Wetenschap - 23 mei 2002

Mensenwerk: Hans de Groot, Facilitaire Dienst RIKILT

Werkplek: De Friese bodem in Drogeham

Dr Petra van Vliet van de sectie Bodemkwaliteit is nu voor de derde keer met een vaste groep collega's op zoek naar wormen. Daarvoor zijn ze afgereisd naar Drogeham in Friesland. Af en toe vergezeld van wat regenspetters graven ze op een dag 32 gaten van 20 cm breed bij 20 cm lang en 20 cm diep in de grond. Op plastic zakken leggen ze de grond uit een gat neer om naar wormen te zoeken. Na erg goed zoeken doen ze de gevangen dieren in witte plastic bakjes, die ze meenemen naar het laboratorium. Daar worden de wormen gedood in een vloeistof met 4 procent formaline. De gefixeerde wormen worden dan ook geteld en gedetermineerd.

Met dit onderzoek kijken de bodemkundigen naar het effect van mesttoediening op regenwormen. Wat is nu beter voor de worm, zodebemesting of het bovengronds uitspreiden van mest? Boeren willen dit graag weten. Al bestaat er bij hen onderling verschil van mening of wormen nu gunstig zijn of niet. De meeste boeren zien ze graag omdat de bodemdieren door het woelen voor een betere beluchting zorgen en het water weg kan. Maar een aantal akkerbouwers in de Flevopolders vindt dat het oogsten van aardappelen moeilijker gaat als veel regenwormen aanwezig zijn.

Van Vliet vindt het zoeken naar wormen veel leuker dan achter haar bureau zitten. Al krijg je spierpijn, natte knie?n en loop je kans op zere handen. Ook is het erg goed voor de teambuilding. | E.T., foto G.A.

Re:ageer