Student - 21 juni 2016

Meanwhile in... Friesland

tekst:
Carina Nieuwenweg

De Fryske Nasjonale Partij (FNP), een provinciale partij die opkomt voor de Friese taal en cultuur, overweegt om het Nederlands als spreek- en schrijftaal toe te laten. Naar eigen zeggen omdat steeds meer Nederlandse kiezers met de partij sympathiseren. Tot nu toe wordt enkel in het Fries gecommuniceerd.

Commentaar van Martine Hinrichs, masterstudent Consumerstudies

‘Ik kan me wel voorstellen dat de Friesche partij het nu ook toestaat om in het Nederlands te communiceren. Het zou gek zijn als iemand niet bij de partij kan omdat hij Nederlands spreekt, terwijl hij zich toch hard wil maken voor Friesland.

Ik denk dat het probleem meer is dat men het Fries wil behouden, maar dat steeds minder mensen Fries spreken. De vraag is dan: hoe hard moet je daaraan vasthouden? Mensen zijn bang dat als we die traditie loslaten, het Fries langzaam uitsterft. Dat is ook het dilemma. Enerzijds wil je gastvrij zijn en openstaan voor het Nederlands of mensen die alleen Nederlands spreken. Anderszijds is er de angst voor het verval van het Fries. In de grotere steden bijvoorbeeld wordt er steeds minder Fries gesproken en dat voelt toch een beetje als een soort afbreuk. Het wordt voor mensen steeds makkelijker om niet Fries te hoeven spreken. Terwijl Friezen juist trots zijn op hun taal. Je merkt ook steeds vaker dat ouders wel Fries spreken, maar dat hun kinderen in het Nederlands terugpraten.

Mijn hele familie praat Fries. Nederlands is mijn tweede taal. Pas op de basisschool kreeg ik les in het Nederlands. Nu ik een vriend uit Amersfoort heb die geen Fries spreekt, is het wel even omschakelen voor de rest van mijn familie. Maar ze vinden het niet vervelend dat hij niet Fries is. Bij sommige families is dat nog wel een issue. Vooral in de kleine dorpen. Dan zijn de ouders bang dat hun kleinkinderen geen Fries leren.

Ik snap dat ergens wel. Ik zou het ook wel jammer vinden als mijn kinderen geen Fries zouden spreken.’


Re:ageer