Wetenschap - 1 januari 1970

Meer samenwerking moet de Oekraïne weer tot de graanschuur van de Krim

1
Meer samenwerking moet de Oekraïne weer tot de graanschuur van de Krim

maken

Nederlanders helpen Oekraïners met wederopbouw van irrigatiesysteem uit
Sovjetperiode

De Oekraïne was in de Sovjetperiode de graanschuur van de communisten. Op
de Krim zijn de collectief georganiseerde kolchozen verworden tot
boerendorpen die vooral gericht zijn op zelfvoorziening, en vaak alleen
maar geïnteresseerd in het overleven met de middelen die ze hebben.
Onderzoekers van Alterra, het LEI en het ILRI en praktijkmensen uit de
Nederlandse landbouw laten de Oekraïners vooral zien hoe in Nederland
samenwerking leidt tot een meer leefbaar en economisch succesvol
boerenbestaan. De Oekraïense boeren hebben één voordeel: de nieuwe markt
voor biologische landbouw ligt voor hen open, want geld voor kunstmest en
bestrijdingsmiddelen hebben ze niet.

De irrigatiewerken in zuidelijk Oekraïne zijn zoals veel communistische
bouwwerken enorm. De irrigatiesystemen Kakhovska en Northern Crimean Canal
(NCC) pompen het water vanaf de Dnjepr naar de Krim, en bedienen een
miljoen hectare landbouwgrond die bestaat uit vele twee- tot vierduizend
hectare grote kolchozen. Het belangrijkste irrigatiekanaal van de NCC is
402 kilometer lang, ontworpen voor een doorvoer van 380 kubieke meter water
per seconde, ook bergopwaarts, en dient tot irrigatie van een gebied van
ongeveer driehonderdduizend hectare.
Toen Oekraïne nog deel uitmaakte van de Sovjet Unie was het land de
graanschuur van de communistische republiek, beroemd om de zeer vruchtbare,
donkere bodem. Sinds de ineenstorting van het Sovjetregiem zijn de
opbrengsten echter dramatisch gedaald. Ir Gerbert Roerink van het Centrum
voor Geoinformatie kan dat heel goed laten zien aan de hand van
satellietbeelden. Op de satellietfoto uit augustus 1992 is het gebied van
de NCC helemaal rood van de geïrrigeerde gewassen als alfalfa, maïs en
rijst, maar op de foto uit augustus 2001 is het rood bijna compleet
verdwenen.
De satellietfoto's van Roerink maken deel uit van de eerste probleemanalyse
die Alterra, het LEI en het ILRI maakte van de irrigatieproblematiek in de
Oekraïne, het project Water Management Ukraine (Watermuk), gefinancierd het
programma Partners voor Water van de ministeries van Verkeer en Waterstaat,
Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De
eerste kennismaking met de Oekraïense partners van het Institute of
Hydraulic Engineering and Land Reclamation (IHELR) en de universiteit vond
plaats in januari 2001. Sindsdien is Roerink projectleider van een enorm
uitgegroeid project, waarbij naast de drie onderzoeksinstituten een
complete afspiegeling van de Nederlandse landbouwwereld is betrokken:
Waterschap Groot Salland, Rijkswaterstaat, DLG, DLV, de consultancytak van
de Rabobank, DHW, en Wetlands International.

