Organisatie - 8 februari 2007

Meer-meer-meer

‘Weet je wat ik denk, als ik voor zo’n zaal met ontevreden GV’ers sta?’, vraagt Aalt Dijkhuizen, terwijl hij zijn glas aan zijn mond brengt. ‘Weet je wat ik dan denk, Tijs? Jullie kunnen allemaal m’n rug op. Dat denk ik dan.’
‘Zachtjes, Aalt’, maant Tijs Breukink. ‘Je weet nooit wie er meeluistert.’ Breukink werpt een blik om zich heen. Het dranklokaal tegenover de dorpsbioscoop begint vol te lopen.
‘Het gaat goed met ons, Tijs. Er komen meer studenten. Het nieuwe kabinet wil meer geld voor onderwijs, meer geld voor het milieu, meer geld voor de strijd tegen osebitas. Meer-meer-meer. Het kan niet op.’
‘Stap maar over op fris’, adviseert Breukink.
‘Maar weet je hoe die verrotte Gemene Vergaderaars reageren als ik dat vertel?’, vraagt Dijkhuizen. ‘Nou?’
Breukink zucht. ‘Geen flauw idee’, zegt hij.
‘Ze geloven me niet’, zegt Dijkhuizen bitter, terwijl hij met een lodderig oog in zijn halflege glas tuurt. ‘Ik heb ze vroeger zoveel kletskoek verteld dat ze me nu niet meer geloven.’
‘Kan ik me ook wel een beetje voorstellen’, bekent Breukink. ‘Toen je er zeshonderd DLO’ers uitjaste noemde je dat ‘een versterking van het onderzoek’. Toen de studentenaanmeldingen een laagterecord bereikten, toeterde je dat we twee studenten van Djibouti hadden gekregen. En toen je A&F…’
‘Natuurlijk lieg ik’, zegt Dijkhuizen. ‘Daar ben ik een manager voor.’
‘En toen je A&F…’
‘Ik ben eenzaam, Tijs’, zegt Dijkhuizen, en legt zijn hand op Breukinks schouder. ‘Weet je wat ik nog meer dacht, toen ik voor de Gemene Vergaderaars stond?’
Verschrikt schudt Breukink zijn hoofd.
‘Ik heb in heel WUR maar één echte vriend, Tijs. Maar eentje. En dat…’
Breukink haalt het glas uit Dijkhuizens handen.
‘Tijd voor koffie’, zegt Breukink.

Willem Koert

Re:ageer