Wetenschap - 17 mei 2001

Miniinterview: Landbouwgif opruimen

Miniinterview: Landbouwgif opruimen

Meer dan 500.000 ton oude en vaak verboden gewasbeschermingsmiddelen, zoals aldrin, dieldrin, heptachloor en DDT, bedreigen de gezondheid van miljoenen mensen en het milieu van bijna alle ontwikkelingslanden. Dat schrijft de Wereldvoedsel- en landbouworganisatie FAO in haar rapport. Veelal gaat het om lekkende vaten en flessen, opgeslagen op openbare plekken in steden en dorpen, waar ook voedsel wordt bereid, kinderen spelen en vee rondloopt. Andere opslagplaatsen zijn te vinden in de buurt van akkers.

Het opruimen van de pesticiden kost drie dollar per liter. Het landbouwgif wordt voor dat bedrag verscheept naar Finland en daar verbrand. Is het een optie om het gif met behulp van micro-organismen op te ruimen?

Dr. ir. Gosse Schraa, laboratorium voor Microbiologie:

"Er zijn wel micro-organismen die stoffen als aldrin, dieldrin en DDT geheel of gedeeltelijk kunnen afbreken, er is alleen nog geen gecontroleerd proces dat we er op los kunnen laten. In een laboratorium is het wel mogelijk deze stoffen af te breken, maar daar heersen wel ideale omstandigheden. Daar kun je bij opgeslagen bestrijdingsmiddelen niet van spreken. Gebruik van micro-organismen voor het reinigen van grond is trouwens nog moeilijker. Het landbouwgif hecht zich aan gronddeeltjes en is slecht oplosbaar in water. Dat betekent dat de beschikbaarheid voor bacteri?n laag is en dat een eventuele afbraak maar heel langzaam zal verlopen.

Naast het gebruik van micro-organismen zijn er chemische methoden of kan het gif verbrand worden. Verbranding in Finland lijkt mij een goede oplossing, mits het onder gecontroleerde omstandigheden gebeurt. De verbranding moet bij hoge temperaturen plaatsvinden. Daarom is het ter plekke verbranden geen goede oplossing. Verder moeten we voorkomen dat de gassen in het milieu komen. Er ontstaan bij verbranding namelijk dioxineachtige verbindingen, die makkelijk in de voedselketen kunnen komen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, is verbranden een veilig, maar wel duur proces. Als op deze manier verontreinigde grond zou moeten worden schoon gemaakt, dan wordt dat kostbaar. Bijvoorbeeld bij het Griftpark in Utrecht zou verontreinigde grond tot dertig ? veertig meter diep moeten worden afgegraven. Dat is een enorm volume en daardoor een duur proces. Daarbij vergeleken is het vernietigen van vaten landbouwgif relatief minder duur, omdat het gif geconcentreerd is.

Als de opgeslagen pesticiden gaan lekken, kan dat zoals bekend schadelijke effecten op mensen en dieren hebben. Als DDT in de grond sijpelt kan dit uiteindelijk in de voedselketen terechtkomen. Bovendien blijven verbindingen als aldrin heel lang in de bodem zitten. Er moet dus haast gemaakt worden met het overpakken van de bestrijdingsmiddelen in nieuwe vaten, de verscheping en de vernietiging." | E.W.

Re:ageer