Organisatie - 1 januari 1970

Mister Leeuwenborch vertrekt

De onbetwiste baas van de maatschappijwetenschappers van Wageningen Universiteit vertrekt. Op donderdag 27 oktober nam Piet de Visser afscheid. De Visser mag met zijn doorrookte stem, geiteharen sokken en sigarenas op zijn vaak wat sjofele pak, niet overkomen als de netwerker met de snelle babbel, toch was hij Wagenings kampioen relaties onderhouden.

'Ik werk hier al dertig jaar. Maar ik kan me niemand voor de geest halen die een hekel heeft aan Piet', zegt financiële man Frans van der Goot. In de Leeuwenborch, de thuisbasis voor de maatschappijwetenschappers van de universiteit was dr. Piet de Visser twee decennia de olieman die alles draaiend hield. Hij bluste brandjes, suste ruzies en vertegenwoordigde de belangen van de Leeuwenborch in het bestuurlijke circuit.
Toen er na de zoveelste bestuurlijke hervorming een directeur moest komen voor het nieuwe departement Maatschappijwetenschappen was sectordirecteur De Visser dé kandidaat. Vanwege zijn ervaring, maar ook omdat er onder de traditioneel verdeelde hoogleraren niemand was die op de steun van alle collega's kon rekenen.
Dat was wel een probleem, want de functie heette niet voor niets 'hoogleraar-directeur' en in het functieprofiel stond dat de hoogste baas ook de hoogste academische titel moest dragen. Even heeft de raad van bestuur daarom serieus overwogen om De Visser, die het onderzoek allang de rug toe had gekeerd, de hoogleraartitel te verlenen. Dat ging de universiteitsraad echter toch te ver. Uiteindelijk kreeg De Visser natuurlijk zijn aanstellingsbrief, maar daarin stond uitdrukkelijk vermeld dat hij de hoogleraartitel niet mocht dragen.
De Visser kwam in 1958 naar Wageningen om te studeren en is nooit meer weggegaan. Tijdens zijn studie bekleedde hij verschillende bestuursfuncties bij studentenvereniging SSR, onder andere die van voorzitter van de aan die vereniging gelieerde christelijke studentenvoetbalvereniging FC Sela. Hij promoveerde later op een proefschrift over agrarisch recht. En hij zat in de 'demokratiese' jaren zeventig al snel in allerlei raden.
Met wetenschappelijk onderzoek en onderwijs hield hij zich al snel niet meer bezig. Gewapend met sigaar en jenevertje was het borrelcircuit misschien wel de echte machtsbasis voor De Visser. Ruraal socioloog Jan Douwe van der Ploeg analyseerde in een afscheidsboekje de rol van De Visser. Die was volgens de socioloog zo belangrijk omdat hij een 'omgekeerde maatschappijwetenschapper’ is. Het gros van de wetenschappers is volgens Van der Ploeg prima in staat om een scherpe analyse te maken van de maatschappij buiten de deur van het kantoor, 'maar niet in staat om de eigen werksituatie te doorgronden'. Denk aan 'ontwikkelingseconomen die in de praktijk nog geen moestuin op vette Hollandse grond aan kunnen, maar wel menen boeren in Pakistan, Turkije of Honduras de maat te kunnen nemen.'
De Visser was het tegengestelde van de maatschappijwetenschapper omdat hij 'een haarscherpe kijk op de directe werksituatie van mensen heeft en op de daarin geldende verhoudingen. Aan die kijk koppelt hij een niet te miskenen vermogen om problemen op te lossen, zaken recht te trekken en belangrijke waarden met succes te verdedigen.' / KV

Re:ageer