Organisatie - 1 januari 1970

Minister zet studiehuis op de helling

Minister Van der Hoeven wil meer ruimte voor kennisoverdracht in de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Scholen die dat willen mogen weer traditioneel lesgeven. Ze beweert tegemoet te komen aan klachten van hogescholen en universiteiten over het kennisniveau van aankomende studenten.

Deze klachten werden onder meer geuit in een evaluatie van het ministerie die medio oktober verscheen. Van der Hoeven kondigde toen aan dat ze de tweede fase wil herijken. Uit een nota aan de Tweede Kamer blijkt dat ze de deeltalen Frans en Duits in het vwo niet langer verplicht wil stellen, maar leerlingen wil laten kiezen voor één volledige taal. In de profielen economie & maatschappij en cultuur & maatschappij verruilt ze de verplichte deelvakken geschiedenis en aardrijkskunde voor vier “robuuste” vakken: twee verplichte en twee profielkeuzevakken. Bij het profiel economie & maatschappij wordt geschiedenis een (derde)verplicht vak, dat bovendien verzwaard wordt. Achterliggend doel van de minister: de versnippering en oppervlakkigheid in het onderwijs tegengaan.
Maar in het profiel natuur en techniek wil Van der Hoeven het verplichte aantal uren wiskunde terugschroeven en kiest ze juist voor meer deelvakken. In haar nota schrijft ze dat leerlingen wat haar betreft kunnen volstaan met ‘een degelijk vak wiskunde B’. Daarnaast staat het ze vrij profielkeuzevak wiskunde D (‘voortgezette wiskunde’) te kiezen. Overigens hoeft niet iedere school dit keuzevak aan te bieden.
Roel van Asselt, directeur van het LICA, gespecialiseerd in aansluitingsvraagstukken vindt dit vreemd. ‘In deze tijden van innovatie en kenniseconomie is het een merkwaardig anachronisme dat de minister snijdt in de exacte vakken.’
Onderwijskundige Dick de Bie is redelijk positief over de didactische ruimte die Van der Hoeven in haar nota lijkt te bieden aan docenten. ‘Onderwijshervormingen werken niet als de leerkrachten er het nut niet van inzien. Daarom is het goed dat de scholen meer ruimte krijgen om zelf na te denken over hun onderwijs, al moet ik nog zien hoe groot die ruimte in de praktijk wordt. Dat de minister de twee verplichte ‘deeltalen’ vervangt door één hele taal lijkt me logisch. Ik begrijp niet waarom luisteren, spreken en schrijven uit elkaar zijn gehaald, want die aspecten ondersteunen elkaar. Dat ze ook met natuurkunde, wiskunde en geschiedenis gaat schuiven, lijkt me minder zo zinvol. De problemen zitten vooral in de manier van leren, niet in de inhoud.’ / HOP

Re:ageer