Wetenschap - 21 juni 2001

Miniinterview: Biologische legkip

Miniinterview: Biologische legkip

Onlangs kwam de Dierenethische Raad in Denemarken met een zeer kritisch rapport over de biologische leghennenhouderij. Dit adviesorgaan van de regering vindt het volledig onaanvaardbaar dat zestien procent van de biologische leghennen voortijdig sterft, tegen slechts vijf procent van de dieren in legbatterijen. Vooral pikkerij van de dieren onderling leidt tot deze uitval. Hoe is de situatie in Nederland?

Ir. Thea Fiks-van Niekerk, Praktijkonderzoek Veehouderij:

"In Nederland is het niet veel beter. De helft van de koppels biologische leghennen heeft pikkerijproblemen. Wij gaan uit van een uitval van gemiddeld twaalf procent en dat is zeker niet te hoog ingeschat.

Het probleem is bekend en de sector probeert er van alles aan te doen. Pluimveehouders proberen allerlei maatregelen uit, maar het probleem is niet simpel op te lossen. Er zijn ook pluimveehouders die er weinig last van hebben. Die besteden veel aandacht aan het managen van de dieren. Eventuele problemen zien ze op tijd en ze treffen direct maatregelen. Als er aangepikte dieren tussen lopen, zetten ze die direct apart of behandelen de wonden met een middel dat verdere pikkerij onaantrekkelijk maakt. Ze strooien ook extra graan of strooisel als afleiding. In noodgevallen dimmen ze het licht in de stal. Toch is het een ongrijpbaar probleem. Iemand die alles goed doet, krijgt niet altijd de pikkerij onder controle.

Verenpikkerij is eigenlijk omgericht bodempikken. Naarmate de dieren meer buiten lopen en we de uitloop interessanter maken met bomen, struiken of bijvoorbeeld ma?s, hebben ze meer afleiding. Als het slecht weer is en naarmate je noordelijker kom is het lastiger de dieren naar buiten te laten gaan.

We hebben het dier teruggebracht tot een machine waarin weinig fout kan gaan door het in batterijen te houden en de snavel te kappen. Als de dieren meer ruimte krijgen om hun natuurlijk gedrag te vertonen, is dat lang niet altijd het gedrag dat mensen prettig vinden.

In welk systeem het dierenwelzijn het best gegarandeerd is, kun je niet zeggen. Laat je diergedrag het zwaarst wegen, dan kom je uit op een extensief systeem met uitloop. Als er geen pikkerij optreedt, hebben biologische dieren het het best. Leg je echter de nadruk op diergezondheid en verzorging, dan kom je uit op de legbatterij. Er is bijna geen gezondere leghen te vinden dan de batterijhen. Ze zit in een stabiele groep, heeft altijd voer en water ter beschikking, verse lucht en het minste stof en ammoniak. Ook voor de pluimveehouder is de batterij het gezondst: er is weinig stof en hij hoeft weinig te bukken of vreemde bewegingen te maken.

Concluderend vind ik dat de sector de tijd moet krijgen om zich te ontwikkelen. Er wordt nog niet zo lang op grote schaal biologisch geboerd. Aan alle kanten wordt aan het probleem gewerkt: door pluimveehouders, fokkers en onderzoekers. Ik vraag me echt af of je een sector in ontwikkeling zo hard moet afrekenen." | M.H.

Re:ageer