Organisatie - 15 januari 2014

'Minder PhD'ers per begeleider'

tekst:
Roelof Kleis
1

Begeleiders zouden maar een beperkt aantal promovendi onder hun hoede mogen hebben. Dat verhoogt de kwaliteit van de begeleiding, stelt de Wageningen PhD Council (WPC).

Nu komt het te vaak voor dat de dagelijkse begeleiding van promovendi onder de maat is. Daarmee reageert de belangclub voor promovendi op het rapport ‘In Gesprek’ over ongewenst gedrag. Promovendi zijn vanwege de afhankelijke relatie met de (co-)-promotor kwetsbaar voor ongewenst gedrag, blijkt uit het rapport dat is opgesteld door een externe commissie onder leiding van emeritus hoogleraar Communicatiestudies Cees van Woerkum.

Promovendi klagen onder meer over de beperkte toegang tot begeleiders en het gebrek aan sturing en inhoudelijke kwaliteit. ‘Ik ken voorbeelden van PhD’ers die eens in de twee maanden contact hebben met hun begeleider en maar een beetje eenzaam op hun kamertje zitten te ploeteren’, zegt Jeroen Candel, voorzitter van de WPC. ‘Wij vinden dat PhD’ers recht hebben op een dagelijks aanspreekpunt. Maar sommige begeleiders hebben zoveel promovendi dat die begeleiding in de knel komt.’

Volgens Candel komt het voor dat begeleiders meer dan twintig promovendi onder hun hoede hebben. ‘Dan kun je zeggen: hij zal wel goed zijn, anders heeft-ie er niet zoveel. Maar je kunt ook zeggen: hij heeft het zo druk dat-ie geen tijd meer heeft voor een goede begeleiding. Het aantal alleen zegt niet alles, maar er is een grens waar boven het onmogelijk is om nog goede begeleiding te geven.’

Om de discussie over de positie van promovendi op gang te krijgen, heeft de WPC een negental aanbevelingen geformuleerd. Het promovendi-quotum is er een van. De WPC stelt verder voor om PhD’ers aan een buddy te koppelen. Met name buitenlandse promovendi hebben daar baat bij. Onderzoeksschool PE&RC heeft al zo’n buddy-systeem, waarbij een oudere promovendus de nieuweling de weg wijst in het Wageningse.

De WPC wil verder dat begeleiders op cursus gaan om PhD’ers beter te begeleiden. Mocht het toch mis gaan met een begeleider, dan moet de promovendus de mogelijkheid hebben om met behoud van fondsen een andere te kiezen. Mede op basis van de aanbevelingen van de promovendi heeft Wageningen Graduate Schools intussen een notitie geschreven over de positie van PhD’ers. De Raad van Bestuur moet daarover nog een besluit nemen.

 

Re:acties 1

  • Bastiaan Meerburg

    Waar het volgens mij om gaat bij begeleiding, is oprechte interesse en betrokkenheid bij het onderzoek. Je doet zo'n traject samen als kandidaat en begeleider, en als begeleider moet je ten alle tijden voorkomen dat hij/zij gaat ''zwemmen''. Vooraf plan ik daarom met PhD-ers/afstudeervakkers standaard afspraken in (iedere week of 2 weken bijv. een uur), zodat er voldoende tijd is om te overleggen. Als de afspraak niet nodig blijkt te zijn, laten we deze gewoon vervallen. Dit werkt perfect en voorkomt dat je er niet aan toekomt door de waan van de dag.

    Reageer

Re:ageer