Organisatie - 1 januari 1970

Mediastormpje over dolfijnen

Zeezoogdierexpert Bram Couperus van het Nederlands Visserij Onderzoek (RIVO) zat afgelopen dinsdag plotseling in het Jeugdjournaal. Want, zo meldde het journaal, als je deze zomer een ijsje zit te eten op ons eigen Noordzeestrand, loop je zo maar de kans een dolfijn te zien.

Het blijkt te gaan om een kleine mediahype, vertelt Couperus achteraf. Hij werd benaderd door het Jeugdjournaal, Radio Noord-Holland én de Telegraaf naar aanleiding van een artikel in IJmuider Courant. Een journalist van deze plaatselijke krant had Couperus om commentaar gevraagd op een bericht in The Guardian. Daarin stond dat de universiteit van Newcastle uit de verhalen van vissers opmaakt dat er flink wat verandert in de Noordzee. De zeelieden zagen bijvoorbeeld veel meer bruinvissen, maar ook zuidelijk voorkomende dolfijnsoorten als de grijze dolfijn en de witsnuitdolfijn.
Couperus zei in IJmuider Courant dat er inderdaad veel verandert in de Noordzee, maar hij heeft ook benadrukt dat dat niet alleen te maken heeft met dolfijnen. Hij betwijfelt zelfs of er daadwerkelijke grijze dolfijnen voor de Nederlandse kust voorkomen. Die nuance is in het mediahypeje grotendeels verloren gegaan.
'Het gaat om een optelling van veranderingen', vertelt Couperus. Zo trekken zeeduikers en -koeten uit noordelijke zeeën naar de Noordzee, verdwijnt de zandspiering bij Oost-Schotland, en groeit het aantal dolfijnen. Het lijkt er kortom op dat het ecosysteem van de zeeën in de war is, maar waarom is nog onduidelijk. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks nauwkeurige cijfers over het voorkomen van walvisachtigen en dolfijnen in de Noordzee.
Dr Mardik Leopold van Alterra Texel gaat in de zomer tellen hoeveel het er zijn, een herhaling van een vergelijkbaar onderzoek van tien jaar geleden. De dolfijnen zijn moeilijk te tellen. Leopold: 'Bij windkracht nul zie je één derde van de aanwezige dieren, en bij windkracht drie moet je al stoppen, dan is tellen niet meer mogelijk vanwege de golven. ' / MW

Re:ageer