Student - 21 april 2016

‘Mijn droom is de Olympische Spelen’

tekst:
Linda van der Nat

Eerstejaars Economie en beleid Max de Voogt is een talentvol waterpoloër. Van het Fonds Niels Smith van Wageningen UR krijgt hij een financiële bijdrage, om topsport te kunnen combineren met zijn studie. ‘Met waterpolo kun je je geld niet verdienen.’

We spreken af in een café op de Markt. Dichtbij voor Max de Voogt, die in een studentenhuis in het centrum woont. ‘Met zeven jongens. Ze snappen dat ik een strak schema draai en steunen me. Natuurlijk maken ze er wel eens grappen over dat ik vroeg naar bed ga en niet zoveel bier drink als zij, maar daar kan ik wel om lachen.’

Max speelt waterpolo op topniveau, al sinds zijn tiende. Zijn beide ouders zijn ook waterpoloërs; zo kreeg hij de liefde voor het spel van huis uit mee. ‘Het is een heel snel spelletje. Je combineert fysieke kracht met snelheid en spelinzicht.’ Hij praat zoals hij in het zwembad is: snel. ‘Mijn kracht is mijn snelheid. Ik kan heel goed snel weg zijn, bijvoorbeeld bij een contra-aanval.’

Nederlands kampioen

24-STU foto waterpoloer 1.jpg

Max begon bij een waterpolovereniging in zijn woonplaats Woerden, maar al na een jaar stapte hij over naar het grotere UZSC in Utrecht. Hij speelt er op zijn twintigste nog steeds. Zijn kamer thuis-thuis is gevuld met bekers en medailles. Vorig jaar werd hij voor het eerst Nederlands kampioen bij de heren. ‘Dat kampioenschap was voor mij toch wel het ultieme doel: er is geen waterpoloteam in Nederland beter dan wij.’

In september begon Max aan een studie Economie en beleid in Wageningen. Om zich te focussen op zijn studie, stopte hij bij het Nederlands team. ‘Voorheen trainde ik 22 uur per week, dat is niet te combineren met een studie, ook omdat je met je reistijd zit. Ik had voor een studie in Utrecht kunnen kiezen, maar met waterpolo kun je je geld niet verdienen en na je dertigste is het wel klaar. Je moet dus echt iets hebben om op terug te vallen en de studie in Wageningen sprak me meer aan.’

Discipline

De combinatie van topsport en studie valt Max zwaar. Hij traint elke maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Op zaterdag staat er regelmatig een wedstrijd op het programma. ‘Op trainingsdagen ben ik vanaf vier uur ’s middags bezig om op tijd in Utrecht te zijn. Om tien uur ’s avonds ben ik pas weer thuis. In die tijd kan ik dus niets aan mijn studie doen. Groepswerk is lastig te plannen, en ik kan er niet altijd bij zijn. Ik moet dat compenseren door gedisciplineerd te werken. Dat lukt me wel, ik ben het gewend, maar ik moet er wel hard aan trekken.’

Dit jaar zijn de Nederlandse waterpoloërs niet bij de Olympische Spelen. De heren liepen de kwalificatie net mis. ‘Dat ging heel lullig, met penalty’s.’ De kans dat Nederland er de volgende keer wel bij is, is aanwezig, denkt Max. Of hij in 2020 in de Nederlandse selectie zit, durft hij niet te voorspellen. ‘Ik wil eerst dat de studie 100 procent is. Maar als dat op de rit is, is het mijn droom om met het Nederlands team naar de Olympische Spelen te gaan.’


Fonds Niels Smith

24-STU klein portretje bij kader Eva HovenKamp.png

Het Fonds Niels Smith van Wageningen UR geeft ieder jaar financiële steun aan twee jonge topsporters. Het is een aanvulling op de toekenning van extra studiemaanden vanuit het topsportprogramma van de universiteit (FOS). Behalve Max de Voogt heeft dit jaar ook eerstejaars Gezondheid en maatschappij Eva Hovenkamp een bijdrage gekregen uit het fonds. De sprinter, gespecialiseerd in de 100 en 200 meter, won bij het laatste NK een bronzen medaille op de 200 meter. Eva is momenteel op trainingsstage in Florida.


Re:ageer