Organisatie - 1 januari 1970

Minimale kans op vogelpestbesmetting

De kans dat nu via trekvogels in Nederland de vogelpest uitbreekt, ligt ruim onder de één procent. Toch is volgens de Wageningse experts de ophokplicht voor pluimvee goed te verdedigen. Wel vinden zij dat structurele maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat kippen ieder jaar tijdens de vogeltrek naar binnen moeten.

‘Als ik gedwongen wordt een schatting te maken, dan kom ik uit op eens in de vijfhonderd of duizend jaar dat vogelpest nu door trekvogels hier in de dierhouderij terechtkomt. Dat ligt in de orde van grootte van de drempelwaarde voor het overstromingsrisico: de overheid wil dat dijken zo hoog zijn dat er slechts eens in de duizend jaar een grote overstroming plaatsvindt’, zei prof. Mart de Jong, hoogleraar Kwantitatieve veterinaire epidemiologie tijdens de persbijeenkomst over de ophokplicht die Wageningen Universiteit maandag 22 augustus hield.
Op de bijeenkomst hielden ook trekvogeldeskundige drs Tom van der Have en de hoogleraar Dier en maatschappij prof. Elsbeth Stassen inleidingen over de recente vogelpestdreiging, nu in de Zuid-Oeral de aanwezigheid van de hoog pathogene variant van het virus is vastgesteld.
Volgens Van der Have is de situatie in Nederland bijzonder, omdat de concentraties van wilde watervogels en pluimvee hier extreem hoog zijn. Qua aantal en trekroute staan de kolgans, de smient en de kievit hoog op de lijst van mogelijke verslepers van de ziekte. De kans dat deze watervogels dit najaar vanuit de Zuid-Oeral Nederland bereiken is niet verwaarloosbaar klein. Ook komen zij tijdens hun trek in contact met grote aantallen watervogels uit oostelijker trekroutes.
Volgens Stassen moet de ophokplicht zeker ook bezien worden vanuit de maatschappelijke context, waarbij de meest recente uitbraak nog heel vers in het geheugen gegrift staat. Het risico is wel klein, maar de gevolgen zijn zeer groot. Zij wijst hierbij onder meer op de weerstand tegen het doden van grote aantallen (gezonde) dieren bij ruimingen en de besmetting van mensen.
Het ophokken van met name biologische kippen leidt volgens Stassen mogelijk wel tot meer gepik en welzijnsproblemen, maar veel van deze kippen brengen ook nu al een flink deel van hun tijd binnen door. ‘We beschikken over goede binnenvoorzieningen en de welzijnproblemen kunnen beperkt worden door goed management’, aldus Stassen.
Zij kreeg bijval van Nutreco-directeur en bijzonder hoogleraar Bedrijfsontwikkeling in de veehouderij prof. Leo den Hartog, de opsteller van het WUR-rapport ‘Pluimveehouderij en besmettelijke dierziekten’ in 2003. ‘Het is ook belangrijk dat we nadenken over maatregelen waardoor we niet elk jaar tijdens de vogeltrek over hoeven te gaan op een ophokplicht’. Selectief vaccineren van pluimvee dat naar buiten mag, is een van de mogelijkheden. / GvM

Re:ageer