Wetenschap - 1 januari 1970

‘Mensen die landschap lezen worden zeldzaam’

Historisch geograaf dr Theo Spek wist onlangs de aandacht te trekken met zijn biografie van het landschap van Drente, waaruit bleek dat mensen tegenwoordig vaak met oogkleppen naar het landschap kijken. Hij ziet met lede ogen aan dat het aantal mensen dat het landschap kan lezen, snel slinkt. Wageningen zou hier iets aan kunnen doen, meent hij.

Balloo, net ten zuiden van Assen, is volgens Theo Spek net Drente in het klein. Hij wijst naar het elzenbroekbos in het beekdal van de Loonerdiep, naar de vette leemgrond van de es waarop een boer aan het ploegen is, waarachter op het Balloërveld in de nazomer de heide paars bloeit. Hij voert ons langs het hunebed en de 22 grafheuvels van de Kampsheide. Het landschap is drassig en weinig meelevend in het gure weer. 'In mei is de beste tijd om Drente te bezoeken.'
Spek is hier dertien jaar geleden zijn onderzoek begonnen naar het Drentse esdorpenlandschap, wat onlangs resulteerde in een meer dan elfhonderd pagina's dikke dissertatie. 'Alle soorten landschap zijn hier nog vrij gaaf aanwezig', vertelt hij. 'En er waren gedetailleerde grondschattingskaarten uit de zeventiende eeuw, waarin alle landgrenzen stonden opgetekend.'
Het promotieonderzoek van Spek kreeg om meerdere redenen veel aandacht. Het Drents Landschap sponsorde het zeer mooi vormgegeven en rijk geïllustreerde boek als een jubileumuitgave voor het 75-jarig bestaan, en zocht daarmee de publiciteit. Het boek is ook voor leken goed te lezen, dankzij een prettige schrijfstijl, al moet je wel bestand zijn tegen de vele feiten die Spek boven tafel haalt. En de conclusies dat het Drentse landschap met oogkleppen op wordt bekeken, dat het lang niet zo oud is als gedacht en vroeger bovendien rijker was, haalden de landelijke pers en radio.
Maar ook in de kringen van de historische geografie, de wetenschap die Spek eerst bij het Staring Centrum en Alterra en nu bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) beoefent, heeft de studie veel bijval gekregen. Spek kreeg vooral veel waardering voor zijn sterk interdisciplinaire aanpak. Hij gebruikte kennis van uiteenlopende disciplines als historische geografie, bodemkunde, historische ecologie, naamkunde, archeologie, kunstgeschiedenis en landbouwgeschiedenis.
Met Spek door het Drentse landschap wandelen is alsof je voor het eerst dat landschap écht ziet. Hij wijst op een driehoekig stuk gras in het bos dat volgens hem een brink is, waar het vee vroeger werd samen gedreven, en in een driehoekig stuk weiland verderop ziet hij twee veedriften vanaf de brink. In een glooiing in het weiland herkent hij een oude houtwal.
Spek kan het landschap lezen, dankzij zijn uitgebreide studie. Maar hij maakt zich zorgen over de discipline waar hij deel van uitmaakt, de historische geografie. 'Er zijn in Nederland ruim 900 archeologen, 300 bouwhistorici en slechts 15 historisch geografen die zich professioneel met onze cultuurhistorie bezighouden. Een scheve verdeling als je bedenkt dat de historische geografie van oudsher de wetenschap is waarin alle historische kennis over landschappen samen komt.
Tot zijn spijt merkt Spek dat de academische interesse voor historische geografie tanende is. In Wageningen heeft prof. Jelle Vervloet - bijzonder hoogleraar Historische Geografie voor twee dagen per week - geen eigen leerstoelgroep. En het onderwijs is een specialisatie binnen de studies Landschapsarchitectuur of Landgebruiksplanning. Aan de Universiteit van Amsterdam is ook prof. Guus Borger een deeltijdhoogleraar, ook zonder eigen studieprogramma. 'Bij landschapsarchitecten en planners is wel veel aandacht voor de historische geografie', stelt Spek. 'Zeker bij landschapsarchitecten is dat de basis voor veel ontwerpen.'
Volgens Spek zouden studies zoals de zijne en de expertise die hij heeft opgedaan in de loop van zijn carrière meer en beter ingezet moeten worden bij de vormgeving van het landschap. 'Je hebt de keus uit een heleboel beelden. Maar bijvoorbeeld in het natuurbeheer wordt vaak gekozen voor het klassieke beheer naar voorbeeld van het negentiende eeuwse romantische beeld van paarse heidevelden of de natuurontwikkeling in de richting van een prehistorisch oerbos.'
Bij het hunebed op de Kampsehei geeft Spek een klein voorbeeld van hoe je de historie zou kunnen toepassen. 'De hunebedden stonden vroeger in dichte bossen met eiken en lindes. Nu staat hij in een open landschap met een picknickbankje erbij, maar het zou veel mooier zijn als je die historische referentie weer opnieuw zou kunnen creëren.'
Om die rijkdom aan beelden te ontginnen pleitte Spek toen hij nog bij Alterra werkte al voor meer aandacht voor de historie van het landschap. Wageningen is volgens hem bij uitstek de plek waar interdisciplinaire studies zoals de zijne kunnen worden uitgevoerd, omdat bijna al die disciplines in Wageningen aanwezig zijn.
Bij de ROB is Spek naast onderzoeker ook programmaleider Archeologie en Landschap, en in die hoedanigheid hoopt hij de aandacht voor het historische landschap in Nederland nieuw leven in te blazen. Maar een volwaardige studie historische geografie zou daarbij pas echt een steun in de rug zijn, vindt hij. Anders worden de mensen die het Nederlandse landschap kunnen lezen nog zeldzamer.

Martin Woestenburg

Re:ageer