Wetenschap - 1 januari 1970

Mestvergisting levert verrassend twee keer zoveel biogas

De mestvergistingsinstallatie op proefbedrijf De Marke van de Animal Sciences Group in Hengelo levert bijna twee keer zoveel biogas als van tevoren was ingeschat. Omgerekend levert de vergisting ongeveer twee kuub biogas per koe per dag op. Bedrijfsleider Zwier van der Vegte denkt dat het bedrijf snel zelfvoorzienend zal zijn voor energie. Een verklaring voor de goede resultaten heeft het proefbedrijf nog niet.

,,Misschien produceren we meer biogas omdat de mest langer in de vergistingstank blijft zitten of doordat het stikstofgehalte in de mest lager is waardoor de vergisting beter verloopt. Het rendement van de gehele installatie ligt in ieder geval aanzienlijk hoger dan verwacht’’, zegt Van der Vegte. De eerste resultaten van de mestvergisting stemmen hem hoopvol en brengen een nevendoelstelling van De Marke, zelfvoorzienend te zijn voor energie, binnen handbereik. De gasmotor die elektriciteit opwekt maakt overuren. Op basis van een meetperiode van tien weken komt De Marke nu op een jaarproductie van honderd procent van het eigen elektriciteitsgebruik voor de landbouwtoepassingen.
Mestvergistingsinstallaties zijn in Nederland nog dun gezaaid. Van der Vegte schat dat er tien in gebruik zijn, waarvan een deel voor onderzoek. De vergistingsinstallatie van De Marke kwam in het voorjaar van 2003 gereed en is relatief groot. ,,Het is in principe een afgedekte mestsilo. We hebben de nodige opstartproblemen gehad, maar in het najaar is het zaakje goed gaan draaien’’, aldus Van der Vegte. Het methaangehalte van het geproduceerde gas is lager dan werd verwacht, waardoor het rendement van de gasmotor lager ligt en deze meer draaiuren maakt. Dit betekent dat er ook veel warmte wordt geproduceerd, dat voor het grootste deel de vergistingstank ingaat. De temperatuur van de mest ligt op ruim 40 graden Celsius, terwijl verondersteld wordt dat een optimale vergisting rond de 35 tot 37 graden plaatsvindt. Op De Marke blijkt echter dat de gasproductie hoog blijft ondanks de hoge temperatuur.
Twee weken geleden is het proefbedrijf begonnen met het toevoegen van snijmaïs aan de mest om de biogasproductie nog verder op te krikken. Dankzij die zogeheten co-vergisting, waarvoor in principe ook gras of hooi in aanmerking komt, moet het mogelijk zijn extra biogasproductie te krijgen. ,,De meeste mensen vinden het zonde om snijmaïs bij de mest te gooien, maar als je het uit het oogpunt van energieproductie bekijkt is het zo gek nog niet. Alles wat een koe uit het voer haalt kan immers geen gas meer worden’’, legt Van der Vegte uit. Hij ziet vooral mogelijkheden voor het gebruik van natuurgras en bermhooi als co-vergistingsmateriaal. ,,Vanwege de slechte voerkwaliteit wordt die nu soms zelfs al gestort.’’
De Marke onderzoekt op een proefveld de kwaliteit van de mest die na vergisting overblijft. De vergiste mest bevat minder organische stof en is al voor een deel gemineraliseerd. Van der Vegte: ,,Het is al meer kunstmestachtig. Dit lijkt te leiden tot een betere stikstofbenutting op grasland, maar zou het bodemleven negatief kunnen beïnvloeden. Die effecten willen we betere in kaart brengen.’’ In opdracht van energie- en milieuorganisatie Novem wordt ook gekeken naar de ophoping van zware metalen.
De mestvergisting op De Marke is nog niet kostendekkend, maar Van der Vegte denkt dat het omslagpunt snel in zicht komt als de energieprijzen stijgen. ,,Mestvergisting kan in ieder geval een bijdrage leveren aan het duurzamer maken van de Nederlandse veehouderij.’’ | G.v.M.

Re:ageer