Wetenschap - 1 januari 1970

Met de angst in je botten

1

De leiding van de Landbouwhogeschool was in ’40-’45 nogal meegaand. Slechts een handjevol medewerkers en een twintigtal studenten verzetten zich actief tegen de Duitse bezetter. Oud-verzetsman ir Carel Gerritsen (83): ‘Ik vraag me nog wel eens af waar we de moed vandaan haalden.’

De pasfoto op de vervalste collegekaart voor 1943/1944 van Carel Gerritsen. / bron: Verzameling Facilitair Bedrijf WUR

In het laatste oorlogsjaar was Gerritsen – verzetsnaam ‘Gerrit’ - namens Wageningen waarnemend lid van de Raad van Negen, de centrale organisatie van het Nederlandse studentenverzet. ‘Toevallig omdat ik toen al in het bevrijde zuiden van Nederland zat en er geen Wageningse vertegenwoordiger meer was’, zegt hij.
Eerder was hij vooral actief geweest als leider van een Betuwse verzetsgroep die onderdeel uitmaakte van de Landelijke Organisatie (LO). Als student Tuinbouw onderhield Gerritsen ook regelmatig contacten met het verzet in Wageningen. De redacteuren van het illegale Wageningse studentenblad Cereales kende hij persoonlijk. ‘Oprichter Bob Lagerwerff was een jaargenoot en goede vriend van mij’. Verder was hij intensief betrokken bij de eerste drie nummers van Cereales die na de bevrijding verschenen (papier, organisatie, financiën), evenals bij de naoorlogse Studenteninlichtingendienst (SID).

Geen verzetsstemming
Gerritsen behoorde tot de grote groep studenten die in 1940 aan de studie in Wageningen begon. Juist vanwege het uitbreken van de oorlog en het ontbreken van militaire dienstplicht, schreven zich dat jaar 250 eerstejaars in. Het totale aantal studenten in Wageningen bedroeg 716 en de Landbouwhogeschool (LH) had 164 mensen in dienst, onder wie 25 hoogleraren en 5 lectoren. Gerritsen: ‘Er heerste toen nog helemaal geen verzetsstemming. Alles leek gewoon weer door te gaan’. Een groot deel van de Wageningse binnenstad was weliswaar verwoest door beschieting van de eigen artillerie vanaf de Grebbeberg, maar de universiteitsgebouwen hadden weinig schade opgelopen.
De studentenverenigingen hielden zich afzijdig van politiek en de meeste eerstejaars doorliepen de gebruikelijke groentijd. Een en ander is geheel in lijn met het algemene beeld: de bezetter bemoeide zich nauwelijks met het hoger onderwijs. Wel moesten LH-medewerkers in het najaar van 1940 de Ariërsverklaring voor overheidspersoneel tekenen. In Wageningen tekenden vrijwel alle hoogleraren de verklaring, zij het soms onder protest.
De studenten stonden over het algemeen afwijzend tegenover het nationaal-socialisme en de bezetter. Maar lang niet iedere student was bereid zich te verzetten. De meest strijdlustige studenten verrichtten hun verzetswerk buiten de universiteit in andere illegale organisaties. Het vroeg wegvallen van de studentenverenigingen, die vrijwel allemaal eind 1941 hun activiteiten stopten, maakte het moeilijk het verzet te organiseren. Cereales-redacteur Lagerwerff schatte vlak na de oorlog in dat er maximaal twintig Wageningse studenten actief waren in het verzet.

Loyaliteitsverklaring
De leiding van de LH probeerde vooral de hogeschool en haar instituten zo goed mogelijk door de oorlogsjaren heen te loodsen en zo min mogelijk op de tenen van de bezetter te gaan staan. Maar de situatie werd wat gespannen toen in september 1942 de pro-Duitse rector prof. Mees werd benoemd. En in 1943 barstte de bom met de instelling van de loyaliteitsverklaring die vooral werd ingegeven door de arbeidsinzet. Vanuit Nederland zouden 25.000 werkkrachten naar Duitsland gezonden moeten worden, waarvan 5.000 studenten.
In april 1943 werd van alle studenten die wilden doorstuderen verwacht dat zij de loyaliteitsverklaring tekenden en daarmee afzagen van verzet. Gerritsen: ‘Het zette de zaak op scherp en de arbeidsinzet werd gebruikt als stok achter de deur’. Als niet-tekenaar moest hij zich melden bij de arbeidsinzet en toen hij dat niet deed kreeg zijn moeder een brief ondertekend door SS-commandant Rauter waarin haar dwingend werd gevraagd maatregelen te nemen ten aanzien van de melding van haar zoon.
‘Dat was heel intimiderend’, herinnert Gerritsen zich. Net als veel van zijn jaargenoten dook Gerritsen onder. Hij volgde nog een tijdlang clandestien onderwijs bij ‘goede’ hoogleraren en assistenten. Het onderduiken was in het begin relatief eenvoudig. ‘Ikzelf stond officieel ingeschreven aan de Geertjesweg. Onofficieel huurde ik mooie grote kamers aan de Diedenweg. Het centrum probeerde je zoveel mogelijk te mijden, want er waren een paar notoire foute studenten die precies wisten wie wel of niet getekend had. Verder kon je nog wel over straat als je over de juiste papieren beschikte. Ik had later goede, mij door de LO ten behoeve van mijn verzetwerk verschafte, vervalste papieren waarmee ik meestal wel door de controles kwam. Ik reisde altijd heel vroeg, want voor half acht was de SS nog niet op’.

