Wetenschap - 31 januari 2002

Meer bijbaantjes, geen slechtere cijfers

Meer bijbaantjes, geen slechtere cijfers

Studenten werken steeds meer, maar doen wel steeds minder 'dom werk'. Minder dan de helft heeft een bijbaan waarvoor geen enkele opleiding is vereist. De resultaten lijden niet onder het geklus.

Onderzoekers van de Erasmus Universiteit in Rotterdam enqu?teerden sinds 1997 in opdracht van het ministerie van Onderwijs jaarlijks ruim 2800 studenten van de Universiteit van Amsterdam, de TU Delft, de Universiteit Maastricht en hun eigen universiteit. Driekwart van de studenten werkte in collegejaar 1999-2000 gemiddeld ruim tien uur per week, tegen acht uur drie jaar daarvoor.

De toegenomen werktijd gaat vooral ten koste van de studie. Stak een student in de jaargang 1996-1997 nog gemiddeld 32,5 uur in zijn opleiding, inmiddels is dat teruggelopen tot 29,3 uur.

Toch hebben de studieresultaten daar niet of nauwelijks onder te lijden. In tegendeel: wie minder dan acht uur per week bijverdient, doet het gemiddeld iets beter dan medestudenten die altijd met de neus in de boeken zitten. Volgens de onderzoekers zijn studenten effici?nter gaan studeren.

Ruim zestig procent van de bijklussers verrichtte in 1997 ongeschoolde arbeid, maar inmiddels is dat percentage gezakt tot onder de vijftig. De opstellers van het rapport vermoeden dat krapte op de arbeidsmarkt ervoor heeft gezorgd dat studenten makkelijker werk krijgen dat aansluit bij hun opleidingsniveau.

De studenten zijn in vier jaar tijd behoorlijk beter gaan verdienen. Hun gemiddelde maandinkomen steeg van 545 naar 681 euro, vooral door de inkomsten uit werk. Per uur verdient een student inmiddels 7,44 euro, een kwart meer dan in 1997. Dat weerhoudt de grootverdieners er overigens niet van vaker te lenen: zestien procent staat bij de IB Groep in het krijt, tegen twaalf procent in 1997. | HOP

Re:ageer