Wetenschap - 1 januari 1970

Meer lachgas in landbouw dan gedacht

De landbouw stoot tien procent meer lachgas uit dan de hoeveelheid waarmee gerekend wordt in de emissieberekeningen voor het Kyotoverdrag. De oorzaak ligt in het grasland dat wordt omgezet in akkerland. Dit blijkt uit promotieonderzoek van ir. Theun Vellinga.

Lachgas, ofwel de stikstofverbinding N2O, is een belangrijk broeikasgas en wordt uitgestoten door de landbouw, de chemische industrie, door verbranding van fossiele brandstoffen en de afvalverbranding. Er wordt minder lachgas uitgestoten dan broeikasgas CO2, maar het kan wel tot anderhalve eeuw duren voordat lachgas is afgebroken. Het broeikaseffect van lachgas is mede daarom naar schatting driehonderd keer sterker dan dat van CO2.
Het vrijkomen van lachgas uit de Nederlandse bodem is al lang bekend. Lachgas wordt tijdens de stikstofkringloop in de bodem gevormd uit kunstmest en minerale mest. Maar de extra hoeveelheden die uit de grond vrijkomen door het omploegen van grasland werden tot nu toe niet in de nationale inventarisatie meegenomen. Vellinga wijst erop dat er een steeds groter deel van het grasland wordt omgezet in bouwland voor met name de aardappel- en bloembollenteelt. De promovendus berekende dat de Nederlandse landbouw hierdoor op jaarbasis circa tien procent meer lachgas uitstoot.
‘Tien procent is toch een fors deel en dat zouden we daarom mee moeten nemen in de emissie-inventarisatie voor het Kyotoprotocol’, zegt promotor prof. Oene Oenema, hoogleraar nutriëntenmanagement en bodemvruchtbaarheid. De verwachting is dat het oppervlak grasland in Nederland de komende twintig jaar zal blijven afnemen ten gunste van wisselbouw, en dat hierdoor meer lachgas vrijkomt.
De landbouw zorgt voor ongeveer de helft van de totale uitstoot van lachgas in Nederland. De uitstoot van lachgas uit de landbouw, en ook van methaan, is in de laatste twintig jaar overigens met circa dertig procent afgenomen, voornamelijk door efficiëntieverbeteringen, dus er is geen reden voor groot alarm. Maar die onverwachte tien procent extra uitstoot vanuit de landbouw maakt het wel moeilijker om de doelstelling voor 2012 te halen van een totale vermindering van zes procent van de uitstoot van de 'overige broeikasgassen.’ Dat zijn de gassen anders dan CO2, met name methaan en lachgas.
Het onderzoek naar lachgas was een klein onderdeel van Vellinga's onderzoek. Hij ontwikkelde ook economische en milieukundige criteria voor stikstofbemestingsadviezen en voor het schatten van neveneffecten van eerder toegediende stikstof aan grasland. Niet alle toegediende stikstof uit de kunstmest wordt meteen benut; een deel blijft achter in de bodem en kan later in het seizoen alsnog worden benut. Boeren zouden hier rekening mee kunnen houden, waardoor ze minder stikstof hoeven toedienen. Dit vermindert de uitstoot van lachgas en van ammoniak. / HB

Ir. Theun Vellinga promoveert op 3 maart bij prof. Oene Oenema, hoogleraar Nutriëntenstromen en bemesting.

Re:ageer