Organisatie - 1 januari 1970

Minder dierproeven door vogelpest

Het aantal dierproeven in Nederland is vorig jaar ruim veertien procent gedaald, blijkt uit het jaarverslag van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Bij Wageningen UR komt de daling in dierexperimenten voor een belangrijk deel op rekening van de vogelpestuitbraak.

Vorig jaar zijn in Nederland bijna 621 duizend dierexperimenten geregistreerd, in 2002 waren dat er nog 724 duizend.
Het aantal dierexperimenten bij de Animal Sciences Group (exclusief die van het departement Dierwetenschappen en inclusief CIDC-Lelystad) is met ruim zeventien procent gedaald van ruim 41 duizend tot ruim 34 duizend. Volgens drs Paul Kroon, proefdierdeskundige bij de Animal Sciences Group (ASG) is de uitbraak van de vogelpest een belangrijke reden voor de daling. ‘Door de uitbraak hebben vrijwel alle experimenten met pluimvee drie maanden stilgelegen’, aldus Kroon
Bij Wageningen Universiteit daalde het aantal dierproeven met ongeveer tien procent van bijna elfduizend in 2002 tot een kleine tienduizend in 2003. Proefdierdeskundige dr Frank van den Broek durft nog niet te zeggen of de geconstateerde daling een trend weergeeft. ‘Ik ben geneigd het nog even toe te schrijven aan de ‘natuurlijke variatie’ in het aantal proeven. Als er drie aio’s bij visteelt net met hun experimenteerwerk zijn begonnen of juist bezig zijn met het opschrijven van de resultaten, kan dat de jaarcijfers danig beïnvloeden. Het is wel de derde daling op rij en ruim tien jaar geleden zaten we nog op zo’n 25 duizend dierexperimenten. Op de lange termijn is er dus wel sprake van een duidelijke daling’, aldus Van den Broek.
Bij Wageningen Universiteit staan de vissen traditiegetrouw boven aan de topvijf van gebruikte proefdieren. Van den Broek: ‘Dat komt door het onderzoek voor de visteelt, dat hier sterk ontwikkeld is.’ Bij de Animal Sciences Group worden de meeste proeven gedaan met kippen, en landelijk is de muis het meest gebruikte proefdier. / GvM

Re:ageer