Kamp Amersfoort
In januari 1944 ging het echter helemaal mis. Gerritsen wilde die ochtend in Gouda op de trein stappen met in zijn bagage onder meer een lading vervalste persoonsbewijzen en bonkaarten. ‘De fiets had ik in de trein gezet, maar toen we vertrokken ontdekte ik dat ik de fietstassen met de papieren op het perron had laten staan. Ik ben in Woerden uitgestapt en teruggereisd naar Gouda en wonder boven wonder stonden de tassen er nog gewoon. Maar toen ik weer in de trein zat, werd ik gecontroleerd. Ik had niks aan mijn papieren want er werd toen een razzia gehouden door de SD (Sicherheitsdienst, GvM), waarbij iedereen die geboren was in 1922 mee moest’. Gerritsen werd afgevoerd naar kamp Amersfoort.
‘Bij onze aankomst was het kamp in rep en roer vanwege een ontsnapping en ze hadden gelukkig geen tijd om de tassen te doorzoeken. Ik werd met tassen en al eerst opgesloten in een soort kippenren - de 'rozentuin'- en later in de dodencel. Het was daar een enorme vieze boel en ik heb toen alle papieren kunnen versnipperen in een emmer met drek. Het is een ongelooflijk, maar waar’. Dankzij een vervalste collegekaart - het ‘bewijs’ dat hij de loyaliteitsverklaring had getekend - en later een telefonische bevestiging van de pedel die het spel meespeelde, werd Gerritsen na drie weken weer vrijgelaten. Doodziek en veertien kilo afgevallen keerde hij terug in Wageningen.
Traumatische herinneringen heeft Gerritsen aan de diefstal van zijn fiets die hij tijdens een illegale bijeenkomst in Zetten noodgedwongen onbeheerd moest achterlaten. ‘Het was een Raleigh met nog goede banden. Als ik, nog vele jaren na de Tweede Wereldoorlog, droomde, ging het vaak over die gestolen fiets of over controles en kampen. Als je gecontroleerd werd, had je de angst in je botten zitten.’

Oorlogstrofee
Eind 1944 zat Gerritsen in de Betuwe toen die werd bevrijd, en raakte hij afgesneden van Wageningen. In het voorjaar van 1945 wist hij met militaire voertuigen via Deventer en Apeldoorn naar Ede te liften. Van daar liep hij naar Wageningen, dat vanwege de evacuaties veel van een spookstad weg had. ‘Ik denk dat ik als een van de eerste burgers weer in Wageningen ben geweest. In diverse laboratoria, onder andere die voor Landbouwscheikunde, Microbiologie en Erfelijkheidsleer, heb ik wat rondgekeken. Ik heb wat rondslingerende enveloppen meegenomen en deze nietmachine. Hij doet het nog en in bewaar hem als mijn oorlogsherinnering’.

Gert van Maanen


Oorlog en verzet in Wageningen
10 mei 1940 - De Wageningse bevolking wordt geëvacueerd. Een groot deel van de binnenstad is verwoest door eigen artillerie vanaf de Grebbeberg, maar de gebouwen van de LH blijven gespaard: op 28 mei worden de colleges en practica hervat.

4 oktober 1940 - In Leiden verschijnt het illegale studentenblad De Geus. Vanaf 3 december 1943 krijgt dit Nederlandse verzetsblad in Wageningen een soort plaatselijk supplement: Cereales.

26 november 1940 - De Leidse hoogleraar Cleveringa houdt zijn legendarische protestrede en de Leidse studenten staken. De ontslagdreiging voor lector ir. Polak (werktuigkunde) en twee joodse docenten leidt ook in Wageningen tot een studentenstaking.

