Wetenschap - 11 januari 2001

Minder lachgas uit de veehouderij

Minder lachgas uit de veehouderij

vervolg van pagina 1

Begin dit jaar zei nobelprijswinnaar prof. Paul Crutzen al dat Wageningen UR veel kan doen om nieuwe wegen te vinden in de landbouw ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De grote uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij werd volgens hem nog onvoldoende erkend. Met name het overvloedige gebruik van kunstmest leidt volgens hem tot grote emissies van lachgas. Het onderzoek van Alterra bevestigt zijn standpunt. Hieruit blijkt namelijk dat de landbouw met de 'best management practices' de emissie van lachgas met zo'n dertig procent kan verminderen

Lachgas ontstaat voornamelijk uit stikstofomzettingen in de bodem. Vooral het intensieve gebruik van kunstmest leidt tot grote emissies van lachgas. Wereldwijd is de bodem verantwoordelijk voor ongeveer zeventig procent van alle lachgasemissies terwijl industrie, verkeer, verbranding en oppervlaktewateren voor zo'n dertig procent bijdragen. Lachgas draagt wereldwijd gezien zes procent bij aan het broeikaseffect, maar in Nederland draagt het voor negen procent bij. Dit komt door het intensieve gebruik van mest en de aanwezigheid van relatief natte gronden, waaruit veel lachgas vrijkomt. Kooldioxide, methaan. lachgas en CFK's gezien als de belangrijkste broeikasgassen. De landen die het Kyoto protocol in 1997 hebben ondertekend, waaronder Nederland, hebben afgesproken de uitstoot van deze broeikasgassen met gemiddeld zes procent in de periode 2008 tot 2012 te verminderen ten opzichte van 1990.

In 1998 gaf het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in het rapport 'optiedocument voor emissiereductie van boeikasgassen' al aan dat de emissiereductie van broeikasgassen zoals methaan en lachgas een relatief goedkoop is vergeleken met de reductie van kooldioxide. Alterra heeft nu ook berekend dat de landbouw veel gemakkelijker de uitstoot lachgas kan verminderen dan die van kooldioxide. De maatregelen die genomen kunnen worden liggen op het gebied van bemesten, beweiding, waterbeheer, beheer van grasland en gewasresten. Sommige maatregelen zoals effici?nter gebruik van mest zijn niet alleen gunstig voor de lachgasreductie maar ook met het oog op de mineralenafgifteregeling MINAS, die boeren stimuleert de stikstofoverschotten te verminderen. Maar de maatregelen vergen soms wel een groter omschakeling in de bedrijfsvoering van boeren. Een optie voor veehouders is bijvoorbeeld de koeien langer in de stal te houden. De drijfmest kan dan worden gebruikt voor op het land en beter worden verspreid. Daardoor is minder kunstmest nodig en neemt de lachgasemissie af. Die maatregel vergt echter wel flink wat arbeid van de veehouder. H.B.

Re:ageer