Wetenschap - 26 april 2016

Ministerie wil schaapsherders tegemoet komen

tekst:
Albert Sikkema

Het beroep van schaapsherder is populair, maar er valt geen droog brood mee te verdienen. Dat blijkt (opnieuw) uit onderzoek van Alterra. Staatssecretaris Van Dam van EZ wil nu samen met de provincies en natuurbeheerders een oplossing vinden.

Veel herders verkeren in financiële nood, aldus Alterra. Op een kudde van 250 schapen legt de herder jaarlijks gemiddeld bijna 30.000 euro toe. ‘Daarbij ga ik uit van een cao-loon voor de herder van 35 euro per uur bruto’, zegt onderzoeker Raymond Schrijver. ‘In werkelijkheid verdient hij veel minder per uur.’

Er zijn in Nederland 47 bedrijven met zo’n 90 herders die verantwoordelijk zijn voor schaapskuddes op heidevelden. Daarnaast zijn er 73 bedrijven die schapen laten grazen op dijken en in graslanden en stadsparken.

De kuddes worden ingezet voor natuurbeheer, maar de vergoeding daarvoor is laag. Terreinbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten krijgen een subsidie van ongeveer 175 euro per hectare voor beheer van heideterreinen. ‘Die subsidie is gebaseerd op het grootschalig plaggen van heideterreinen om de vergrassing tegen te gaan, maar dat is te weinig voor een herder met schaapskudde’, zegt Schrijver. ‘Daarnaast zijn er specifieke provinciale subsidies voor de schaapskuddes, maar die lopen nogal uiteen. Vaak gunnen de terreinbeheerders het heidebeheer aan de herders via een Europese aanbesteding, maar deze marktwerking functioneert niet goed, stelt Schrijver. ‘Er zijn veel te weinig kopers. De herders zitten in een soort mangel tussen de terreinbeheerders en provincies.’

Schrijver stelt dat de schaapskuddes beter moeten worden beloond voor het behoud van biodiversiteit op de schrale zandgronden van Nederland. Bovendien moet de cultuurhistorische waarde van de schaapskuddes worden gehonoreerd. ‘Je kunt de schaapskudde zien als een levend erfgoed, met vaak bijzondere schaapsrassen. Bovendien hebben de kuddes het Nederlandse landschap gevormd. Ze zorgden er altijd voor een transport van meststoffen van de woeste grond in Drenthe en de Veluwe naar de esgronden en akkers aan de randen. Dat leverde een kleinschalig landschap op waarvan je de restanten nog kunt herkennen.’ Schrijver meent dat de herders een vergoeding moeten krijgen voor behoud van deze cultuurwaarde, ‘als de maatschappij behoefte heeft aan deze diensten’.

Staatssecretaris Van Dam lijkt hier gehoor aan te geven. Hij wil in overleg met de provincies en de natuurbeheerders over een betere vergoeding voor de herders. Ook treedt hij in overleg met het ministerie van Cultuur (OCW) over de cultuurwaarde van de schaapskuddes.

Ook in 2003 schreef Alterra een rapport over de slechte financiële positie van de schaapsherders, maar ze zijn er nog steeds. Schrijver: ‘Mijn verhaal is niet: de herder is zielig. De schaapskudde is een publiek goed. We moeten de vraag beantwoorden: hoeveel schaapskuddes willen we hebben op de hei? Nu wordt twintig procent van de heideterreinen begraasd door schaapskuddes, tachtig procent niet. Waarom niet? Dat is onduidelijk. Een netwerk van provincies, natuurbeheerders, Rijksoverheid en boeren bepaalt nu de inzet van schaapskuddes, maar ik heb geen idee wie de regie heeft. Hopelijk pakt de staatssecretaris de regie nu.’


Re:ageer