Achterblijvers
De problemen zijn ook veel breder dan het irrigatiesystemen alleen, aldus
Roerink. Met de ineenstorting van de Sovjet Unie viel voor de Oekraïne in
een klap de belangrijkste markt weg. Door de slechte economische situatie
als gevolg hiervan verdwenen veel hoogopgeleiden specialisten, zoals
irrigatiedeskundigen, landbouwspecialisten en ingenieurs. De achterblijvers
waren totaal niet opgewassen tegen de eisen die de nieuwe markteconomie aan
hen stelde. Ook al omdat ze door decennia onder de Sovjetparaplu helemaal
niet gewend waren om economische risico's te nemen en kansen te pakken,
zoals een westerse ondernemer dat doet.
Daarmee viel eigenlijk de bodem weg onder het bestaan van de Oekraïense
landarbeiders. Zij werden dankzij de privatisering van de collectief
georganiseerde kolchozen ineens boer, wat betekent dat ze op papier voor
een paar procent eigenaar zijn geworden van een duizenden hectares groot
boerenbedrijf, maar dat ze hun eigendom onmogelijk ten gelde kunnen maken.
De kolchozen zijn immers grootschalig georganiseerd, met geïrrigeerde
akkers van wel honderd hectare groot, en een opdeling van het grondgebied
zou de ondergang van de kolchoze betekenen. Verkopen van grond kan alleen
aan de rand van het grondgebied, maar daar ligt juist de slechtste, en dus
minst waardevolle grond.
De Oekraïense kolchozen zijn volgens Roerink dan ook verworden tot
afzonderlijke dorpen die bij gebrek aan centrale leiding vanuit Moskou
vooral zijn gericht op voedselproductie voor hen zelf. Daarbij is het
gebrek aan geld schrijnend. De landarbeiders krijgen hun loon uitbetaald in
kippen en appels, en de gepensioneerden hebben in plaats van hun
staatspensioen nu als mede-eigenaar recht op een evenredig deel van de
opbrengst van het boerenbedrijf. Dit rantsoen wordt door iedereen met de
eigen moestuin naar believen aangevuld.
Elke kolchoze is een apart eilandje op zich, een soort dorp van duizenden
hectares met een eigen bakkerijtje, een eigen schooltje, enzovoorts. ,,Ze
willen het allemaal zelf doen'', vertelt Roerink. Een dorp vroeg de
Nederlanders om geld voor een slachterij, terwijl in het dorp ernaast een
grote slachterij stond die veel te weinig werk had. ,,Ze denken er gewoon
niet bij na om in dat soort dingen samen te werken.''
De helft van de oude kolchozen is nu al verliesgevend, en dat kan alleen
maar erger worden. De kosten van de verouderde en grootschalige
irrigatiesystemen waarmee het water uit de Dnjepr naar de Krim wordt
gepompt, zijn hoog. De boeren hebben nu al te maken met een oplopende
schuldenlast, en dan betalen de boeren alleen nog maar voor het pompstation
op hun eigen veld. Dat is slechts een derde van de kosten voor het complete
irrigatiesysteem; de rest komt van de overheid. Als ze in de toekomst
volledig geprivatiseerd worden, zullen de irrigatiekosten helemaal zwaar op
hun balans drukken.
Sommige boerenbedrijven maken moedwillig verlies, vertelt Roerink. Ze laten
de schulden oplopen en hopen op clementie van de zich verkiesbaar stellende
politici die de schulden nogal eens willen weg schelden in ruil voor
stemmen. Gezonde bedrijven leiden daar onder, aldus Roerink. ,,Dan zegt
zo'n president 'als ik gekozen word, scheld ik het weg'. Zo steun je de
rotte appels.''

