Wetenschap - 1 april 2010

Megastal in de ban

Voedsel produceren voor de wereldmarkt in een megastal kan economisch niet goed uit in de huidige landbouwcrisis. Dat verklaart mede de brede coalitie tegen de massale huisvesting van vee. Uit welbegrepen eigenbelang moet de boer meer rekening houden met de consument. ‘Hoe dichter de boer bij de consument staat, hoe hoger de marge.’

Varkenshouderij in Elsendorp
Vorige week deed de provincie Noord-Brabant de megastal in de ban. De intensieve veehouderij mag niet groter groeien dan 1,5 hectare in omvang en één verdieping hoog. Ook gaat de provincie het aantal landbouwontwikkelingsgebieden voor de concentratie van intensieve varkens- en kippenhouders verminderen. Zo wil de provincie de ontwikkeling van megastallen onmogelijk maken. Met dertig miljoen kippen, varkens en runderen in Noord-Brabant is de grens bereikt, vonden vrijwel alle politieke partijen. Gedeputeerde Staten van Limburg lieten maandag weten het Brabantse voorbeeld niet te volgen.
Het boerenprotest tegen deze maatregel blijft uit. Sterker nog: boerenvoormannen steunen de ingreep. Net als burgers zijn ook boeren tegen de industriële vleesproductie in megastallen, constateerde Hans Huijbers, voorzitter van de Zuidelijke land- en tuinbouworganisatie (ZLTO), begin maart in het Agrarisch Dagblad.  Ook Henny Swinkels, directeur van de grootste kalverslachterij in Nederland, Van Drie Groep, wil geen megastallen. Tijdens het symposium van studievereniging De Veetelers op 11 maart stelde hij: 'Wij hechten aan de relatie tussen mens en dier. Om die reden zijn megabedrijven voor ons uitgesloten.'
Ten grave
Daarmee dragen ze een populair ontwikkelingstraject voor het naoorlogse Nederlands landbouw ten grave. Jarenlang was de groei van gespecialiseerde bedrijven, die veel kilo's vlees, melk en groenten tegen lage kostprijs voor de wereldmarkt produceerden, de beste bedrijfsstrategie volgens de beleidsmakers. De Nederlandse land- en tuinbouw bouwde er een mooie exportpositie mee op binnen Europa. 'Nu er spelers buiten Europa bijkomen, beginnen we het eng te vinden, omdat het in Brazilië nog goedkoper kan', zegt Siem Jan Schenk van LTO Noord.
In de huidige landbouwcrisis, met een stagnerende vraag in Europa en lage afzetprijzen, leidt schaalvergroting niet automatisch tot meer winst. Wie winst wil maken, moet de productie afstemmen op de consument, supermarkt en verwerkende industrie. Zo krijgen duizend Nederlandse kalverhouders kalfjes van de Van Drie Groep en horen ze precies welk voer ze moeten geven, hoeveel bewegingsruimte de kalveren moeten krijgen en welke medicijnen zijn toegestaan. 'Van elk stukje vlees weten we precies waar het vandaan komt en welke grondstoffen er in verwerkt zijn', zegt directeur Henny Swinkels. Daarmee kan hij de productkwaliteit garanderen, een merk neerzetten en een hogere prijs bedingen. 'Ons geheim is: we leveren direct aan de supermarkten.'
Vakantie-uitje
Swinkels kan zich in die situatie geen slechte reputatie op het gebied van dierenwelzijn en dierziekten veroorloven. Zodra hij de regie in de keten loslaat, wordt kalfsvlees weer een anoniem product en daalt de prijs voor de kalverhouders tot wereldmarktniveau. Daarom investeert Swinkels bijvoorbeeld in de Comfort Class-veewagen, die veetransport tot een vakantie-uitje maakt.
'De meest productieve bedrijven zijn niet per se de beste bedrijven', zegt ruraal socioloog Jan Douwe van der Ploeg. 'Gespecialiseerde bedrijven die produceren voor de wereldmarkt, krijgen het steeds moeilijker.' Boeren en tuinders die de afgelopen jaren veel hebben geïnvesteerd om snel te groeien voor die wereldmarkt, draaien verlies, melden banken en accountantsbureaus. Boeren die het bedrijf stap voor stap ontwikkelen en de kosten beperken, houden hun inkomen op peil. Zuinig en efficiënt boeren loont op dit moment, zegt Van der Ploeg.
Kringlopen sluiten, om het energieverlies of het mestprobleem in de landbouw te verminderen, is goed voor het milieu en de portemonnee. Als het dan ook nog lukt om die extra kwaliteit zichtbaar te maken bij de consument, kan de boer een hogere prijs bedingen voor zijn 'merkproduct'. Van der Ploeg pleit al jaren voor regionale streekproducten met toegevoegde waarde van zogeheten multifunctionele bedrijven. Maar dat is maar één van de nichemarkten.
Marge
'Er is niet één richting voor de landbouw', stelde oud-minister Cees Veerman tijdens het symposium van De Veetelers. 'De boer is ondernemer. Hij moet de afzetketen voor zijn producten niet uit handen geven en dan klagen dat hij te weinig marge krijgt. Hoe dichter de boer bij de consument staat, hoe hoger de marge.'
Desondanks blijven er boeren kiezen voor schaalvergroting voor de exportmarkt. Veerman: 'Boeren staan op een keerpunt van wegen: wordt het bedrijf groter of anders?' De voorstanders van groei wijzen op de toenemende vraag naar voedsel in Azië, waardoor de wereldmarktprijzen vanzelf weer omhoog gaan. Bij die toenemende vraag is een intensief bedrijf, met een hoge productie per hectare en efficiënt gebruik van water en nutriënten, beter voor het milieu dan een extensieve boerderij, stellen productie-ecologen.
Strijd
Ook Van der Ploeg vermoedt dat de schaalvergroting doorzet. 'Dit besluit in Noord-Brabant gaat over de stalomvang. Boeren kunnen de productie uitbreiden, door op meerdere locaties stallen op te kopen.' Toch zegt hij: 'Zolang de grootschalige veehouderij door het publiek in verband wordt gebracht met dierziekten als Q-koorts en een hoog antibioticagebruik, blijft er maatschappelijke strijd tussen boeren en burgers. Wat dat betreft is het besluit van de provincie Noord-Brabant over de megastal, symbool van schaalvergroting en specialisatie, veelzeggend. De krachtsverhoudingen in de provincie zijn aan het verschuiven.'

Re:ageer