Wetenschap - 21 maart 2002

Milieukundige tempert enthousiasme over ecoducten

Milieukundige tempert enthousiasme over ecoducten

Ecoducten, dassentunnels, overkappingen: natuurorganisaties willen er zoveel mogelijk aanleggen om de kleine natuurgebieden die we nog hebben in Nederland, met elkaar te verbinden. Zodat dieren en planten zich vrijer kunnen bewegen. Maar volgens drs Rampal Etienne kunnen de miljoenen die hiervoor nodig zijn soms beter besteed worden.

"De kleinste natuurgebiedjes kan je beter links laten liggen", zegt Etienne. "Die spelen voor de dieren- en plantenpopulaties op regionale schaal vaak toch geen rol." Hij vergelijkt het met de kleinste vakgroepen aan een universiteit. Die zijn dikwijls van weinig belang voor de universiteit, tenzij ze essentieel onderwijs geven of hoogwaardig onderzoek doen. Volgens hem is het in de natuur ook zo dat de kleinere groepen dieren of planten van een bepaalde soort weinig betekenis hebben voor het voortbestaan van de hele populatie. "Je kan je beter richten op de grote, gezonde groepen dieren en planten en bijvoorbeeld hun leefgebied vergroten."

Momenteel zijn natuurbeheerders in Nederland gefocust op het verbinden van natuurgebiedjes in het kader van de zogeheten Ecologische Hoofdstructuur. Terzijde gestaan door organisaties als Milieudefensie, steken ze veel energie in het bouwen van ecoducten, tunnels en andere bouwsels die ze ook wel 'ecologische corridors' noemen.

Maar de natuurbeheerders moeten niet te enthousiast worden, denkt Etienne. "In Zuid-Holland proberen natuurbeheerders alle natuurgebiedjes met elkaar te verbinden. Ze zouden echter eerst dit initiatief moeten afzetten tegen andere maatregelen. Want een ecoduct bouwen voor een natuurgebiedje van enkele hectares heeft weinig zin. Je kan de miljoenen beter besteden aan het uitbreiden en aan elkaar koppelen van de grootste natuurgebieden zoals het Groene Hart." | H.B.

Etienne promoveert op 26 maart bij prof. Hans Heesterbeek, hoogleraar theoretische veterinaire epidemiologie aan de Universiteit Utrecht en prof. Johan Grasman, hoogleraar wiskundige en statistische methoden.

Re:ageer