Wetenschap - 10 mei 2001

Miniinterview: Salmonellakip

Miniinterview: Salmonellakip

Volgens de Keuringsdienst van Waren is de besmettingskans van kip door salmonella en campylobacter vorig jaar toegenomen tot respectievelijk 21 en 31 procent. In 1999 was dat nog 18 en 24 procent. En dat terwijl het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE) streefcijfers had van tien procent salmonella en vijftien procent campylobacter. Zweden heeft het probleem kennelijk onder controle middels kleinschaligere pluimveebedrijven. Verder gaan daar alle besmette dieren naar de verwerkende industrie. Is het Zweedse model een optie voor ons land of kunnen we het besmettingsgevaar op een andere manier terugdringen?

Ing. Nico Bolder, ID-Lelystad:

"Er is de laatste jaren wel een dalende tendens ingezet voor de salmonellabesmetting bij kippenvlees. De incidentele stijging is mede toe te schrijven aan een salmonella-serotype paratyphi B var. Java, dat tegenwoordig vaker voorkomt bij een aantal bedrijven. Hierdoor is de besmettingskans relatief wat toegenomen, omdat dit type moeilijker lijkt te bestrijden. Ik wil wel opmerken dat veruit de meeste bedrijven salmonellavrij zijn.

Campylobacter kunnen we nog niet gericht aanpakken, omdat we niet weten waar de bacterie vandaan komt. We zijn nog druk bezig om analysetechnieken te ontwikkelen om de wegen te onderzoeken waarlangs de bacterie zich beweegt.

Om de dalende trend weer op te pakken, heeft het PVE eind vorig jaar forse aanvullende maatregelen genomen, waarvan hier enkele voorbeelden. Er komt extra toezicht op het reinigen van kratten en containers. Gegevens over besmetting worden doorgegeven aan navolgende schakels in het productieproces, zodat zij er op in kunnen spelen. Daarnaast is de controle verbeterd op de voergrondstoffen, zoals tarwe van eigen teelt. Vanaf januari worden alle ge?soleerde salmonella's getypeerd zodat tracering makkelijker is. Verder wordt sinds kort onderzoek gedaan in broederijen of besmetting ook via de lucht kan plaatsvinden.

Het Zweedse model zou de ultieme oplossing zijn, maar dat is niet haalbaar in Nederland. Ons land produceert jaarlijks vierhonderd miljoen kippen, waarvan er maar tachtig miljoen stuks kunnen worden afgezet naar de verwerkende industrie voor de fabricage van bijvoorbeeld kippensoep of kipsat?. De verwerkende industrie is gewoon niet groot genoeg. Verder zou de pluimveesector bij toepassing van het Zweedse model fors moeten inkrimpen. We zouden dan tachtig procent van de kippenhouderijen aan de kant moeten zetten. De Zweedse vleeskuikenproductie bedraagt namelijk maar een tiende van de Nederlandse, zo'n 45 miljoen stuks.

Door aanvaarding van het Zweedse model zou kip flink duurder worden. Hoeveel duurder, daar kan niemand antwoord opgeven. Daarnaast is nog maar de vraag of de consument die prijs wel wil betalen. Uit een onderzoek van het LEI blijkt dat de consument bereid zou zijn gemiddeld 1,23 gulden meer te betalen per kilo voor bijvoorbeeld biologische kip. Wat daar in de praktijk echter van terechtkomt, moeten we nog maar afwachten. Als de klant eenmaal in de supermarkt voor het vak staat, zal de prijs waarschijnlijk doorslaggevend zijn." | E.W.

Re:ageer