Wetenschap - 28 februari 2002

Mensenwerk: Michiel Bouma, student Rurale Ontwikkelingsstudies en contrabassist bij Malac Banda

Mensenwerk: Michiel Bouma, student Rurale Ontwikkelingsstudies en contrabassist bij Malac Banda

'De zigeuners zijn vaak dankbaar voor de interesse in hun muziek'

Sinds het begin van zijn studie speelt Michiel Bouma in het studentenzigeunerorkest Malac Banda van Ceres. Hoewel hij tot zijn studententijd nog nooit contrabas had gespeeld, is hij inmiddels liefhebber. Elk jaar trekt hij met Malac Banda naar Boedapest om 'te worden ondergedompeld in de zigeunersfeer in een traditioneel eethuisje.'

Het begint allemaal als een gevluchte Tsjech en een gevluchte Hongaar in 1964 samen muziek gaan maken op Ceres. De ??n speelt een leuk Hongaars zigeunerliedje, wat de ander herkent. Met wat andere studenten erbij ontstaat zo onder de Hongaarse naam Malac Banda een zigeunerorkestje. 'Malac' betekent big, terwijl 'Banda' synoniem is met orkest. "In het Hongaarse muziekjargon is het zoiets als een stelletje amateurs die zigeuners nadoen", lacht Michiel Bouma. De basis van Malac Banda bestaat uit een prim?s (eerste viool), die als het ware de dirigent van het orkest is, een contrabassist, altviolist, cimbalist (die bespeelt met hamertjes een met snaren bespannen houten klankkast op poten) en een pianist. Daarbij tref je ook wel eens een accordeonist, een cellist of een klarinettist aan.

Sinds het begin van zijn studie is Bouma actief bij Malac Banda. Eerst als zogenaamde rayko (leerling) en nu zelf als bijna oud-contrabassist. Ook Bouma moest het allemaal nog leren; voordat hij in Wageningen kwam studeren, had hij nog nooit een contrabas aangeraakt. "Ik heb pianoles gehad van m'n negende tot m'n veertiende. Vond het toen niet leuk meer, had geen zin om te oefenen en pas aan het einde van mijn middelbare school ben ik weer gaan spelen. Een schoolbandje zocht nog een toetsenist. Dat leek me wel wat." Dat blijkt niet zo vreemd te zijn bij Malac Banda. Er zijn meer muzikanten die toen ze in Wageningen kwamen studeren hun instrument nog moesten leren bespelen. Zo speelde de huidige cimbalist oorspronkelijk lier. Bouma bleek over genoeg muzikale vermogens te beschikken om te kunnen spelen in een zigeunerorkest. "Het niveau dat ik heb is leuk, maar een serieuze contrabassist zal het niet geweldig vinden. Het belangrijkste is dat je vrij snel bepaalde strijktechnieken oppakt. Als je dat eenmaal doorhebt en je weet hoe de noten te pakken en je hebt een goed ritmegevoel, dan kun je het vrij snel leren."

Inmiddels heeft Bouma volgens eigen zeggen een warme liefde voor de contrabas opgevat. Wanneer hij de loterij zou winnen, zou hij zeker een contrabas kopen. "Het is geweldig wanneer je met iemand speelt die echt goed is. Net alsof je in een cabrio aan het cruisen bent. De vaart zit erin, je weet wat er komen gaat, je hoort de zachte, warme tonen. Je bent net een vliegende vogel."

Naast regelmatige optredens in het land, trekt Malac Banda sinds eind jaren zestig minstens ??n keer per jaar naar Boedapest, het centrum van de Hongaarse zigeunermuziek. Bouma is inmiddels vijf keer meegeweest. Meestal slapen ze in pensions, waarna ze 's avonds in de stad ergens gaan eten en contact leggen met de zigeuners die in de restaurantjes spelen. "De zigeuners zijn vaak dankbaar voor de interesse in hun muziek, zeker nu onder jongeren de aandacht daarvoor verslapt. Ze willen je dan ook graag les geven. Niet in de laatste plaats omdat ze daardoor ook wat geld kunnen bijverdienen." Volgens Bouma is het niet moeilijk om de zigeuners te vinden in de stad. De meeste mensen weten volgens hem wel in welke restaurants en kroegen de zigeuners afspreken. Bouma heeft geleerd dat je altijd bij zigeuners thuis moet afspreken, of in een restaurantje waar ze spelen, omdat ze anders niet komen opdagen. Op die manier heeft hij heel wat lesuurtjes gehad van talentvolle Hongaarse bassisten die hem graag wat liederen wilden leren.

Omdat studenten komen en gaan, is het belangrijk dat voordat een orkestlid is afgestudeerd of op stage gaat, er een nieuw lid is ingespeeld, om de continu?teit van het orkest te waarborgen. Omdat Bouma binnenkort gaat stoppen met het orkest, heeft ook hij een rayko onder zijn hoede, Pieter Hooyenga, eerstejaars aan de universiteit. Ook hij moet dit instrument nog leren beheersen. E?n van de contrabassen van Ceres staat bij Hooyenga thuis. De andere staat op de kroeg. Elke week oefent Bouma samen met zijn rayko: "Ik vind het wel jammer dat het straks is afgelopen. Dit zijn toch de krenten uit de pap van je studententijd."

Arin van Zee

Michiel Bouma (rechts) leerde bij Ceres contrabas spelen en heeft nu op zijn beurt een leerling onder zijn hoede, Pieter Hooyenga.

Foto Guy Ackermans

Re:ageer