Moedwillig
Toch kan het wel goed gaan. Een kolchoze heeft zich gericht op het
produceren van wijn, en boorde daarmee een nieuwe markt aan, waarmee ook
winst gemaakt wordt. Probleem is echter dat het succesvolle boerenbedrijf
moeilijk kan uitbreiden, omdat er onvoldoende kredietmogelijkheden bestaan,
en ook omdat de bedrijven die mede dankzij politici moedwillig verlies
draaien onwelwillend staan ten opzichte van verkoop van hun cash cow.
De problemen in de Oekraïne zijn dus vooral sociaal en economisch. ,,Het
probleem is niet zozeer dat de spullen kapot zijn'', stelt Roerink, ,,dat
is juist het gevolg van de problemen.'' Dat de irrigatiesystemen in de
Oekraïne nauwelijks werken, ligt niet zozeer aan de irrigatiesystemen -
alhoewel die verouderd en grootschalig zijn en gebaseerd op een niet meer
bestaande centrale regie - maar aan de manier waarop de Oekraïners de
nieuwe boerenbedrijven organiseren uit de ruïnes van de collectief
georganiseerde kolchozen.
Roerink is optimistisch over de mogelijkheden voor landbouw in de Oekraïne.
De rijke, donkere bodem, het goede klimaat en het beschikbare water maken
het nog steeds tot een zeer geschikt landbouwgebied. Onderzoekers hebben
met simulatiemodellen berekend dat de potentiële opbrengst voor wintergraan
en maïs met beter beheer van gewas en water kan verdubbelen. Regengevoed
wintergraan levert in de modellen ongeveer drie à vier ton per hectare, in
de Sovjettijd was dat met irrigatie bijna vijf ton, en het optimum ligt nu
rond de acht ton. Voor maïs schommelen de cijfers voor de verschillende
situaties veel meer, respectievelijk tussen de nul en zeven ton voor regen,
tussen vier en tien ton in de Sovjettijd, en tussen elf en vijftien voor
het optimum. Maar ook daar is dus winst te halen.
Roerink denkt die winst vooral te halen via de uitwisseling van kennis en
onderwijs. Hij wil ook komen tot een werkelijk integrale aanpak van de
problemen, want die zijn immers breder dan de irrigatie alleen. Daarom is
het aanvankelijk kleine onderzoeksproject van de instituten Alterra, het
LEI en het ILRI nu ook verbreed met spelers uit de Nederlandse praktijk. Er
wordt nu gewerkt aan een ontwikkelingsplan voor een specifiek district dat
als voorbeeld kan dienen voor de rest van de Oekraïense landbouw.

Cruijff
Vanuit Wageningen wil Roerink komen tot een uitwisseling van studenten met
de Oekraïense universiteit. Dat gebeurt op bescheiden schaal nu al. ,,Een
aantal Oekraïners doen onderzoek hier bij het Centrum voor Geoinformatie,
en een Wageningse studenten doet al afstudeervakken in de Oekraïne.''
De praktijkmensen uit Nederlander gaan de Oekraïners eigenlijk een spiegel
voorhouden van de Nederlandse praktijk. Rijkswaterstaat en het Waterschap
Groot Salland willen excursies organiseren, zodat Oekraïners kennis kunnen
nemen van de manier waarop het waterbeheer in Nederland is georganiseerd.
De voorlichtingskundigen van DLG willen helpen om een soort
landbouwvoorlichting op te zetten in het land. Ingenieursbureau DHW gaat
adviseren over de wetgeving met betrekking tot privatisering. En Wetlands
International gaat onderzoek doen naar de invloed van de irrigatie op de
Oekraïense Waddenzee, de Sivash-binnenzee.
Een van de belangrijkste opdrachten is en blijft het vinden van nieuwe
markten voor de landbouwproducten uit de Oekraïne. Daar gaat de
consultancytak van de Rabobank de Oekraïners bij helpen. Een daarvan is al
duidelijk, denkt Roerink, namelijk de markt voor biologische producten.
,,Ze doen al jaren aan biologische landbouw, ze hebben gewoon geen geld
voor kunstmest en bestrijdingsmiddelen.'' Zo heeft elk nadeel zijn
voordeel, om met Johan Cruijff te spreken.

Martin Woestenburg

Fotobijschriften:

De kosten voor de irrigatie kunnen nu al nauwelijks worden opgebracht door
de Oekraïense bedrijven. | Foto Jan Roerink, Alterra

Het rollend materieel op de Oekraïense boerenbedrijven is sterk verouderd
door het ontbreken van kredietmogelijkheden | Foto Jan Roerink, Alterra

In het onderzoeksproject wordt onder meer gekeken op de invloed van de
irrigatie op de Sivash-binnenzee, de Oekraïense Waddenzee | Foto Jan
Roerink, Alterra

Re:acties 1

  • Anne habing

    Reageer

Re:ageer