Organisatie - 1 januari 1970

Mestonderzoekers krijgen zeiltochtje

Vier mest- en mineralenonderzoekers van Wageningen UR en RIVM zijn vorige week als eregasten van landbouwminister Cees Veerman gaan zeilen op het IJsselmeer. Het uitje was een beloning voor de bijdrage die de onderzoekers hebben geleverd aan de toestemming die Nederland van Brussel kreeg om meer mest uit te mogen rijden dan de Nitraatrichtlijn voorschrijft.

‘Nee, ik heb er geen moment over gedacht om het aanbod af te slaan’, zegt mineralenonderzoeker dr Jaap Schröder van Plant Research International. ‘Het onderzoek en de rapportage zijn immers afgerond en we hebben zeer onafhankelijk geopereerd. Ik denk juist dat ons onbesproken gedrag – waarvan ze in Den Haag wel eens zeiden ‘kan het niet een beetje minder’- heeft meegeholpen om Brussel over de streep te trekken toestemming te geven. Je kon wel merken dat het heel spannend is geweest. Er stond veel op het spel.’
Met collega dr. Frans Aarts, dr. Gerard Velthof van Alterra, dr. Jaap Willems van het RIVM en twintig beleidsmedewerkers van LNV en VROM voer hij vorige week mee op de klipper De Vrijheid. Minister Veerman en staatssecretaris Van Geel van Milieu wilden daarmee vieren dat het deze zomer is gelukt een zogeheten derogatie, een afwijking van de geldende regels, van Brussel te verkrijgen voor de Nitraatrichtlijn.
De Nitraatrichtlijn verbiedt veehouders in de Europese Unie meer dan 170 kilogram stikstof per hectare aan dierlijke mest uit te rijden. Mede dankzij de wetenschappelijke onderbouwing van de milieuconsequenties voor de Nederlandse situatie heeft Brussel nu, onder voorwaarden, toestemming gegeven aan Nederlandse veehouders voor het toepassen van meer stikstof - tot 250 kilogram per hectare. Schröder schat dat de oprekking van de regels een doorsnee melkveebedrijf zo’n 10.000 euro aan kosten voor mestafzet bespaart.
Edo Biewinga, beleidsmedewerker bij de afdeling mineralen en ammoniak van het ministerie van LNV, bevestigt dat de goede wetenschappelijke onderbouwing een essentiële rol heeft gespeeld bij de Brusselse toestemming. ‘Met name het positieve advies dat een aantal geraadpleegde Europese onderzoekers over de studie hebben uitgesproken is van groot belang geweest’, aldus Biewinga.
Schröder, die samen met zijn collega’s tijdens de zeiltocht lovend werd toegesproken door Veerman, snapt dat de ministeries blij zijn dat er nu weer enige ademruimte voor de sector is verkregen. Hij waarschuwt wel voor te veel optimisme: ‘De regering heeft voor eenvoud gekozen door de mestregels voor alle grondsoorten hetzelfde te houden. Dat is helder, maar op droge zandgronden zitten we echt op de rand van wat milieutechnisch verantwoord is. In de voorwaarden voor de derogatie staat dat er intensief op nitraat gemeten moet worden en we krijgen de kans om te bewijzen dat we met goed management binnen de milieunormen kunnen blijven. Maar dat halen we zeker niet met twee vingers in onze neus.’ / GvM

Re:ageer