Wetenschap - 1 januari 1970

‘Meer impact met grote projecten’

Prof. Martin Kropff is sinds september rector van Wageningen universiteit en vice-voorzitter van de raad van bestuur. Wageningen UR moet zich volgens hem afficheren met het thema 'lifestyle en livelihood', en zich concentreren op grote onderzoeksfondsen. 'Met alleen kleine onderzoekjes hier of daar bereik je niet de impact die wij willen.'

Martin Kropff spoelt glazen tijdens de nieuwjaarsborrel van de studentenraad. / foto Guy Ackermans

Vanwaar lifestyle? Wat was er mis met landbouw of voeding als thema’s?
‘Niks, die houden we natuurlijk ook. En daar zijn we trots op. Het probleem is wel dat een deel van de samenleving die gebieden vooral associeert met milieu- en welzijnsproblemen in de primaire sector. Dat wordt gelukkig al beter trouwens, want dat beeld is eenzijdig. Van de vijftien meest innovatieve Nederlandse sectoren die internationaal een dominante rol spelen zijn er elf afkomstig uit de groene sector, met de bloemensector natuurlijk voorop.
Maar door dat nieuwe etiket ‘lifestyle’ te gebruiken kunnen we laten zien dat we meer doen. Het is een naam voor ontwikkelingen die allang gaande zijn. Toen we het voor het eerst noemden gingen bij veel mensen de wenkbrauwen omhoog, maar als je uitlegt wat je bedoelt, merk je dat het kwartje valt. Dat het gaat om allergie, recreatie, gezond leven, mooie bloemen, onderwerpen waar we natuurlijk al veel aan doen. Denk bijvoorbeeld ook aan de dierwetenschappers, die richten zich sinds kort ook op gezelschapsdieren. Wij willen ons daar meer mee profileren.
Wij besteden in Nederland heel veel geld aan het gezond maken van zieke mensen, en relatief weinig aan het gezond houden van mensen. Wij hebben nu een preferred partnership met LNV. Dat willen we ook met DGIS, VROM en EZ. We zijn ook bezig om samenwerking met het ministerie van volksgezondheid te zoeken.
Overigens spreken wij niet alleen meer van lifestyle, maar voegen we daar livilihood aan toe. Wij kregen de kritiek dat lifestyle alleen van belang is voor rijke mensen. Er zijn heel veel mensen in ontwikkelingslanden die niet kunnen kiezen of ze veel of weinig eten, omdat ze te arm zijn. Dat is natuurlijk zo en daar besteden wij ook veel aandacht aan.’

Hoe wilt u ervoor zorgen dat uw wensen worden uitgevoerd? Komt er een lifestylefonds van de raad van bestuur?
‘Nee, dat komt er niet. Zoveel middelen hebben wij niet te verdelen, en bovendien past dat niet bij onze organisatie die bestaat uit professionals die ieder hun eigen beslissingen nemen. Wij hebben goed geluisterd en zullen vooral moeten uitleggen waarom we dit willen. Wij willen binden. De raad van bestuur is er vooral om samenhang te brengen in initiatieven die onze medewerkers nemen, en te zorgen voor synergie. Onze kernboodschap wordt wat mij betreft: science for impact. Impact op beleid, innovatie, bedrijfsleven, samenleving en wetenschap.’

Dat is geen typisch Wageningse ambitie. Of zijn er ook universiteiten die liever niet zien dat hun wetenschap impact heeft?
'Nee, dat denk ik niet. Alle universiteiten willen natuurlijk dat hun onderzoek wat oplevert, maar ik denk dat wij kunnen laten zien dat wij die ambitie ook waarmaken. Denk aan het onderzoek van de leerstoelgroep Entomologie. Joop van Lenteren deed daar in de jaren tachtig fundamenteel onderzoek naar tritrofe relaties tussen planten, hun belagers en de natuurlijke vijanden van die belagers. Het bedrijf Koppert heeft de kennis gebruikt om systemen te ontwikkelen om natuurlijke vijanden te produceren en beschikbaar te maken voor tuinders om te gebruiken bij de bestrijding van plaaginsecten. Dat heeft een enorm effect gehad. In de Nederlandse glastuinbouw wordt nu nog nauwelijks gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Noem dat maar eens geen impact. Financieel, maar ook voor de gezondheid van de mens. Het mooie is dat die leerstoelgroep nog steeds bewijst dat je topwetenschap kan bedrijven en tegelijkertijd gericht kan zijn op de toepassing.
Een ander voorbeeld is Gatze Lettinga, over de hele wereld staan honderden anaërobe zuiveringsinstallaties die gebaseerd zijn op zijn ideeën.’

‘Met alleen kleine onderzoekjes hier of daar bereik je niet de impact die wij willen’
U noemt oude voorbeelden. Van Wageningen UR was geen sprake toen Van Lenteren begon met zijn werk. Hebt u ook voorbeelden van recent onderzoek met grote impact?
'Het duurt ook jaren voordat je dat voor elkaar hebt. Van fundamenteel onderzoek tot toepassing op grote schaal in de praktijk is een lange weg. Ik denk wel dat aantoonbaar is dat de samenwerking binnen Wageningen UR vruchten begint af te werpen. Als directeur van de Plant Sciences Group heb ik gezien dat de mensen de afgelopen jaren naar elkaar toe zijn gegroeid. Toen we net bij elkaar waren hebben wij een onderzoek laten doen. Daaruit bleek dat er over en weer, bij universiteit en bij het instituut, een enorm wantrouwen was.
Dat is inmiddels heel anders. Heel veel DLO-programma's worden in samenhang met onderzoek van de universiteit uitgevoerd.
Kijk naar het klimaatonderzoek, daar werken de toppers van DLO en de universiteit samen. Ik denk dat je kunt zeggen: zonder Wageningen UR geen Pavel Kabat. Doordat we samen groepen hebben met voldoende kritische massa krijg je boegbeelden die echt impact hebben. Als universiteit zijn we een kleintje, maar als geheel zijn we het grootste onderzoekscentrum van Nederland en tellen we echt mee.
Met onze omvang kunnen we ons ook succesvol richten op grote onderzoeksfondsen, dat wordt een belangrijke lijn in ons beleid. Met alleen kleine onderzoekjes hier of daar bereik je niet de impact die wij willen. Bij de verdeling van het fonds voor economische structuurversterking kun je zien dat we ook succes kunnen boeken. Van de 140 miljoen die daarvoor beschikbaar is, verwachten wij dat ruim de helft beschikbaar komt voor onze onderzoeksthema’s. Onze goede banden met het bedrijfsleven hebben daar heel erg bij geholpen. Het is niet voor niets dat verschillende andere universiteiten naar ons succes kijken.'

Naast het onderzoek is het onderwijs uw belangrijkste aandachtsterrein. Wageningen UR is sinds twee jaar verrijkt met de hogeschool Van Hall Larenstein. Dat heeft tot nu toe weinig opgeleverd. Hoe komt dat?
'De twee hogescholen Van Hall en Larenstein zijn de afgelopen jaren vooral bezig geweest met hun onderlinge fusie. Dat soort processen vraagt nu eenmaal veel tijd. Om de samenwerking beter van de grond te krijgen, hebben we plannen gemaakt om een samenhangend onderwijssysteem te ontwikkelen: het onderwijshuis. De doorstroming van VHL-studenten naar Wageningen moet effectiever en eenvoudiger. We starten met een aantal concrete proefprojecten, onder het motto: goed voorbeeld doet goed volgen.'

Korné Versluis

Re:ageer