Wetenschap - 13 maart 2013

Meet wat je eet

Wageningse voedingsonderzoekers laten zien dat stofjes in onze urine ‘verraden wat we eten. Zulke ‘biomerkers’ moeten vragenlijsten over eten vervangen of verbeteren.

voedselpalet.jpg
Weet jij nog hoeveel tussendoortjes je gisteren hebt gegeten? En waarmee je vorige week dinsdag ontbeet? We kunnen zulke vragen niet exact beantwoorden, omdat ons geheugen beperkt en onbetrouwbaar is. Bovendien overdrijven we hoeveel broccoli en boontjes we eten, en onderschatten de hoeveelheden friet en chips. Toch gebruiken voedingswetenschappers veelal vragenlijsten die hun proefpersonen invullen: een alternatief is er meestal niet. 
Daarom is er een grote behoefte aan biomerkers voor voeding. Dit zijn stofjes, meetbaar in bloed of urine, die verraden hoeveel je van iets hebt gegeten. Tijdens haar promotie bij de afdeling Humane voeding zocht Wieke Altorf-Van der Kuil naar biomerkers voor haar studieobject: eiwit. Om precies te zijn, naar merkers die eiwitten uit vlees, graan en zuivel van elkaar kunnen onderscheiden.
Ze wierf dertig proefpersonen die drie weken hun eten ontvingen van de onderzoekers. Deze maaltijden bevatten zo'n 18 procent eiwit, grotendeels van één type: vlees, zuivel of graan. Aan het einde van iedere week verzamelden proefpersonen 24 uur lang hun urine en werd een bloedmonster afgenomen. Dat leverde resultaat op. ‘Ik was zelf blij verrast dat we zulke goede biomerkers vonden, vooral voor vlees,' zegt Altorf. ‘Vooraf hoop je hier natuurlijk op, maar ik had er een hard hoofd in dat de biomerkers veel variatie zouden verklaren.' In de praktijk bleken alle drie groepen goed van elkaar te onderscheiden. Voor vlees en graan vond ze bovendien nuttige biomerkers. Drie stofjes voorspelden samen heel nauwkeurig hoeveelheid vleeseiwit mensen hadden gegeten. Voor graan gaven zeven merkers samen een redelijk beeld. 
Hoewel ze blij is met het resultaat benadrukt Altorf dat het pas een eerste aanzet is. Eerst moet de nauwkeurigheid van de merkstoffen na een normale maaltijd vastgesteld worden. Dan eet je immers alle soorten eiwitten door elkaar. Bovendien zal de vragenlijst waarschijnlijk nooit helemaal verdwijn. Die leveren weliswaar een ruw resultaat op maar zijn wel goedkoper dan chemische analyses. Mocht het zo ver komen dan leggen onze flatterende leugentjes weinig gewicht meer in de schaal.
Dit onderzoek verscheen in het tijdschrift British journal of nutrition.

Re:ageer