Wetenschap - 5 juli 2001

Miniinterview: Veemarkt

Miniinterview: Veemarkt

Deze week protesteerden boeren en veehandelaren tegen een eventuele sluiting van de veemarkten. Honderdvijftig kilometer file was het gevolg van hun blokkade-acties. Volgens de handelaren zijn de markten essentieel voor een goede prijsvorming van slachtvee en kalveren. Hoe groot is de economische noodzaak van de veemarkt eigenlijk?

Kees de Bont, LEI:

"Dat is moeilijk te becijferen. Wat is eerlijke prijsvorming? Je zou kunnen zeggen dat, zolang er voldoende kopende partijen blijven en er dus geen monopolie ontstaat, het met de prijsvorming wel goed zit. Wat dat betreft maken de handelaren en de boeren zich denk ik terecht enige zorgen. Door de schaalvergroting in Europa wordt het aantal slachterijen steeds kleiner, de slachterijen en de grootwinkelbedrijven krijgen steeds meer macht over de keten. Die invloeden zijn echter moeilijk te kwantificeren.

Op de veemarkten worden hoofdzakelijk nuchtere kalveren en slachtvee verkocht. De kalveren worden door kalvermesters opgefokt voor de productie van blank kalfsvlees. Het slachtvee komt voornamelijk van melkveehouders. Gespecialiseerde vleesveehouders hebben we niet veel in Nederland. De weinige die er zijn, hebben vaak een directe relatie met een slachterij. Zij handelen niet via de veemarkt. Op dit moment wordt ongeveer de helft van de nuchtere kalveren via de veemarkten verhandeld. De andere helft vindt via andere kanalen hun bestemming, veelal via zogenaamde kalververzamelplaatsen.

Echt onmisbaar zijn de veemarkten dus niet, er zijn ook wel andere kanalen. Varkens werden vroeger ook op de markt verhandeld, maar dat mag sinds 1990 niet meer. Je ziet daar dat de varkens toch wel hun weg vinden naar de afzetkanalen. Het is moeilijk te berekenen of die beslissing nadelig heeft uitgepakt voor de prijs die de boeren ontvangen voor hun dieren. De prijsschommelingen in de varkenscyclus zijn te groot. Die maken een eventueel effect van de sluiting van de markt op de prijsvorming onzichtbaar. Je zou ook kunnen stellen dat het feit dat de varkens niet meer naar de markt vervoerd hoeven te worden een kostenbesparing betekent voor boeren en slachters.

Of de veemarkten op langere termijn in de huidige vorm economisch kunnen overleven, is de vraag. Door de inkrimping van de Nederlandse rundveestapel loopt de omzet van de veemarkten al jaren terug. Door de melkquota en de stijgende productie per koe loopt het aantal koeien in Nederland terug, en daarmee ook het aantal koeien dat verhandeld wordt op de veemarkt. Als de vaste kosten van de markt hetzelfde blijven, stijgen de marktkosten per koe.

Al met al is de toekomst van de veemarkten economisch moeilijk te voorspellen. Ik denk dat als de veemarkten overleven, je wel zal zien dat ze zullen vertrekken uit de stadscentra waar ze nu vaak gevestigd zijn. Het lijkt me gezien de hoge grondprijzen voor de markten logischer om te vertrekken naar de regio." | K.V.

Re:ageer