Wetenschap - 8 mei 2003

Medezeggenschap akkoord met nieuwe opleidingen

Medezeggenschap akkoord met nieuwe opleidingen

Medezeggenschap akkoord met nieuwe opleidingen


De gemeenschappelijke vergadering (GV), waarin de studentenraad en de
medezeggenschapsraad van de universiteit zitting hebben, heeft ingestemd
met de start van drie nieuwe maatschappijwetenschappelijke opleidingen in
2004. Hoewel de raad van bestuur in het overleg met de GV op 17 april niet
met alle voorwaarden van de GV akkoord ging, gaf het grootste deel van dit
medezeggenschapsorgaan toch zijn zegen aan de bacheloropleidingen Economie
en beleid, Toegepaste communicatiewetenschappen en Gezondheid en
maatschappij.

Hierdoor is de weg vrij om verder te gaan met de ontwikkeling van de
opleidingen, die in de ogen van de raad van bestuur van groot belang zijn
om het teruglopend aantal Nederlandse studenten een halt toe roepen. Rector
Magnificus prof. Bert Speelman is tevreden over het oordeel van de GV. Dr
Aad van Tilburg, directeur van onderwijsinstituut Maatschappijwetenschappen
en voorzitter van de taakgroep nieuwe bachelors, is ‘aangenaam verrast’.
,,Na al het gedoe rond vooral Gezondheid en maatschappij twijfelde ik of de
GV met deze opleiding zou instemmen'', zegt Van Tilburg.
Met name onduidelijkheid over de opzet van de opleiding Gezondheid en
maatschappij zorgde lange tijd voor kritiek vanuit de GV. De
medezeggenschapsraad maakte zich onder andere zorgen over de afwezigheid
van een gezichtsbepalende leerstoelgroep. De GV vroeg zich af of Wageningen
Universiteit de benodigde expertise wel in huis heeft en stelde als
voorwaarde voor instemming dat tegelijk met de initiatie van de opleiding
een leerstoelgroep voor gezondheid en maatschappij wordt opgericht. Hiermee
ging de raad van bestuur niet akkoord. Volgens Speelman heeft Wageningen
genoeg expertise in huis en is het opstellen van een leerstoelenplan voor
de opleiding nog niet nodig. Eerst moet gekeken worden naar de vraag van de
studenten die de bacheloropleiding gaan volgen.

Nieuwe opleidingen ‘met een toefje bèta’

Vervolg pagina 1

Wat het precieze aandachtsveld van de opleiding Gezondheid en maatschappij
wordt is dan ook nog steeds onduidelijk. ,,Het is te vroeg om nu te zeggen
welke kant het op moet. Dat kan richting de sociologie, voorlichting of
epidemiologie zijn’’, zegt Speelman. ,,Het heeft geen zin om nu vlug een
leerstoelenplan in elkaar te timmeren.’’ Volgens de rector hoeft het
leerstoelenplan formeel pas in 2007 klaar te zijn, wanneer de aansluitende
masteropleidingen van start gaan. De raad van bestuur beloofde de GV wel
dat de mogelijkheden rond een kernleerstoelgroep eerder zullen worden
verkend. Ook zal een MSc-programma gericht op de maatschappelijke aspecten
van gezondheid en gezondheidszorg worden vastgesteld, omdat een duidelijke
vervolg op de bachelor nu nog ontbreekt.
De GV wil verder dat de doorstroommogelijkheden voor de opleidingen
Economie en beleid en Toegepaste communicatiewetenschappen door de
betrokken opleidingscommissies en onderwijsinstituten goed bekeken worden.
Vooral de MSc-opleidingen Urban Environmental Management en Environmental
Sciences komen volgens de GV in aanmerking.
Over de financiële middelen was nog onduidelijkheid onder de GV-leden. Zij
vroegen zich vooral af of het beschikbare budget van 216 duizend euro
voldoende is voor de ontwikkeling van de nieuwe opleidingen. Daarbij
vreesden zij dat de financiering van de nieuwe bacheloropleidingen ten
koste zal gaan van de bestaande opleidingen.
De raad van bestuur beloofde de kosten voor bestaande en nieuwe opleidingen
nog eens door te rekenen en de resultaten uiterlijk in september 2003 aan
de GV te presenteren. Voorzitter prof. Aalt Dijkhuizen zei verder extra
middelen vrij te maken wanneer mocht blijken dat het geraamde budget voor
cursorisch onderwijs (17,5 miljoen euro) door de komst van de nieuwe
opleidingen wordt overschreden. Dijkhuizen: ,,Als duidelijk wordt dat het
duurder uitvalt dan is dat zo. Als het maar meer studenten oplevert. Na
twee jaar moet je toch kunnen zeggen of er schwung in zit.’’ Wel wees
Dijkhuizen de GV op de consequenties van de investering voor bestaande
opleidingen. ,,Als we ergens investeren moeten we ook kijken waar we gaan
desinvesteren.’’ Als voorbeeld noemde Dijkhuizen Biologische
productiewetenschappen en Agrotechnologie, beide slechtlopende opleidingen.
Voor aanvang van de stemmingsronde drukte Dijkhuizen de aanwezigen nog eens
op de het hart de noodzakelijkheid van de opleidingen voor de aanwas van
studenten mee te laten wegen in hun besluit. Ook GV-voorzitter prof. Wim
Heijman wees de leden op dit belang.

