Wetenschap - 1 januari 1970

Meer chrysanten voor minder gas in zicht

Meer chrysanten voor minder gas in zicht

Meer chrysanten voor minder gas in zicht


Er zijn goede vooruitzichten voor het ontwikkelen van glastuinbouwgewassen
die met minder energie te telen zijn. ,,Bij de tomaat bijvoorbeeld denk ik
dat we kunnen uitkomen bij een ras dat in de kas bij 2 of 3 graden lagere
temperatuur toekan’’, stelt plantenveredelaar dr Theo Hendriks. Hij is
coördinator van het zesjarige onderzoeksprogramma ‘Rassen onder glas met
minder gas’. Eind februari presenteerden de onderzoekers de belangrijkste
resultaten aan vertegenwoordigers van de sector.

Het onderzoeksprogramma, dat wordt geleid door de hoogleraar
plantenveredeling prof. Piet Stam, ging in 1999 van start en richt zich op
de glasgroente- en sierteeltgewassen die het energiegebruik in de
Nederlandse glastuinbouw voor een belangrijk deel bepalen: tomaat, paprika,
roos, chrysant en de kerstster. Alleen de tomaat, paprika, roos en chrysant
zijn al verantwoordelijk voor meer dan de helft van het energieverbruik in
de tuinbouw. De potplant kerstster is een seizoensartikel die vooral in de
koude maanden wordt opgekweekt en daarom relatief veel verwarming vraagt.
,,Eigenlijk gaat het er ons om energie-efficiëntere gewassen te
ontwikkelen, waarmee we een zelfde opbrengst bij een lager energieverbruik
willen bereiken’’, licht Hendriks toe. ,,We zijn nu ongeveer halverwege het
project en zijn vooral verrast dat er nog zo veel energiewinst lijkt te
behalen door uit het bestaande assortiment te putten. De variatie van
energiebenutting is ook bij veel kasgewassen nog lang niet uitgeput’’. De
kosten van het totale onderzoeksproject, 4,5 miljoen euro, worden gedekt
door het Productschap Tuinbouw, het ministerie van EZ, het ministerie van
LNV en veredelingsbedrijven. Het onderzoek past in een meerjarenafspraak
van de tuinbouwsector met de overheid, die het gebruik van fossiele
brandstof en daarmee de uitstoot van kooldioxide aanzienlijk moet
verminderen. ,,Ook voor de concurrentiepositie van de Nederlandse tuinder
is het natuurlijk interessant de stookkosten te verlagen, mits dit niet ten
koste gaat van productie en kwaliteit’’, beaamt Hendriks.
De tien deelprojecten worden uitgevoerd door onderzoekers in Wageningen,
Groningen, Naaldwijk en Aalsmeer. Voor de verbetering van de energie-
efficiëntie van de gewassen is gekozen voor twee benaderingen:
kruisingsveredeling en genetische modificatie. Ook is bij een aantal
gewassen gekeken hoe de biomassaproductie over de plant wordt verdeeld.
Hendriks: ,,Opvallend is bijvoorbeeld dat kastomaten bij lagere
temperaturen zetmeel opslaan in hun bladeren, terwijl wilde tomaten uit de
Andes dit niet doen. Zij gebruiken de koolhydraten voor de groei in plaats
van opslag. Dat is een interessant gegeven. In de komende tijd gaan we het
effect van bepaalde genen op groei en ontwikkeling onderzoeken in
terugkruisingslijnen bij verschillende temperaturen.’’ Hij denkt dat bij
alle onderzochte gewassen wel enige energiewinst te behalen valt. Het
onderzoeksprogramma loopt tot en met 2005. | G.v.M.

Fotobijschrift:
Onderzoek aan chrysanten, een van de sierteeltgewassen die relatief veel
energie verbruikt, bij de leerstoelgroep tuinbouwproductieketens | Foto:
Anke van der Ploeg

Re:ageer