Wetenschap - 1 januari 1970

Minder herbicidengebruik doet onkruid hardnekkiger groeien

Minder herbicidengebruik doet onkruid hardnekkiger groeien

Minder herbicidengebruik doet onkruid hardnekkiger groeien

Onkruidkundigen willen resistentie tegen gif voorkomen

Steeds meer boeren spuiten minder herbiciden dan ze gewend waren. Maar lage doseringen bestrijdingsmiddel kunnen onkruid gevaarlijk resistent maken: het resterend onkruid blijft langer groen, wordt groter en geeft meer zaden. Hiervoor waarschuwde dr David Ketel op een workshop over onkruidbestrijding op 1 april


Ketel nam met de workshop afscheid van zijn werk bij het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO). Zijn ontdekking van de ongewenste reactie van onkruiden op lage doseringen herbiciden deed Ketel tijdens onderzoek naar de zogeheten Minimum-Letale Herbiciden-Dosering. Van deze MLHD-methode is hij de grondlegger. Met de methode kan de boer tot negentig procent van de herbiciden besparen. Voor de boer gaat spuiten plukt hij een aantal onkruiden en weegt deze. Aan de hand van een formule berekent hij hoeveel middel het onkruid nodig heeft om dood te gaan; slechts zo weinig spuit hij. Na twee dagen meet de boer met een chlorofyl-fluorescentie-apparaat de levensvatbaarheid van het onkruid. Alleen als het onkruid nog levensvatbaar is, spuit hij nogmaals

In zijn experimenten met de MLHD-methode volgde Ketel het onkruid nauwgezet, iets wat tot die tijd weinig gebeurde. Bij bespuitingen werd altijd meer gelet op de effecten op de gewassen dan op het onkruid. Ketel: We weten nog veel te weinig over de fysiologie van onkruiden en hun interactie met het herbicide. Onderzoek hiernaar was lange tijd ook niet nodig. Pas de laatste jaren spuiten boeren met lagere doseringen. Vroeger spoten de boeren zoveel dat eenvoudigweg alle onkruidplanten dood gingen

Grassen

Prof. dr. Martin Kropff, hoogleraar Gewas- en onkruidecologie, beaamt dat er nog weinig kennis is over de fysiologie van onkruiden. Wat we weten over de opname en effecten van herbiciden op onkruiden is gebaseerd op vrij empirisch onderzoek. Het is ook heel ingewikkeld en er zijn heel veel herbiciden. De gewasbeschermingsfabrikanten testen de herbiciden wel, maar deze tests zijn vooral gebaseerd op trial and error. Zij zijn er ook niet op uit om te weten wat in een specifieke situatie de minimumdosering is. Zij zetten op het label de dosering die zeker effectief is onder alle omstandigheden.

Ook de MLHD-methode is niet volmaakt. De methode werkt voor eenjarige onkruiden. Grassen en meerjarige onkruiden doen nog niet mee. Daarbij is over de mechanismen nog te weinig bekend: hoe wordt het onkruidbestrijdingsmiddel opgenomen via het blad; hoe vindt het transport plaats; hoe wordt het afgebroken en bindt het zich aan de plek waar het zijn werk moet doen; en hoe maakt de plant het middel soms onschadelijk? Het zijn allemaal vragen die nog beantwoord moeten worden

De hoogleraar is samen met het AB-DLO bezig met een onderzoeksaanvraag om hier meer over te weten te komen. Begin mei wil hij financiering aanvragen bij STW voor twee aio's en een postdoc. Naast dit onderzoek wil hij ook aandacht voor de zogeheten ruimtelijke precisie, wat wil zeggen dat het middel alleen daar terecht komt waar het onkruid staat

De MLHD-methode en het concept van ruimtelijke precisie passen in het streven naar minder herbicidengebruik. Maar de ecologisering kan nog verder gaan. De groep van Kropff en het AB-DLO onderzoeken ook mogelijkheden om het gebruik van herbiciden helemaal achterwege te laten. Dat gebeurt op wat hij noemt systeemecologisch niveau. De onderzoekers trekken daarvoor alle beschikbare technieken uit de kast. Ze proberen een vals zaaibed voor het onkruid, een andere rotatie van de gewassen, gemengde teelten en gebruik van concurrentiekrachtige gewassen

Daarmee treden het AB-DLO en de Landbouwuniversiteit op als adviseur voor Albert Heijn. De retailer wil vanaf 2005 alleen nog producten in zijn schappen die geteeld zijn zonder herbiciden, zo werd duidelijk op de workshop van de onkruidkundigen. AH heeft geld uitgetrokken voor proeven met alternatieve bestrijdingsmethodes. Mislukt zo'n proef, dan krijgt de boer dat vergoed

Hazen

Albert Heijn moet bij een mechanisch alternatief als eggen wel oppassen, waarschuwde een teler in de zaal. Zijn ervaring met eggen in wintertarwe is dat alle hazen in het veld aan de eg verongelukten. De woordvoerder van AH dacht dat daar wel een oplossing voor te vinden is: Onderzoekers weten vast wel technieken te verzinnen om de hazen te verjagen, bijvoorbeeld een eg met een geluidssignaal.

Dr ir Leo Joosten, werkzaam bij VEWIN, de organisatie van waterleidingbedrijven, verwacht dat het niet eenvoudig is telers over te halen om af te stappen van de goedkope herbiciden. Daarin ziet hij een grote uitdaging voor het onderzoek. Dat moet inpasbare systemen zoeken die ook concurrerend zijn in guldens. Durf breed te kijken.

Dr ir Bert Lotz van het AB-DLO gaf aan met zijn onderzoeksgroep verschillende alternatieven te onderzoeken. Eon daarvan is de mogelijkheid om onkruiden met waterstralen te lijf te gaan. De haalbaarheidsstudie is nog niet openbaar maar oon ding wil hij er al wel over kwijt: Je hebt er helemaal niet zoveel water voor nodig als pessimisten voorspellen.


Foto Hans Dijkstra

Re:ageer