Wetenschap - 6 juni 2002

Mensenwerk: Simon Vink, woordvoerder raad van bestuur

Mensenwerk: Simon Vink, woordvoerder raad van bestuur

'De vechtcultuur hebben we aardig verlaten'

Nooit eerder meegemaakt: een interview voorafgegaan door een lekker jazznummer, Crazy van Willy Nelson, gecroond en aan de piano begeleid door het 'lijdend voorwerp'. Simon Vink, oud-Wb-hoofdredacteur en sinds twee?nhalf jaar woordvoerder van de raad van bestuur van Wageningen UR, is geen groentje in de blues. Al jarenlang treedt hij op in verschillende bands en combinaties. Berucht en beroemd in Wageningen vanuit allerlei constellaties.

Behalve door de muziek was dat vroeger - "O, wat een grijs verleden!" - door de WSO, de Wageningse Studenten Organisatie. Drie maal het hoofdgebouw bezet. Links en rebels. Kroegtijger.

Maar nu niet meer. De man die 22 jaar lang als journalist de universitaire bevolking met kritische artikelen verblijdde of ergerde, blijkt vijfentwintig jaar ambtenaar te zijn. "Die achttien maanden militaire dienst werden er ook bijgeteld."

Geen dienstweigeraar?

"Juist niet. Een leger dient een afspiegeling te zijn van een democratische samenleving. Als dat niet zo is, kan alles enorm uit de rails lopen. Leuk was het niet, maar voor een jong links ventje hoorde dat er gewoon bij. Dankzij de soldatenvakbond mocht je lang haar hebben en kon je gewoon 'Hoi!' roepen tegen de kolonel."

Zijn biologiestudie gooide Vink na enkele jaren aan de kant. In 1976 en 1977 zat hij in het WSO-bestuur. "Als secretaris Onderwijs, geloof ik. Die bezettingen van het hoofdgebouw sloegen op de studentenstop en -huisvesting, de vrije keus, en het projectonderwijs, wat nu probleemgericht onderwijs heet. Dat is nu geaccepteerd, dat is wel grappig."

Waarom toen de journalistiek in, naar het Wagenings Hogeschoolblad (Wahobla), later Wagenings Universiteitsblad (WUB)?

"Omdat mijn beurs ophield en werken in de steenfabriek, de sigarenfabriek en de wasserij minder leuk was dan stukkies schrijven. Dat bleek z? leuk, dat ik daar wel meer dan veertig uur per week aan wilde besteden. Het was de tijd van Leo Klep, Frans Melk en Arie de Groot."

Na een paar jaar trok Vink zich terug uit het 'politieke wereldje' omdat hij vond dat een journalist ongebonden moest zijn. "De politiek was zo voorspelbaar geworden, ik vond het oninteressant. Hoewel het toch ook wel grappig is wat er nu gebeurt! Hoe dan ook, de democratie zal heus wel weer corrigerend optreden. Maar dat is de mening van een buitenstaander."

Vink werd in 1992/93 hoofdredacteur en directeur van stichting Cereales. "Cereales was de naam van een verzetskrant uit '40-45; het is een hommage aan de mensen die daaraan hebben meegewerkt. Ik hou wel van tradities."

December 1999 krijgt Vink het aanbod om Piet Aben, hoofd Voorlichting, op te volgen en hij accepteert de functie. Hij kent het offici?le circuit van haver tot gort en is gezegend met een als archief functionerend geheugen. Dat komt hem in zijn huidige functie goed van pas. "Het is toch een fantastische kennisinstelling die aan het ontstaan was en is. En woordvoerder te zijn van de raad van bestuur is een hele uitdaging." Na de moord op Pim Fortuyn staat hij in twee dagen honderd journalisten te woord.

Interessant allemaal, maar vergeleken bij zijn journalistieke periode zit hij daar tamelijk eenzaam op zijn kamer.

Geen heimwee?

"Nou, het is wel heel anders. Na elke WUB-vergadering volgde een week later het product, de krant. Die was heilig. Dat creatieve en productgerichte van de journalistiek mis ik wel. Dat is nu anders. Na een vergadering gebeurt er niet onmiddellijk iets. Maar je blik op het gebeuren verandert ook. Ach, de nogal schematische en achterdochtige manier waarop de redactie naar de besluitvorming keek bijvoorbeeld..."

Journalisten eigen?

"Dat denk ik wel. Aan de andere kant vind ik niet dat iedereen die in de organisatie iets roept, altijd gelijk hoeft te hebben tegenover de uitspraak van een bestuurder of partners binnen UR. Die vechtcultuur hebben we aardig verlaten. Kijk naar de samenwerking van de DLO-instituten met de universiteit. We zijn nu een prachtige, hoogaangeschreven instelling. Neem Genomics en het Allergie Consortium. Daar zie je mensen van allerlei bloedgroepen van Wageningen eendrachtig samenwerken."

"Een hoop mensen willen mij nog altijd in een linkse hoek drukken. Maar sinds 1980 klopt dat maar ten dele. Milieu-normen respecteren is toch niet links? Mensen die lid zijn van de Dierenbescherming, zijn die links, of mensen die milieuvergunningen aanvechten? Daar is toch niks links aan?"

De tijd is om. Er moet nog veel gecommuniceerd worden.

Lydia Wubbenhorst

Simon Vink: "Een hoop mensen willen mij nog altijd in een linkse hoek drukken." | Foto Guy Ackermans

Re:ageer