Organisatie - 1 januari 1970

Meer zeebenen door fusie met TNO

Het Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek (Rivo) en de onderzoeksgroep Wad en Zee van Alterra Texel zijn gefuseerd met de TNO afdeling Ecologische Risico's in Den Helder. Ze gaan verder als Imares. Wie zijn die TNO-medewerkers?

Het is een baan vol tegenstellingen, zegt ing. Edwin Foekema. Hij doet bij TNO onderzoek naar waterverontreiniging, in opdracht van onder andere waterzuiveringen en waterschappen. ‘Het verloop van een veldwerkdag varieert sterk. Dat maakt het leuk. Als veldwerker langs het water in de zomer wordt je regelmatig door badgasten aangesproken op het feit dat je zo'n prachtig vak hebt. Maar als je hetzelfde werk in de winter in regen of sneeuw doet, kom je natuurlijk niemand tegen. Op de zuiveringsinstallatie is dit niet zo aan de orde, want daar lopen alleen maar werklui rond. Daar heb je wel te maken met bijvoorbeeld stank. Zo kon een collega een keer niet doorwerken doordat zij misselijk werd van de stank uit de vergistingsinstallatie.’

Vrieskou
De TNO-ers die regelmatig op een zuiveringsinstallatie rondlopen zijn soms wel verbaasd wat mensen allemaal door het riool gespoeld weten te krijgen. Foekema: ‘Naast de gebruikelijke hoeveelheid maandverbanden en rubberwaren heb ik wel eens ondergoed en eenmaal zelfs een volledige spijkerbroek zien liggen. Maar deze dingen worden er op de zuivering al in een vroeg stadium uitgezeefd, dus die komen wij bij onze metingen niet meer tegen.’
In verband met overstorten van rioolwater in beken, rivieren of in zee, houden de onderzoekers de neerslaggegevens van het KNMI goed in de gaten. Na een melding van hevige regen in het afwateringsgebied van een bepaalde rioolwaterzuivering gaat er een ploeg op weg om watermonsters te nemen. Bij het water aangekomen nemen ze de rubberboot en verzamelen de nodige monsters. Ing. Ronald de Vos: ‘Naast Katwijk is ook Scheveningen een bekend punt voor ons. In opdracht van de ANWB onderzochten we de zwemwaterkwaliteit langs de kust in geval van hevige regenbuien. Door overstorten van rioolwaterzuiveringen vonden we duidelijk hogere concentraties ontlastingsbacteriën in het zwemwater.’
Niet iedereen bij TNO is veel op stap. Zo zit ir. Mathijs Smit de meeste tijd achter de pc. Zijn werkzaamheden zijn te vatten onder de brede term milieurisicoanalyse. Met computermodellen maakt Smit inschattingen van effecten van voorgenomen activiteiten op zee, zoals het plaatsen en gebruiken van een olieproductie platform. Het is bijvoorbeeld zaak om de effecten van geloosde boorspoeling en boorgruis te onderzoeken. De belangrijkste industrie die TNO hiermee bedient is de Noorse offshore olie- en gas industrie.
Werken voor de Noorse olie- en gasindustrie heeft zijn voordelen. Smit: ‘Voor overleg vlieg ik zo'n vijf keer per jaar naar Noorwegen, waar ik met partners en opdrachtgevers gezamenlijk nieuwe projecten opzet en uitwerk. Meestal gebeurt dit onder de typisch Noorse omstandigheden: sneeuw en ijs. Zo kan het zijn dat je jezelf met je opdrachtgever en nog tien anderen bij min tien graden in een warme tobbe buiten terugziet om de nieuwste ideeën over milieurisico-analyses te bespreken.'

Bodemleven
Bij TNO Den Helder werken ook mensen die net als diverse Rivo-medewerkers echte zeebenen hebben. Drs. Jan van Dalfsen, onderzoeker van zeebodemleven: 'Onze veldwerkdag op zee ziet er waarschijnlijk niet heel verschillend uit van de zeedagen die het Rivo maakt. Groot verschil is wel dat wij vrijwel geen directe analyses en determinaties doen aan boord. Wij doen geen visonderzoek. Wij richten ons op de biologie van bodemdieren. De meeste daarvan zijn zo klein dat je die met een binoculair op naam moet brengen, dus het uitzoekwerk en analyses vinden altijd plaats in het lab. Verder nemen we vrijwel altijd bodemmonsters bedoeld voor onderzoek naar zware metalen en chemische verontreinigingen. Bijvoorbeeld aan de olie-industrie gerelateerde verbindingen. Ook deze monsters gaan naar het lab. Daar zit meteen de kracht van Imares. Nu besteden we die analyses uit aan ander afdelingen binnen de TNO-organisatie. Voor een deel hoeft dat dan niet meer. Ook kunnen we goed de onderzoekschepen van Rivo gebruiken.’
Andere plaatsen voor veldonderzoek van TNO zijn strand en Waddenzee. Van Dalfsen: ‘De schepen van Rivo zijn daar maar gedeeltelijk inzetbaar, maar dat is sowieso een probleem. Een ander verschil met de doorsnee survey's van Rivo is dat wij ad hoc werken. Opdracht, wachten op geschikt weer, en varen! We hebben geen langetermijnplanning, wat een grote flexibiliteit vereist van de veldmensen. De poule van mensen die veldwerk kunnen doen en zeebenen hebben wordt nu door de bundeling met Alterra en Rivo veel groter. Ik hoop dat het organiseren van voldoende stand-by mensen veel minder een probleem zal worden.’

Hugo Bouter

Re:ageer