Wetenschap - 20 april 1995

Milieuwetten belemmeren individuele bedrijfsvoering

Milieuwetten belemmeren individuele bedrijfsvoering

Minister Van Aartsen heeft, getuige zijn Prioriteitennota het beste voor met vernieuwende ondernemers die het milieu een warm hart toedragen. Maar, stelt de werkgroep Telen in de grond, de algemene regels en wetten van dezelfde minister belemmeren het onderzoek naar concrete oplossingen. Daarom zijn dringend ontheffingen vereist. Ruim baan voor lokale zelfregulering.


Tuinder Peter Bol is achterin de kas met zijn werknemers radijs aan het oogsten. Op hun knieen halen ze de fris rode knollen uit de grond. Anderhalf miljoen bosjes per jaar. Slechts 4 procent wordt in Nederland afgezet. Het overgrote deel, 72 procent, gaat naar Duitsland. Wij eten in Nederland chips en borrelnoten, maar Duitsers knabbelen bij een glas bier aan een radijsje." De Duitse consument is een kritische eter, dat bewees de boycot van Nederlandse tomaten en de hetze rond Neerlands varkensvlees. Dat noopt volgens Bol tot een actieve aanpak van milieuproblemen. De overheidsdoelstellingen zijn voor ons niet de belangrijkste reden. De consument vraagt erom, dat telt. Het milieu hoort nu bij de bedrijfsvoering, maar hoe precies is nog onduidelijk. Wij als tuinders willen zelf initiatief nemen, oplossingen zoeken en aantonen wat haalbaar is."

Bol is voorzitter van de werkgroep Telen in de grond. Deze tuinbouwgroep schreef onlangs in drie maanden tijd een Plan van Aanpak voor een experiment naar praktische en efficiente oplossingen voor de milieuproblematiek. Het plan is onderdeel van het rapport Praktijkexperimenten voor lokale zelfregulering dat eind maart werd aangeboden aan de Vaste kamercommissie van landbouw. Naast de tuinbouw-werkgroep, opperden ook vier andere landbouwgroepen milieuexperimenten. Ze schreven deze plannen zelf op verzoek van het ministerie van LNV, met steun van sociologen van de Landbouwuniversiteit.

Bol: Het initiatief startte toen de problemen en tegenstrijdigheden van wet- en regelgeving duidelijk werden. Jan Douwe van der Ploeg van de LUW-vakgroep Sociologie van de westerse gebieden deed ons eigenlijk het voorstel. Hij had een bedrijfsstijlen onderzoek in de tuinbouw uitgevoerd en kende daardoor meerdere tuinders. Hij vertelde dat als we andere dan generieke overheidsmaatregelen willen, de tijd rijp is voor concrete stappen. We willen nu met overheid, bedrijfsleven en instituten onderzoeken wat op milieugebied mogelijk is."

Lozingenbesluit

De vele ge- en verboden van de overheid vormen op veel bedrijven eerder een sta in de weg dan een stimulans. Het ontbreekt aan maatwerk. De initiatiefnemers willen naar eigen inzicht praktische en haalbare oplossingen kunnen uitwerken, waarvoor wellicht ontheffingen van wet- en regelgeving nodig zijn. Ze bestempelen zichzelf tot vernieuwers van de landbouw, die volgens de zojuist gelanceerde Prioriteitennota van minister Van Aartsen in principe kunnen rekenen op financiele ondersteuning.

De werkgroep, vertelt Bol, wil nader onderzoek doen naar de teelt van tuinbouwgewassen in de grond. Enkele jaren geleden bleek uit meerdere beleidsnota's van LNV dat grondteelt op termijn moest verdwijnen om emissie van schadelijke stoffen via het drainage water naar het oppervlaktewater te voorkomen. Gevolg was dat vanaf 1985 beleid en onderzoek werden afgestemd op substraatteelt. Informatie over de grondteelt was door het een-richting-beleid nauwelijks voorhanden en nu zitten we met regels die niet aansluiten bij de praktijk van de grondteler", meent Bol.

Het lozingenbesluit is zo'n steen des aanstoots. Het overheidsbeleid schrijft hergebruik van water voor, maar het Westland kampt met hoog grondwater en zoute kwel. Op sommige bedrijven staat het water dertig tot veertig centimeter onder de grond en dat is voor bepaalde teelten te hoog. Na onderbemalen ben je als tuinder verplicht dat water opnieuw te gebruiken. Maar misschien wel tachtig procent van het water komt van elders." Een ander probleem is het kwelwater. Het bedrijf van Bol ligt echter slechts enkele kilometers van het Noordzeestrand, waardoor het kwelwater veel te zout is. De werkgroep hoopt nu op tijdelijke ontheffing, zodat ze samen met het Wageningse Staring centrum kan werken aan de ontwikkeling van een gescheiden drainagesysteem. We willen onderzoeken of er mogelijkheden zijn om eventueel met dubbele drainagematten het zoute kwelwater te scheiden van het door bedrijfsactiviteiten verontreinigd water." Zo willen de telers voorkomen dat strikte toepassi
ng van het generieke lozingenbesluit automatisch leidt tot substraatteelt.

