Wetenschap - 28 juni 2001

Meer jonge mossels dankzij speciale touwen

Meer jonge mossels dankzij speciale touwen

Mosselvissers in de Waddenzee en de Oosterschelde kunnen de broedval van mosselen vergroten door speciale touwen in het water te plaatsen, waar de jonge schelpdiertjes op vastgroeien. Dit zegt dr. Pauline Kamermans van het RIVO.

Het stimuleren van de broedval met deze 'collectortechniek' kan volgens Kamermans uitkomst bieden in jaren wanneer er weinig broedval is op de zandplaten. Dit voorjaar was bijvoorbeeld de hoeveelheid mosselzaad in de Waddenzee slechts een fractie van wat er normaal ligt, blijkt uit een inventarisatie door het RIVO. Een probleem voor vissers is ook dat het winnen van mosselzaad op wadplaten nu sterk aan banden wordt gelegd door het ministerie van LNV in verband met voedselreservering voor vogels.

Kamermans en haar collega Emiel Brummelhuis experimenteerden met drie meter lange touwen die aan boeien werden bevestigd en in het water werden gehangen. Op sommige touwen bleken na drie maanden tienduizenden mosseltjes te zitten. Jonge mosselen die nog maar enkele millimeters groot zijn, ook wel broed genoemd, zoeken harde oppervlakken op zoals lege schelpen, waar ze zich aan vasthechten en verder opgroeien.

Kamermans testte verschillende soorten touwen die in andere landen worden gebruikt in de 'hangcultuur' van schelpdieren. Spaanse en Nieuw-Zeelandse touwen bleken het beste te werken. In de hoekjes en gaten van deze gebobbelde of gerafelde touwen kunnen de mossellarfjes gaan zitten zonder opgegeten te worden door garnalen, krabben en andere vijanden. | H.B.

Re:ageer