Wetenschap - 1 januari 1970

‘Maximaal halve graad erbij per eeuw’

Klimaatwetenschappers wereldwijd menen dat opwarming van de aarde met maximaal twee graden Celsius nog te behappen zal zijn voor mens en natuur. Prof. Rik Leemans en ir Arnold van Vliet van de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse stellen in een dinsdag gepresenteerd rapport echter dat anderhalve graad het maximum is, én dat de temperatuur niet sneller mag stijgen dan met een halve graad per eeuw.

Leemans en Van Vliet inventariseerden in opdracht van het Wereld Natuur Fonds welke effecten de klimaatverandering heeft op de natuur. Het rapport is door het WNF op dinsdag 14 december aangeboden aan staatssecretaris Pieter van Geel van milieu, die op die dag naar de klimaattop in Buenos Aires vertrok.
Overal ter wereld reageren dieren en planten nu al op het veranderde klimaat, concluderen de onderzoekers. De dopheide en de sleedoorn bloeien dertig dagen vroeger, en de eikenprocessierups, die in 1991 voor het eerst in Nederland werd gezien, is inmiddels een terugkerende plaag.
Leemans en Van Vliet waarschuwen dat de klimaatverandering voor lange tijd zal doorgaan. Ze schatten dat Noord-Europa tien tot veertig procent natter is geworden in de laatste honderd jaar, en Zuid-Europa bijna twintig procent droger. En uit internationale studies concluderen ze dat gemiddeld per graad Celsius opwarming de grenzen van leefgebieden zo'n driehonderd kilometer richting de polen opschuiven.
De onderzoekers schatten het aanpassingsvermogen van de natuur op de klimaatverandering pessimistischer in dan de internationale klimaatonderzoekers van het Intergovernmental Panel on Climate Change, waarin ook Wageningen participeert. Van Leemans en Van Vliet mag de aarde niet sneller opwarmen dan een halve graad Celsius per honderd jaar, 0,05 graad per decennium.
Ze verwachten namelijk dat het toenemende aantal extreme weersomstandigheden van grote invloed is op de natuur. 'Zelfs met kleine wereldwijde temperatuursveranderingen zullen er onevenredig grote veranderingen optreden in de frequentie en grootte van extreme gebeurtenissen', schrijven de onderzoekers, 'met als gevolg ongewenste en onvoorspelbare gevolgen voor soorten en ecosystemen.' / MW

Re:ageer