28 juli 1941 - Arrestatie van prof. Olivier omdat hij eigenhandig affiches met ‘V=Victorie, Duitsland wint op alle fronten’ van het hoofdgebouw heeft verwijderd. Hij brengt elf maanden in gevangenschap door en wordt ontslagen. Olivier is een van de weinige Wageningse hoogleraren die actief aan het verzet deelneemt.

31 oktober 1941 - Het Wageningse Studentencorps (WSV) schort haar activiteiten op. De andere verenigingen volgen dit voorbeeld. Unitas gaat wel door, maar verliest de helft van haar leden. Hierdoor blijft een NSB-kern over.

3 januari 1943 - Een landelijke verzetsprimeur: alle 20.000 persoonskaarten worden uit het Wageningse bevolkingsregister gestolen door de Wageningse Orde Dienst, waarin ook twee studenten deelnemen. Alle Wageningse hoogleraren worden hierna op het politiebureau ontboden en twintig studenten worden als gijzelaar weggevoerd.

6 februari 1943 - De dag na de aanslag op generaal Seyffardt worden 43 Wageningse studenten opgepakt. De razzia is eigenlijk een fout: de bezetters denken dat Wageningen in de provincie Utrecht ligt. Een opgepakte student overlijdt in kamp Vught, alle andere gijzelaars worden uiterlijk op 23 maart weer vrijgelaten.

10 april 1943 - Studenten die willen blijven studeren moeten de Loyaliteitsverklaring tekenen. Ongeveer 15 procent van de 14.000 Nederlandse studenten tekent, in Wageningen is dit percentage ongeveer 18 procent (150 van de 850). Ongeveer 150 Wageningse niet-tekenaars melden zich voor de arbeidsinzet in Duitsland, de rest (550) duikt onder.

juli 1944 – Dertien niet ondergedoken hoogleraren verzorgen het onderwijs voor 35 studenten die voor tweederde bij het aan de NSB-gelieerde Studentenfront behoren. Landbouwminister Mansholt noemt dit bij de heropening van de LH na de bevrijding een ‘diep beschamende toestand’. De leiding is hier volgens hem ‘ernstig tekort geschoten’ en het ‘waren de leerlingen die door hun fiere afwijzende houding het voorbeeld gaven’.

17 september 1944 - Geallieerde vliegtuigen werpen bommen af rond de Sahara en Diedenweg. Er vallen 37 doden en het Laboratorium voor Landbouwscheikunde wordt volledig verwoest.

17 april 1945 – De bevrijding van Wageningen. De bevolking is grotendeels geëvacueerd.

5 mei 1945 - In Hotel De Wereld vinden onderhandelingen plaats. Op 6 mei vindt de formele ondertekening van de capitulatie plaats in de naastgelegen aula van de LH.

15 juni 1945 - Start van de zuivering op de LH: de pro-Duitse rector prof. Mees (Staatshuishoudkunde) wordt ontslagen. De NSB-er prof. Jeswiet (Plantensystematiek) krijgt ontslag, 3,5 jaar internering en ontzetting uit het kiesrecht. Een tiental hoogleraren krijgt reprimandes vanwege het geven van onderwijs aan tekenaars. 109 studenten krijgen een maand tot levenslang ontzegging tot de hogeschool, 47 ontvangen een berisping. Er zijn in de oorlog 24 studenten en medewerkers van de LH omgekomen.

Bron: Hier heerscht de Engelsche Ziekte - Studentenverzet in Wageningen, ir. S. Maso, 1993

Re:acties 1

  • Piet Bögels: p.bogels48@gmail.com

    In het kader van de tentoonstelling 75 jaar bevrijding in het Venrays Museum ben ik benieuwd naar onderduikadressen van de Wageningse hoogleraren
    In het boek 'De Zwarte Plak'van Toon Kortooms, wordt op pagina 70 melding gemaakt van zes Wageningse ingenieurs, die onderdak vinden in de Eykenhof. Deze boerderij ligt in het dorpje Veulen bij Venray.
    Op deze boerderij zijn verschillende geallieerde piloten opgevangen. De eerste zou op aanwijzing van een onderduiker via een Venrays adres verder geholpen zijn, volgens de Peel en Maas van 18 okt 1945. Ik vermoed dat dit het adres is van dhr Jacob Coenen, die in een kledingzaak in de Grote straat werkte. Hij heeft een onderscheiding gekregen van generaal Eisenhower.
    De vraag is of dit adres een schakel was in de 'pilotenlijn'

    Het zou fijn zijn als u mij verder kunt helpen

    Reageer

Re:ageer