Wetenschap - 1 februari 2007

Minder darmpoliepen door beschermende plantenstof

Een tot dusver obscure groep verbindingen in plantaardige producten halveert de kans op darmpoliepen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van dr. Anneleen Kuijsten.

De door Kuijsten onderzochte stoffen zijn lignanen. Ze zitten in meergranenbrood, thee, groenten en fruit. Ze vallen onder de polyfenolen, een grote groep verbindingen in plantaardige voedingsmiddelen waarvan onderzoekers vermoeden dat ze beschermen tegen ziekten. Of lignanen dat ook doen is nog steeds niet duidelijk, maar op basis van Kuijstens onderzoek zou je dat wel verwachten.
Kuijsten keek in haar op Rikilt uitgevoerde onderzoek naar de concentratie enterolignanen in het bloed. ‘Enterolignanen zijn vereenvoudigde versies van de lignanen in voeding’, zegt de promovenda. ‘In de dikke darm hebben bacteriën er methylgroepen en hydroxylgroepen afgehaald.’
Bij gebruikers van antibiotica, die minder bacteriën in hun darmen hebben, is de concentratie enterolignanen in het lichaam gering. Bij mensen met constipatie is die concentratie daarentegen iets hoger.
Mensen met verhoudingsgewijs veel enterolignanen in hun bloed, hebben de helft minder kans op darmpoliepen dan mensen met lage concentraties enterolignanen, ontdekte Kuijsten. ‘Darmpoliepen zijn een voorstadium van darmkanker. Het merkwaardige is dat een hoge concentratie enterolignanen de kans op darmkanker weer niet kon verlagen.’
Kuijsten kon evenmin een verband vinden tussen enterolignanen en hart- en vaatziekten. Dat betekent echter niet dat lignanen dus geen gezondheidseffecten hebben, benadrukt de promovenda. ‘De opname van lignanen is goed, en het lichaam breekt lignanen naar verhouding langzaam af’, zegt Kuijsten. ‘Je vindt daarom vrij hoge concentraties enterolignanen in het lichaam. Omdat ze lijken op het vrouwelijke geslachtshormoon estradiol zouden ze de werking daarvan kunnen imiteren of juist blokkeren. De gezondheidseffecten van enterolignanen zouden daardoor vooral met hormoongerelateerde ziekten te maken kunnen hebben.’
Onderzoekers vermoeden dat lignanen de kans op borst- en eierstokkanker kunnen verminderen. Ook daarvoor is echter nog weinig bewijs gevonden. / Willem Koert

Anneleen Kuijsten promoveerde op 30 januari bij prof. Pieter van ’t Veer, hoogleraar Voeding en epidemiologie, en prof. Frans Kok, hoogleraar Voeding en gezondheid.

Re:ageer