Wetenschap - 14 juni 2001

Miniinterview: Euro-commissarissen

Miniinterview: Euro-commissarissen

Vorige week konden we op http://europa.eu.int/comm/chat/fischler-byrne/index_nl.htm chatten over voedselveiligheid, handel en de toekomst van de landbouw met David Byrne, Europees commissaris voor gezondheids- en consumentenzaken, en Franz Fischler, Europees commissaris voor landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij. Wb ging het net op en wist de commissarissen aan de praat te houden.

Zal in de toekomst voedselproductie niet meer de belangrijkste functie van de landbouw zijn, maar landschapsbeheer, natuurbeheer en toerisme?

Primaire productie blijft bestaan, maar in toenemende mate zullen andere functies van de landbouw, zoals landschapsbeheer, belangrijk worden. Om een multifunctionele landbouw te stimuleren, moeten we ons beleid op het gebied van plattelandsontwikkeling versterken. En binnen dat raamwerk de milieudiensten die boeren kunnen en zullen leveren. Natuurlijk moet daarvoor de diversiteit van boerenbedrijven gestimuleerd worden. Milieucondities zijn overal in Europa verschillend en moeten daarom op lokaal niveau aangepakt worden. Dat is de essentie van plattelandsontwikkeling. Waarom zou een beheerder van het landschap of een verzorger van een goed milieu, die tegelijkertijd ook landbouwproducten produceert, niet een boer genoemd mogen worden? Het combineren van verschillende mogelijkheden, ook die van toerisme, maken van de multifunctionele boer een rurale ondernemer.

Kan de Europese Unie haar voorkeur voor multifunctionele landbouw, wellicht gestimuleerd met subsidies, wel verkopen aan Amerika in de onderhandelingen met de Wereldhandelsorganisatie?

De basis van de toekomst van onze landbouw is niet de mogelijke reactie van de Amerikanen. Die basis is de vraag of we aan de behoeften van onze burgers tegemoet kunnen komen. We hebben de kans in de doorgaande onderhandelingen, of in een nieuwe ronde, onze belangen te verdedigen. We hebben goede argumenten. De mogelijkheden voor producenten in de Europese Unie liggen vooral in het produceren van toegevoegde waarde, niet in bulkproducten. Onze exportcijfers wijzen erop dat dat ook al gebeurt. De Wereldhandelsorganisatie heeft niets tegen producten met toegevoegde waarde. We bedoelen ook niet dat we die producten moeten subsidi?ren. Onze agro-industrie produceert meer en meer concurrerende producten met toegevoegde waarde die heel goed verkopen op de wereldmarkt.

Voedselveiligheid is een belangrijk criterium voor toelating van producten tot de Europese markt. Is dat geen verkapte vorm van marktbescherming die ontwikkelingslanden de toegang ontzegt?

Ik geef toe dat dit een risico kan zijn. Daarom is het nodig dat we ontwikkelingslanden niet alleen een vrije handel gunnen, maar ze ook technische assistentie geven, zodat ze tenminste aan onze regels voor voedselveiligheid kunnen voldoen. We geven geen technische assistentie om onze eigen handel te stimuleren. De hulp is bedoeld om die landen te helpen de standaard van hun voedselexporten te verbeteren. Wat niet acceptabel is voor onze consumenten is onveilig voedsel op onze markt. Vergeet niet dat wij de grootste importeurs zijn van voedsel uit ontwikkelingslanden. | J.T.

Re:ageer