Wetenschap - 16 december 2015

‘Mineralenconcentraat is goed alternatief voor kunstmest’

tekst:
Albert Sikkema
1

Uit landbouwkundig oogpunt kunnen akkerbouwers beter kunstmest gebruiken dan mineralenconcentraat uit dierlijke mest, constateert een Wageningse studie. Maar het concentraat kan toch een goed alternatief zijn, stelt Gerard Velthof van Alterra.

Het mineralenconcentraat, gemaakt uit de dunne fractie van dierlijke mest, is nog niet toegelaten door de EU als vervanger van kunstmest. Velthof coördineerde het onderzoek om na te gaan of het concentraat een goed alternatief is voor melkveehouders en akkerbouwers ter vervanging van kunstmest. De veehouderij, die kampt met een mestoverschot, wil dat graag.

De Nederlandse landbouw moet zich houden aan de Nitraatrichtlijn van de EU, bedoeld om de waterkwaliteit te verbeteren. Die richtlijn begrenst de stikstofgift op gras- en bouwland tot 170 kilo stikstof per hectare of, als de EU toestemming geeft tot derogatie, tot 230 a 250 kilo per hectare. Maar die mestfractie bestaat slechts voor 60 tot  80 procent uit werkzame stikstof. Bij de bemestingsnormen telt alleen het werkzame deel van de dierlijke mest. Daardoor is op veel bedrijven nog ruimte om naast dierlijke mest ook stikstofkunstmest te gebruiken

Het mineralenconcentraat, gemaakt uit dierlijke mest met de eigenschappen van kunstmest, wordt daarom gezien als gat in de markt. Het concentraat ontstaat in twee stappen. In de eerste stap wordt de dierlijke mest gescheiden in een dikke fractie, bestaande uit organische stof en fosfaat, en een dunne fractie, bestaande uit stikstof, kalium en water. Die dunne fractie wordt vervolgens ingedikt met behulp van omgekeerde osmose.

Veldproeven wijzen uit dat de beschikbaarheid van stikstof in het concentraat gemiddeld 80 procent is, ten opzichte van een 100 procent beschikbaarheid in kunstmest. Dat komt onder meer omdat het concentraat nog wat organisch stikstof bevat en omdat een deel van de stikstof vervluchtigt tot ammoniak, stelt Velthof. Uit landbouwkundig oogpunt presteert het concentraat dus minder goed voor een akkerbouwer dan kunstmest, concludeert zijn collega Rene Schils met het Nederlands Meststoffen Instituut in het Journal of the Science of Food and Agriculture.

Velthof, die niet bij deze studie betrokken was, ziet echter ook voordelen van het concentraat ten opzichte van kunstmest voor de akkerbouwer. Mineralenconcentraat is goedkoper dan kunstmest. Bovendien bevat het concentraat naast stikstof ook kalium, een belangrijke meststof voor bijvoorbeeld de aardappelteelt. En ten derde bieden potproeven perspectief op een stikstofwerking van 90 procent. ‘Financieel kan het interessant zijn.’ Duidelijk is ook dat het mineralenconcentraat niet leidt tot meer nitraatuitspoeling naar grond- en oppervlaktewater, en dus geen effect heeft op het realiseren van de doelstellingen uit de Nitraatrichtlijn.

Maar om het concentraat te kunnen gebruiken, moeten twee Europese richtlijnen worden aangepast. De landbouwlobby – voor toekenning concentraat – neemt het in Brussel op tegen de kunstmestlobby – tegen toekenning. ‘Dit speelt al jaren’, zegt Velthof. ‘De pilot loopt al vanaf 2008, we zijn nu klaar met het onderzoek. Het is wachten op de uitspraak in Brussel.’

Rapport over mineralenconcentraat.

Re:acties 1

  • Romke Postma

    NMI staat sinds 1997 voor Nutriënten Management Instituut (www.nmi-agro.nl). Het artikel van René Schils is gebaseerd op een studie die een aantal jaren geleden is uitgevoerd door NMI en Alterra. Daarin werd geconcludeerd dat de wettelijke status van het mineralenconcentraat (kunstmest of dierlijke mest) voor de akkerbouw niet/nauwelijks van belang is. In geen van de meststofplannen van de modelbedrijven werd meer dan 170 kg N per hectare toegediend via dierlijke mest. Zie Zie https://nmi-agro.nl/images/themas/prikbord/Rapport_producten_mest.pdf.

    Reageer

Re:ageer