Organisatie - 10 april 2014

Medezeggenschap op de schop?

tekst:
Albert Sikkema

De verkiezingen voor medezeggenschap komen weer in het vizier. Maar er stellen zich weinig kandidaten beschikbaar en er wordt weinig gestemd. Vanuit de medezeggenschap zelf klinkt de roep om vernieuwing, zo bleek tijdens een inspiratiemiddag eind maart. Wat zijn de problemen en bijbehorende oplossingen?

Klaas Swart

Lid OR van de Plant Sciences Group en lid van de WUR Council

‘De medezeggenschap is toe aan vernieuwing. Zo zou de WUR Council vaker mensen mensen uit de werkgemeenschap kunnen uitnodigen om specifiek advies te komen geven over een bepaald onderwerp. Je houdt dan een kleine vaste kern in de OR die zorgt voor de continuïteit en de organisatie van ad-hocwerkgroepen of bijeenkomsten. Het voordeel daarvan is dat je meer mensen betrekt bij de medezeggenschap, zodat je meer deskundigheid kunt benutten en een representatiever advies kunt geven. Dat is belangrijk voor het draagvlak van de OR in de organisatie. Ik denk dat we meer bereiken wanneer we ons beter zichtbaar kunnen maken.’

Joost Jongerden

Voorzitter OR Social Sciences Group

 ‘Ik geloof niet in algemene en grootse oplossingen om het functioneren van de medezeggenschap te verbeteren. Je moet kijken waar zich problemen voordoen. Belangrijk is dat je met de directie afspreekt hoe de OR in de besluitvorming betrokken wordt. Daar is geen blauwdruk voor. Per dossier maken we daar afspraken over en dat gaat heel goed.

Het klopt dat het personeel van de universiteit, waaronder de promovendi, ondervertegenwoordigd is in de OR. Ook lijkt het erop dat er dit jaar geen verkiezingen komen bij ons departement omdat er niet méér kandidaten zijn dan zetels. Maar medewerkers op een ad-hocmanier bij de medezeggenschap betrekken is volgens mij niet de oplossing. Je kunt nu al toegevoegd lid worden van een OR-commissie, zodat je incidenteel op specifieke onderdelen meedraait in de medezeggenschap, maar dat gebeurt zelden. Specifieke dossierkennis en zicht op de grote lijnen zijn belangrijk om met de directie in gesprek te kunnen gaan over missie en strategische visie.’

Jeroen Candel

Voorzitter van de Wageningen PhD Council

‘Belangrijkste probleem op dit moment is dat bepaalde groepen, zoals de promovendi, niet goed vertegenwoordigd zijn in de WUR Council. De actieve promovendi zitten al in één van de PhD Councils. Daar praat je over zaken die de PhD’s aangaan en we kunnen praten met wie we willen, we zijn veel flexibeler. Hoewel we de onderwerpen die in de WUR Council aan bod komen van groot belang vinden, is het op dit moment voor veel promovendi niet duidelijk wat ze aan die medezeggenschap hebben. Ons voorstel is: reserveer twee zetels in de WUR Council voor promovendi.’

Anneloes Reinders

Voorzitter Student Council

‘Studenten zitten maar een jaar in de medezeggenschap en krijgen daarom alleen het topje van de ijsberg mee. Daarom is het moeilijk voorstellen aan te dragen voor verbetering. We hebben in de afgelopen maanden een aantal punten gesignaleerd binnen de medezeggenschap waar we aan willen werken tijdens de verkiezingen. Zo hebben we plaatsen gereserveerd voor promovendi en proberen we via de werkgroep Verkiezingen de medezeggenschap breed binnen de universiteit bekend te maken. Verder brengen we de WUR Council actief onder de aandacht via de schermen met de agenda en vergadertijden hierop.’

Robert van Gorcom

Directeur Rikilt

‘Ik zie geen reden voor aanpassing van de medezeggenschap vanuit het Rikilt, want onze ondernemingsraad is prima. Ik denk dat dat komt door de kwaliteit van de OR-leden en de opstelling van de bestuurder. Ik probeer de OR in een vroeg stadium bij de besluitvorming te betrekken. Zoals anderhalf jaar geleden bij een reorganisatie, toen iemand van de OR in de werkgroep zat die de reorganisatie voorbereidde. Voordeel daarvan is dat je in een vroeg stadium al aandachtspunten vanuit de OR krijgt. Zo’n participatieve opstelling, waarbij de OR tijdens de rit meedenkt, is vaak effectiever dan een puur reactieve houding, als de OR alleen een voorgenomen besluit van advies voorziet.’

Rianne van Binsbergen

Promovendus bij Livestock Research

‘Ik heb zelf geen interesse om in de OR te gaan. Je bent hier maar vier jaar, daarna ben je toch weer weg, tenzij je het geluk hebt met een vervolgbaan. Dat perspectief speelt wel mee in je afweging. Ik denk dat promovendi in principe wel tijd hebben voor de OR, wij hebben het niet drukker dan de andere medewerkers. Dat er geen promovendi in de OR zitten, heeft meer met prioriteiten en interesse te maken. Ik heb dan ook geen mening over het functioneren van de OR, sorry.’



Re:ageer