Wetenschap - 1 januari 1970

Met loeien zegt de koe 'hier ben ik'

Met loeien zegt de koe 'hier ben ik'


Hoe benader je een koe? Het is een van de vele vragen die dierenarts Jan
Hulsen beantwoord in zijn boek Koesignalen. Koeien kunnen met hun aan de
zijkant van de kop gelegen ogen vrijwel hun gehele omgeving zien, maar
alleen recht van voren kunnen ze afstand inschatten. ,,Om die reden is het
verstandig een schuwe koe van opzij of schuin van achteren te benaderen,
want dan ziet ze niet goed dat je dichterbij komt. Een makke koe benader je
juist van voren, want zij wil je juist heel goed zien.''
Koesignalen is duidelijk een boekje voor veeboeren, maar ook voor de in
landbouwhuisdieren geïnteresseerde leek vallen er wel interessante
inzichten te verwerven. Dat koeien elkaar bespringen, aan elkaar snuffelen
en elkaar likken is bijvoorbeeld niet, als de dartele paarden die springen
in de lentewei, een teken van vreugde maar een indicatie dat de koe
vruchtbaar kan zijn. Dat duurt 18 tot 25 dagen en is dus belangrijk voor de
boer om te kunnen herkennen. Hulsen hanteert een puntensysteem (slijmen 3
punten, onrust/vechten 5 punten, besprongen door anderen, blijft niet staan
10 punten, snuffelen/likken aan kling van andere koe 10 punten, kin op
kruis van andere koe 15 punten, andere dieren bespringen 35 punten, andere
dieren bespringen aan kopkant 100 punten, staande tocht 100 punten).
Koeien zijn kuddedieren. Meestal verzamelen de dieren zich in koppels van
tien tot twaalf leden, vaak leeftijdsgenoten die gezamenlijk zijn
opgegroeid. Die kleinere groepen horen veelal thuis in grotere koppels van
vijftig tot zeventig runderen. ,,Men denkt dat dit het maximale aantal
dieren is dat de koe kan onthouden'', schrijft Hulsen. Die koppels vormen
samen de kudde, die in natuurlijke toestand vaak niet groter wordt dan
tweehonderd runderen.
Het karakter, de leeftijd, de grootte en het gewicht bepalen de rangorde in
de kudde. De hoogste in rang hebben het recht om als eerste te mogen
vreten. Vaak staan de oudere koeien bovenaan, vaarsjes beginnen onderaan.
De sociale omgang gaat met kleine signalen, zoals een oudere dominante koe
die met een zwaai van haar kop een ondergeschikt dier haar plaats wijst,
waarop het ondergeschikte dier vluchtgedrag simuleert. Loeien speelt
hierbij geen rol. Het enige wat een koe doet als hij loeit is zeggen 'ik
ben hier'. Elkaar likken bevestigt alleen de sociale band tussen koeien.
Nieuwe koeien krijgen meestal binnen een dag hun plek in de rangorde.
Met Koesignalen geeft Hulsen een goede indruk van de complexiteit van het
vakmanschap dat een veeteler moet beheersen. Naast de bovenstaande
voorbeelden staat het boek vol met praktisch tips. Ook geeft het boek een
indicatie van de manier waarop boeren met hun koeien omgaan. Zo hebben
koeienboeren veel gevoel en zorg voor het dier, zijn techniekboeren geneigd
om problemen met bouwsels, machines en standaardwerkwijzen op te lossen,
denken kostenbespaarders vooral aan de centen, en denkt de bedrijfsboer
zakelijk dat de koe een productiemiddel is dat als de tijd daar is
afgeschreven kan worden. Ik denk dat Koesignalen een pleidooi is voor de
koeienboer, voor de mens die gevoel heeft voor de koe en de vele problemen,
kwaaltjes, eigenaardigheden en hormonale cycli die dit dier doormaakt, en
voor de manier waarop de koe zich manifesteert in de stal of de wei.
Martin Woestenburg

Jan Hulsen, Koesignalen - Praktijkgids voor koegericht management,
Roodbont, ISBN 9075280475, 17,90.

Re:ageer