Wetenschap - 1 januari 1970

Mijn biologische klok is nog helemaal in de war

Mijn biologische klok is nog helemaal in de war

Mijn biologische klok is nog helemaal in de war

Leen Peterse, Proeftechnisch medewerker Unifarm

Twaalf mensen moesten eruit bij Unifarm in verband met de bezuinigingen. Leen Peterse was er oon van. De jongste van de twaalf, 55 jaar, maar met de meeste dienstjaren: 38. Net twee jaar te weinig om in aanmerking te komen voor een volledig pensioen. Hij bofte: de LUW nam hem over van haar sector Unifarm, zodat hij die twee jaar vol kan maken. Toch leidt hij inmiddels een leven in ruste: hij hoeft die twee jaar niet te werken. Peters zit thuis, in zijn knusse woning. Een prima regeling. Genoeg te doen hier, hoor! Ik heb nog vijf jaar achterstallige klussen.


In 1960 begon Leen Peterse als technisch medewerker bij de vakgroep Plantenfysiologisch onderzoek in het monumentale Schip van Blaauw, een gebouw halverwege de Wageningse Berg. Peterse kwam van de Vakschool voor Bloemisterij en volgde cursussen Groenten- en Fruitteelt

Ik was verantwoordelijk voor het klimaat in de kassen, zoals vochtigheid, temperatuur en daglengte. Dat regelde ik naar gelang de wens van de onderzoeker. Ik zorgde voor een goed programma, zaaide en verzorgde de planten en bloemen die nodig waren voor practica en onderzoek.

Ook het schoonmaken van de kassen nam hij voor zijn rekening, want als de studenten blaadjes nodig hadden voor een practicum gingen ze meestal onhandig te werk, gooiden planten om en maakten er een modderige troep van. En de kassen zaten Peterse aan het hart gebakken

In 1992 werd hij overgeplaatst naar het nieuwe Botanisch Centrum. De Banaan noemen we dat gebouw. Het valt onder Unifarm. Ik kwam daar te werken in de kelder. Dat viel tegen. Bij Plantenfysiologisch onderzoek werkte ik ook in de kelder, maar die lag maar half onder de grond, dus er was daglicht. In de kelder van De Banaan is alleen kunstlicht. Daar heb ik zes jaar gewerkt. Ik wist niet of het dag of nacht was, of het regende of dat de zon scheen.

Peters moest leren omgaan met de pasgebouwde klimaatcellen - kassen voor de leek - die in de kelder staan. Een programmeur legde hem uit hoe hij de computergestuurde apparatuur moest gebruiken. Ik heb er drie maanden over gedaan en ging elke avond terug om er wijs uit te worden. Het is me gelukt. Ik maakte hele schema's voor de computers. Ik werd ingeschakeld bij de storingsdienst en de inbraakpreventie, kreeg de sleutels van de kassen. Als ik weekenddienst had, werd ik 's nachts vaak opgepiept. Maar het ging allemaal soepel en prettig. Ik heb het best naar mijn zin gehad. De leiding, de mensen... ik kijk er ook nu nog heel positief tegenaan.

Vorig jaar september werden ze bijeen geroepen in de Kortenoordkas. Bezuiniging! Als er twaalf man uit zouden gaan, kon dat geld worden gebruikt voor reorganisatie. Als je interesse had, kon je je opgeven. We werden niet voor het blok gezet, het was geheel vrijwillig. Ik had wel interesse en gaf me op, anders was ik er toch met veertig dienstjaren uitgegaan. Een collega en ikzelf kregen niet direct ontslag - we mogen blijven tot 2001. Niet bij Unifarm, maar bij de LUW. Dan heb ik veertig dienstjaren, dus een volledig pensioen. Nou, dat is een hele goeie regeling. Daar ben ik best tevreden mee. Zijn echtgenote knikt; ze is bijzonder ingenomen met de bof van die twee jaar. En Leen gewoon gezellig thuis

Kwam het uit de lucht vallen? Nou ja, je hoorde wel eens geruchten. Maar het was toch een klap voor ons. Vooral voor de mensen met minder dienstjaren.

En als niemand had willen vertrekken? Peterse lacht, haalt zijn schouders op. Dan zouden ze het zelf regelen... dan was het niet meer vrijwillig. Aarzelend: Ik geloof ook niet dat iedereen er zo gelukkig mee is. Er was iemand van 64 bij. Met minder dienstjaren dan ik. Dan pakt het natuurlijk financieel anders uit.

Zes jaar lang zat Peterse vier meter onder de grond. Mijn biologische klok is nog helemaal in de war. Mijn huisdokter noemt mij de mol! Om zes uur word ik wakker en dan moet ik opstaan, ik kan niet anders. Dat moet nog wel wennen! L.W

:E.C. de Groot (43) Liesbeth werkt sinds 1981 als onderzoeksassistent en voorraadbeheerder voor het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, dat gevestigd is bij het CPRO-DLO. De Groot rondde een mbo-opleiding af. Zij weet blindelings de weg tussen de tienduizenden zaden, de eigenlijke genetische bronnen, die zijn gecategoriseerd en opgeslagen in de voorraad van het centrum

J. de Groot (32) Joost werkt sinds 1997 als systeembeheerder bij de sectie Bodemkunde en plantenvoeding van de LUW. De Groot rondde een hbo-opleiding bedrijfskader af. Bij het systeembeheer komt niet alleen inzicht in programmatuur kijken. Regelmatig moet de systeembeheerder met een simpele schroevendraaier in de weer om alles aan de praat te krijgen of te houden

Re:ageer