Wetenschap - 31 oktober 2002

Meer vrouwen aan universiteiten

Meer vrouwen aan universiteiten

De universiteiten beginnen voorzichtig te 'vergroenen' en 'ontmannen'. Dat blijkt uit cijfers van branchevereniging VSNU.

Het aandeel personeelsleden onder de veertig jaar steeg vorig jaar van 46,5 procent tot 47,3 procent (plus 0,8 procentpunt). Daartegenover staat een marginale stijging van 0,1 procent tot 28,8 procent in de groep vijftigplussers.

De vergrijzing van het personeelsbestand lijkt daarmee tot staan te zijn gebracht. Tussen 1996 en 1999 steeg het aandeel vijftigplussers nog met drie volle procentpunten. In 2000 was sprake van een lichte daling.

De grijze golf is naar verwachting binnen tien jaar opgelost. Een groot deel van de huidige vijftigers is dan met pensioen. Vooralsnog leidt het opschuiven van deze talrijke generatie tot een aanmerkelijke stijging van het aandeel werknemers tussen de 55 en 59 jaar met ??n procentpunt tot bijna twaalf procent.

In de hogere functies winnen ook de jongeren wat meer terrein. Van alle professoren is nu 5,7 procent tussen de 35 en 39 jaar, 0,6 procent meer dan het voorgaande jaar. Deze leeftijdscategorie legde ook een groter beslag op de functies als universitair hoofddocent en universitair docent.

In het verleden was dat wel anders. Over het gebrek aan perspectief voor het jongere personeel zijn de afgelopen jaren rapporten volgeschreven.

Ook de positie van de vrouwen is verbeterd. Het aandeel vrouwen steeg van 35,8 procent tot 36,2 procent. Het lukt de vrouwen bovendien steeds beter om door te dringen tot de hogere rangen. Telden de universiteiten in 2000 nog 156 vrouwelijke hoogleraren, vorig jaar waren dat er 166 (plus 6,4% procent). Die stijging is opvallend, gezien het totale aantal hoogleraren is gedaald. In 2000 waren het er nog 2470. Daarvan waren er in 2001 nog 2327 over (min 5,8%). | HOP

Re:ageer