Praktijkinformatie

Grondteelt zal volgens Bol altijd blijven bestaan, vanwege teelttechnische dan wel economische redenen. Bij teelten met een lange levenscyclus of met veel planten per vierkante meter is substraatteelt niet economisch verantwoord. Neem nou radijs, daarvan heb je soms wel vijfhonderd planten per vierkante meter, hoe kun je dan met een waterdruppelaar alle planten water geven? Of neem de chrysant, daar is wel gekeken naar een wortelbevochtiger, maar die techniek is onbetaalbaar."

Als reactie op de eenzijdige koers richting substraatteelt verenigde zich begin jaren negentig een groep grondtelers. Mede op hun aandrang startte drie jaar geleden het proefstation in Naaldwijk wederom onderzoek naar de teelt in de grond. De eerste resultaten zijn volgens de radijsteler positief en wijzen uit dat grondteelt helemaal niet zo vervuilend is, mits mest- en watergiften zijn afgestemd op de behoeften van de plant. Op basis hiervan wil de werkgroep het onderzoek voortzetten bij bedrijven. Het is belangrijk dat wet- en regelgeving stoelen op de praktijk. Op het bedrijf hangt alles met alles samen, niets staat los van elkaar. Instituten en ministeries zijn veel te veel in een richting bezig. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat kijkt alleen naar waterkwaliteit, de rest interesseert ze niet. Wij moeten aan zoveel meer doelstellingen voldoen. Eerst is meer praktijkinformatie nodig. Nu al blijkt dat de verschillen enorm groot zijn. Enkele jaren geleden stelde het Wat
erschap dat het gemiddelde bedrijf jaarlijks zeshonderd kilogram stikstof per hectare op het oppervlaktewater loost. Inmiddels weten we dat de lozing van stikstof bij grondteelten onder de honderd kilo kan liggen. Dus moeten we meten en registreren."

Biologische bestrijding

Als Van Aartsen akkoord gaat met de plannen van de werkgroep, zal op twintig bedrijven worden geexperimenteerd met en gemeten aan de watergift, bemesting, compostering van organisch afval en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het thema energie is niet opgenomen. Als reden voeren de tuinders aan dat de energieproblematiek niet voortkomt uit gebrek aan kennis, maar uit de verslechterde economische situatie in de glastuinbouw. Daarnaast geldt energie geen onderdeel is dat alleen voor de grondteelt geldt.

Wel, vertelt de radijsteler, willen tuinders kijken of ze de overheidsdoelstellingen, zoals vastgelegd in het Meerjarenplan gewasbescherming, kunnen overtreffen. De consument wil een mooi schoon perfect produkt dat geproduceerd is zonder chemische behandeling". Uitgangspunt is het biologisch evenwicht tussen plant en bodem, omdat daarmee de weerstand van de plant kan worden verhoogd. Het evenwicht en bodemleven zijn momenteel grondig verstoord onder andere door oververzadiging van fosfaat. Daarom willen enkele tuinders experimenteren met de toevoeging van koolstof aan de grond. Hierdoor wordt vastgelegd fosfaat wellicht beter opneembaar voor planten en kan de fosfaatgift worden teruggedrongen. Een lagere bemesting sluit ook prima aan op het lozingenbesluit dat paal en perk stelt aan de uitspoeling van meststoffen op het oppervlaktewater.

Na herstel van het evenwicht is misschien biologische bestrijding mogelijk, maar daarbij lopen tuinders enorme financiele risico's. Bol: Er zijn bestrijdingsmiddelen nodig die corrigerend werken. Die middelen zijn weliswaar in voorbereiding, maar moeten nog worden toegelaten. Wellicht dat we voor ons experiment ontheffing van het verbod op gebruik vragen. Puur voor het geval dat het mis loopt."

Speelruimte

Een minder intensieve teelt kan ook de resistentie van het gewas verhogen. Ik denk dat we terug moeten naar een situatie die dichter bij de natuur staat. Steeds meer wint de gedachte terrein dat het voortdurend inzetten van technische middelen gericht op produktieverhoging ons uiteindelijk opbreekt. Ook de veredeling was altijd gericht op produktie en kwaliteit, waardoor de resistentieopbouw in het gedrang kwam."

In de experimenten moeten de tuinders door meten, registreren en analyseren zich bewust worden van hun bedrijfsvoering. Bol: Over tien jaar zeggen we dat we in 1995 nog niets van het milieu wisten. Ik vergelijk het met een auto uit 1938. Die had ook een stuur met vier wielen, maar is in al die jaren verder ontwikkeld en verbeterd. Zo zit het ook met milieuproblemen in de landbouw. De overheid heeft de bewustwording in gang gezet en mag nu randvoorwaarden stellen. Wel moeten die randvoorwaarden goed onderbouwd zijn. Dus als de overheid haar lozingenbesluit en Meerjarenplan gewasbescherming evalueert, moeten wij als werkgroep onze bedrijfsgegevens op een rijtje hebben en laten zien wat in de praktijk mogelijk is. Als er dan nog bedrijven zijn die hier bewust niet aan willen voldoen, dan kan wat mij betreft de overheid op die bedrijven ingrijpen."

Toch twijfelt Bol of de overheid de sector voldoende speelruimte zal geven. Ik vrees dat, als de doelstellingen niet worden gehaald, ze de normen zal aanscherpen en steeds meer middelen inzet, waarmee boeren en tuinders niet uit de voeten kunnen. Maar als we beter weten hoe het milieu werkt, ligt een praktische oplossing waarschijnlijk dichtbij. Het enige wat we nodig hebben is een iets praktischer instelling."

Re:ageer