Wetenschap - 5 september 2002

Minder vlees eten als het toppunt van welvaart

Minder vlees eten als het toppunt van welvaart

Van de hoogleraar veehouderij mag het best een onsje minder

Vlees eten is in het Westen op zijn retour, maar in ontwikkelingslanden zijn vlees en melk juist vaak gewenste luxe producten. Staan we aan de vooravond van een onstuimige vraag naar dierlijke producten en wat betekent dit voor de dierhouderij? Professor Akke van der Zijpp beklimt de piramide van Maslov op zoek naar antwoorden.

Het is haast een contradictio in terminis: een hoogleraar uit de veehouderijhoek die hoopt dat mensen niet te veel vlees eten. Prof.dr.ir. Akke van der Zijpp, hoogleraar Dierlijke Productiesystemen, is blij met cijfers die aangeven dat Nederlanders minder vlees eten. Maar bovenal hoopt ze dat mensen in ontwikkelingslanden niet het voor hen begeerlijke 'elke dag vlees'-patroon zullen gaan volgen op de weg naar meer welvaart. "Dan kan de stijging van de productie de consumptie niet bijbenen", aldus Van der Zijpp.

Veehouderij is meer dan het opstuwen van de productie van vlees en melk. Ze spreekt dan ook liever van dierhouderij. Daar valt alles onder, zowel het gebruik van een koe in de tropen voor trekkracht als de omgang met dieren op een zorgboerderij in het rijke westen. Ze betrekt nadrukkelijk menselijk gedrag bij haar onderzoek en onderwijs. Hierbij maakt ze veelvuldig gebruik van de piramide van Maslov: een voor sociologen overbekende driehoek, voor veetelers een relatief onbekend fenomeen. Ze tekent hem snel op het papier voor zich. Kortweg laat de piramide zien dat mensen verschillende soorten behoeftes hebben. Pas als de ene soort behoefte bevredigd is maken mensen zich druk om een volgende. Pas als je voldoende eten en drinken hebt ga je je bekommeren om veiligheid, gezondheid en onderwijs. Daarna komen waardering en acceptatie, dan eigenwaarde. De top is de laag van de zelfontplooiing. In theorie zou iedereen al die lagen doorlopen.

Hoogste ideaal

Inwoners van rijke landen zijn al aardig ver verwijderd van de onderste laag. Iedereen heeft te eten en te drinken. Ook de volgende lagen zijn voor de meeste mensen gegarandeerd. Velen zitten aan de top. Je ziet dan dat mensen het niet meer nodig vinden elke dag vlees te eten. Recent marktonderzoek laat zien dat 24 procent van de Nederlanders elke dag vlees eet. Vijf jaar geleden was dat nog vijftig procent. Ook is al langer bekend dat jongeren minder vlees eten dan ouderen.

In ontwikkelingslanden ligt dat anders. Arme Chinezen zien het als het hoogste ideaal om elke dag varkensvlees te eten. Mensen uit India willen graag melk en melkproducten consumeren. Probleem is dat een grotere consumptie van vlees een nog grotere productie van granen vergt. Van der Zijpp vraagt zich dan ook af of hoe realistisch de scenario's van het International Food Policy Research Institute (IFPRI) zijn. Dit instituut voorspelt dat de productie de toenemende vraag naar voedsel kan bijbenen. Van der Zijpp is daar niet zo zeker van. Wellicht heeft het IFPRI de vraag naar dierlijke producten te laag ingeschat, denkt ze. Tenzij de piramide van Maslov niet absoluut is. Ze pakt hem er weer bij. "Misschien kan je wel een sprong maken. Daarmee schakel je uit dat je eerst naar meer dierlijke productie toe moet. Het kan ook zijn dat je met bepaalde maatregelen, zoals onderwijs, bepaalde stappen sneller kan laten verlopen. Daar win je ook al heel veel mee."

Koe als spaarvarken

Ook de manier waarop een land omgaat met zijn dieren heeft volgens Van der Zijpp te maken met de piramide van Maslov. In de tropen is een koe, een geit of een schaap vaak meer dan een dier dat voedsel levert. De voornaamste functie is bijvoorbeeld die van spaarvarken of van leverancier van trekkracht of status. Dat vraagt om ander onderzoek dan als het dier vooral een hoge productie moet leveren. "Nu wil je weten, hoe houd je de dieren gezond en hoe voed je ze dan? Dat is belangrijker dan dat ze tien liter melk per dag geven. Hoogproductieve dieren stellen namelijk ook hogere eisen." Naast de driehoek tekent Van der Zijpp een langwerpige kolom. In het midden staat primaire productie. Hierbij schrijft ze functies als bank en trekkracht. Die komen overeen met de onderste lagen van de piramide.

Onder primaire productie schrijft ze zorg, recreatie en sport. Dit zijn nieuwe functies van dieren die vooral in de rijke Westerse landen naar boven komen, betoogt de hoogleraar. Ze zitten meer aan de top van de piramide.

Je ziet het onvermijdelijke gebeuren. Op de weg naar meer welvaart wordt de primaire landbouw minder belangrijk en verschuift naar multifunctionele landbouw.

Nu al raakt de primaire productie in het Westen op de achtergrond, denkt Van der Zijpp. "Ik heb net een film gezien over het MKZ-dossier. Daarin zeiden ze dat van de 2900 bedrijven die betrokken waren bij de ruiming er 1800 kleine bedrijven waren met alleen hobbydieren. Dat is qua aantal dieren niet veel, maar je ziet dat de verhouding tussen het aantal families dat betrokken is bij de voedselproductie verandert."

Dit soort veranderingen zijn ook terug te vinden in cijfers uit de Verenigde Staten. Volgens Van der Zijpp geven de Amerikanen 1,5 tot 1,6 maal zoveel uit aan recreatie dan aan voedsel en drinken. Nederland en de rest van West-Europa zullen volgen. Haar ideaalbeeld is dat West-Europa zelfvoorzienend zal zijn in het basisvoedselpakket. "Je moet niet afhankelijk worden van derden. In het meest extreme geval kan er oorlog uitbreken. Maar ook de controle op kwaliteit en milieu kan je beter doen als de productie dicht bij huis ligt." Vooral rondom de grote steden zal de landbouw zich verbreden, is haar overtuiging. Paardenhouderij en andere vormen van recreatie zullen de overhand krijgen.

Voor zichzelf is Van der Zijpp al hard bezig om de weg van de primaire productie te verlaten. Haar leerstoelgroep houdt zich al bezig met systeemonderzoek in natuurgebieden. En als het aan haar ligt zullen konijnen, paarden en andere dieren, die niet direct voedsel opleveren, binnenkort volgen.

Leonore Noorduyn

Re:ageer