Toefje bèta
In de aanloop naar de start van de opleidingen in 2004 is de vraag van
scholieren met de profielen Economie en maatschappij en Cultuur en
maatschappij uitvoerig onderzocht. Daarin werd ook gekeken naar de
wenselijkheid van de beoogde bèta-gamma-integratie, die lange tijd een
belangrijk discussiepunt vormde. Toen echter bleek dat scholieren met een
gammaprofiel geen trek hebben in een te exacte opleiding besloot de
taakgroep het bètagehalte te beperken. De GV stelde als enige voorwaarde op
het gebied van de bèta-gamma-integratie dat in het eerste jaar van de
bacheloropleidingen een inleidend vak in de bètawetenschappen wordt
gegeven. Hier kon de raad van bestuur mee akkoord gaan.
Volgens Speelman zal het nu gaan om een ‘toefje bèta’. Wil Wageningen meer
scholieren trekken dan moet het juist de gammakant profileren, vindt de
rector. ,,De verhouding tussen het aantal scholieren dat bèta of gamma
kiest ligt helemaal scheef. Het argument dat de universiteit daarom een
meer maatschappelijk gezicht moet krijgen wordt door de meeste mensen goed
begrepen.’’

Om op de vraag van scholieren in te spelen werden de namen van de
opleidingen al aangepast. Communicatiewetenschappen gaat nu door als
Toegepaste communicatiewetenschappen en Gezondheidswetenschappen werd
Gezondheid en maatschappij. Volgens Van Tilburg zijn deze namen nog niet
definitief, maar worden ze voorlopig gebruikt als werknamen.
Ook de inhoud van de opleidingen is nog niet zeker. Maar Speelman is ervan
overtuigd dat de definiëring in het komende jaar rondkomt. Dit moet ook
wel, want waarschijnlijk wacht de universiteit een zware accreditatie van
de nieuwe opleidingen. Tegelijk met de bachelor-masterstructuur stelde het
ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de Nederlandse
Accreditatie Organisatie (NAO) in. Alle opleidingen in het hoger onderwijs
worden door dit orgaan onder de loep genomen. Voor bestaande opleidingen
gebeurt dit op basis van visitatierapporten, maar nieuwe opleidingen moeten
worden getoetst voordat zij in het CROHO (Centraal Register Opleidingen
Hoger Onderwijs) worden opgenomen. Registratie in het CROHO is noodzakelijk
voor het kunnen verlenen van wettelijk erkende bachelor of mastergraden.
Een opleiding wordt als nieuw beschouwd wanneer het programma duidelijk
onderscheidend is van bestaande opleidingen aan andere universiteiten of
onderwijselementen aan de eigen instelling.
Tijdens de GV noemde Speelman het een ‘griezelige exercitie’. Nu de
bacheloropleidingen nieuwe namen hebben worden deze bij het CROHO
waarschijnlijk ook als echt nieuwe opleidingen gezien. ,,Maar je wilt als
universiteit natuurlijk ook met een onderscheidende opleiding komen’’, zegt
Speelman.
Het NAO zal nieuwe opleidingen toetsen op doelstelling, onderwijsprogramma,
inzet van personeel, voorzieningen, interne kwaliteitszorg en condities
voor continuïteit. De beoordelingskaders van de NAO moeten nog wel door de
Eerste Kamer worden goedgekeurd.
Speelman vindt het allemaal nog onduidelijk. ,,Maar ik vermoed dat we een
volledige proeve van bekwaamheid moeten ondergaan.’’ | L.M.

Re:ageer