met de
fiets naar hun werk kunnen, hebben elke ochtend de mogelijkheid hun
ochtendhumeur danig te verbeteren door op tv of radio te vernemen hoe lang
de files vandaag weer zijn. De doorgewinterde automobilisten zullen tv en
radio het liefst uitzetten, want ze weten wel dat ze bij de knooppunten
Oudenrijn, Coenplein of Hooipolderplein de 100 kilometer per uur niet
halen.
Mobiliteit levert in grote wereldsteden als Mexico City, Tokio en Los
Angeles een variatie aan problemen op, zo blijkt uit het boek 'Mobility' -
zeg maar de catalogus van de Architectuur Biënnale die op 7 mei aanstaande
start in Rotterdam.
Wat cijfers: rond Los Angeles rijden zes miljoen auto's jaarlijks 85
miljoen kilometer, in Tokio reizen 27 miljoen passagiers elke dag gemiddeld
64 minuten in het openbaar vervoer naar hun werk en is de gemiddelde
snelheid in het centrum vijftien kilometer per uur, en in Mexico City
vielen in 1985 de vogels letterlijk van de daken door de smog die de 2,8
miljoen auto's leverden.
Tegelijkertijd met 'Mobility' verschijnt bij dezelfde uitgever het boek 'In
transit', over wat mobiliteit betekent voor de stad op Nederlandse schaal,
in dit geval Rotterdam. Want Nederland kent geen grote steden, hoewel wij
Nederlanders wat megalomaan Amsterdam, Rotterdam en Den Haag daartoe
rekenen. In vergelijking met Los Angeles, Tokio en Mexico City begint de
hele randstad pas wat op een stad te lijken. Ter vergelijking: in Los
Angeles rijden evenveel auto's rond als in heel Nederland. Bekende
Rotterdamse verkeersknooppunten als het Kleinpolderplein, de Van
Brienenoordbrug en het Hofplein zouden in de echte grote wereldsteden lang
zo bekend niet zijn.
Mobiliteit is volgens de schrijvers van de twee boeken meer dan een
verzameling auto's, treinen, subways, wegen, vervuiling, lawaai,
opstoppingen - mobiliteit wordt in beide boeken gepresenteerd als een van
de belangrijkste ordende elementen in het stedelijke bouwwerk. ,,De meest
urgente en serieuze problemen van de steden zijn overduidelijk niet
architecturaal of esthetisch'', schrijft de Hongaarse architectuurcriticus
Tamàs Török in 'Mobility'. En de Japanse architect Hidetoshi Ohno stelt
zelfs dat het systeem van openbaar vervoer in Tokio belangrijker is voor de
vormgeving van de stad dan architecturale of esthetische overwegingen.
Dat transport en mobiliteit bepalend zijn voor de ligging en de bouw van
steden en dorpen is natuurlijk niets nieuws. Mensen vestigden zich namelijk
altijd op strategische plekken, waar handel mogelijk was, en daarvoor was
transport onontbeerlijk. Verkeerskundige Martin Guit en bouwkundige Harko
Stolte laten in 'In transit' zien dat ook de stad Rotterdam niet voor niets
op die plek in de toenmalige drassige delta ontstond, en geven ook aan dat
handel belangrijk was voor de groei van de stad, want vooral in tijden van
economische voorspoed ontstonden mogelijkheden om in infrastructuur te
investeren.
Mobiliteit is tot alledaagse werkelijkheid geworden. Sterker nog:
mobiliteit is leidraad voor de architectuur, de stedenbouw en de
landschapsarchitectuur. Dat is de boodschap die beide boeken uitdragen, en
ik moet zeggen dat de overdonderende manier waarop de boodschap word
gepresenteerd - met cijfers, foto's, teksten, grafieken - een overtuigende
indruk achterlaat en de gedachte oproept dat de huidige architectuur,
stedenbouw en landschapsarchitectuur veel te weinig rekenschap geven van
het veranderlijke landschap dat de mobiliteit oplevert.
Martin Woestenburg

Mobility - A Room with a View, NAi Uitgevers, ISBN 9056622579, 35 euro.

In Transit - Mobiliteit, stadscultuur en stedelijke ontwikkeling in
Rotterdam, NAi Uitgevers, ISBN 9056623001, 35 euro.

Re:ageer