Organisatie - 1 november 2007

Meer toxicogenomics, minder proefdieren

‘Wij gaan cellen in plaats van dieren blootstellen aan giftige stoffen’, zegt dr. Ad Peijnenburg van onderzoeksinstituut RIKILT. ‘Vervolgens kijken we welke genen die giftige stoffen aan- of uitzetten. Met die toxicogenomische kennis kun je daarna gerichter proefdieronderzoek doen. Dan hoef je dus minder proefdieren op te offeren.’
Peijnenburg en zijn collega’s doen mee met een onderzoeksprogramma van het Nederlands Toxicogenomics Centrum dat van de overheid 25 miljoen euro subsidie heeft gekregen om testmethoden voor geneesmiddelen, voedingsadditieven, cosmetica en industriële componenten proefdiervriendelijker te maken. Coördinator van het project is de Universiteit Maastricht. Binnen Wageningen UR is naast RIKILT ook de leerstoelgroep Toxicologie bij het programma betrokken.
‘We richten ons vooral op de kankerverwekkende eigenschappen van stoffen, maar ook op de effecten op de voorplanting, het immuunsysteem en organen als de lever’, zegt Peijnenburg. De toxicologen van de universiteit gaan zich ook met de eerste twee punten bezighouden.
RIKILT is al langer bezig met toxicogenomics-onderzoek. Het instituut bestudeert vooral de mogelijke schadelijke effecten van giftige stoffen bij lage concentraties.

Re:ageer